Kan niet – toch gebeurd
Vanochtend ga ik koffiedrinken bij mijn partner en wil de krant opslaan. Ik grijp in m’n jaszak om mijn eeuwig rondzwervende leesbril te pakken. Ik sta met twee brilhelften in m’n hand. Deze leesbril is op maat gemaakt, voor het serieuze leeswerk. Er moet een andere komen. Ik spoed me naar de leesbrillenwinkel. De brillenman…
Vanochtend ga ik koffiedrinken bij mijn partner en wil de krant opslaan. Ik grijp in m’n jaszak om mijn eeuwig rondzwervende leesbril te pakken. Ik sta met twee brilhelften in m’n hand. Deze leesbril is op maat gemaakt, voor het serieuze leeswerk. Er moet een andere komen. Ik spoed me naar de leesbrillenwinkel. De brillenman ken ik niet alleen van z’n brillen. Hoewel hij eigenlijk met iets anders bezig is gaat hij me helpen. Ik zie het al gebeuren. Gaat het deze keer net zo? Hij is het overduidelijk vergeten, van die vorige keer. Ik niet. Omdat het al een aantal jaren geleden is dat hij mijn vorige bril op maat maakte, moeten mijn ogen opnieuw doorgemeten worden. Hij brengt zijn apparatuur in werking en laat mij plaatsnemen op de stoel. Hij begint. Ik lees braaf wat ik lezen moet. Hij meet. Meet nog eens. Rommelt wat aan het apparaat. Meet nog eens. Mompelt wat. Rommelt nog wat. Mompelt weer iets. Ja: dat begint al aardig op de vorige keer te lijken. ‘Ik moet even in je oog kijken’ zegt hij ietwat van slag. Hij kijkt in mijn oog. Kijkt nog eens. Hij blijft kijken. ‘Dit kan helemaal niet’ zegt hij. Ik lach. ‘Zei je de vorige keer ook, maar dat weet jij waarschijnlijk niet meer.’ Mijn rechteroog ziet zo verschrikkelijk slecht, dat ik eigenlijk niet moet kunnen onderscheiden wat ik wel kan onderscheiden. ‘Je linkeroog compenseert dat allemaal’ zegt hij, nog steeds behoorlijk verbaasd. Zelf ben ik niet verbaasd. Datzelfde heb ik toch ook gedaan na de dood van mijn moeder? Geprobeerd te compenseren? Om het toch allemaal goed te doen? Jammer genoeg kan ik mijn lol daarover niet met hem delen. Maar mijn lol is er niet minder om. Ik heb gecompenseerd als een gek, om de leegte en het onvermogen in mijzelf maar op te vullen. Overleven, noem je dat. Het was een hele klus om van overleven weer naar leven te gaan – maar wel een klus die de moeite waard is geweest. Nog nalachend ga ik naar huis. Mijn dag is goed. Meer dan goed.
PS: nog even was ik in gesprek met de brillenman. Vertelde hem dat ik ooit lenzen heb geprobeerd, maar dat ik ze na een aantal weken had weggegooid. ‘Je compenserende oog verdraagt geen correctie’, zegt hij. Nou: dat klinkt me aardig bekend in de oren. M’n compenserende ik heeft ook heeeeeeel lang geen correcties geaccepteerd.
