Interview met Liesbeth Rasker in NRC
Rouwenden vormen een club Vanochtend ontving ik een interview met Liesbeth Rasker. NRC, 14 mei 2020. Interviewer: Rinskje Koelewijn. Ik geeft dit interview graag aan je door. Liesbeth Rasker (31), schrijver en reisblogger, maakte een podcast over rouwen. Ze leerde over ‘schoon’ en ‘vuil’ verdriet. „Rouwenden horen bij een club.” ……………. Toen de moeder van…
Rouwenden vormen een club
Vanochtend ontving ik een interview met Liesbeth Rasker. NRC, 14 mei 2020. Interviewer: Rinskje Koelewijn.
Ik geeft dit interview graag aan je door.
Liesbeth Rasker (31), schrijver en reisblogger, maakte een podcast over rouwen. Ze leerde over ‘schoon’ en ‘vuil’ verdriet. „Rouwenden horen bij een club.”
……………. Toen de moeder van Liesbeth Rasker darmkanker kreeg en wist dat ze zou sterven, vroeg ze haar beste vriendin om na haar dood een oogje te houden op haar kinderen. Twee dochtertjes, 5 en 10 jaar oud. Die vriendin, schrijfster Renate Dorrestein, kwam voortaan elke woensdag bij de meisjes en hun vader op bezoek. „We aten met elkaar, daarna lieten zij en ik de hond uit. Dat was óns moment. Zij was mijn neptante, ik haar nepnicht.” Twintig jaar deelden ze elkaars levens, maar toen kreeg Renate Dorrestein slokdarmkanker. Ze overleed in mei 2018, 64 jaar oud. Liesbeth Rasker (31): „Met haar ging mijn moeder nóg een keer dood”………………….
Aan de keukentafel
………… Nu weet ze: álles wat ze toen voelde, viel onder het hoofdstuk rouw. En ook dat dit „zware, zwarte gevoel” in één klap verdween – ineens kon ze weer écht lachen – bleek volkomen normaal. Ze weet dat, omdat ze inmiddels het plan heeft uitgevoerd dat ze bedacht in die zomer van verdriet. „Ik zocht verhalen over wat rouw, of grief, of loss nou eigenlijk is. Maar waar ik behoefte aan had, bestond nog niet.” Ze heeft een podcastserie gemaakt, Dag voor Dag: zes gesprekken, van elk iets meer dan een uur, met mensen die gerouwd hebben. Ze spreekt, aan de keukentafel, twee vriendinnen van haar moeder, die naast hun vriendin ook hun man, een familielid of hun moeder verloren. Ze praat met leeftijdgenoten die een vader, of een vader én moeder missen. En ten slotte spreekt ze haar vader, 75 jaar, die nog elke dag een kaarsje brandt bij een portret van haar moeder………….
……………O ja, zegt ze met een lange uithaal. „Dat is to-taal anders. Een kind dat zijn moeder verliest… Dat gemis is onoplosbaar, dat wordt deel van je identiteit. Het zit verankerd in alle hoeken van wie ik ben, het leeft in me.” Hoe dan? „Ik ben altijd op mezelf geweest, een einzelgänger, ook toen mijn moeder nog leefde. Dat is wel versterkt. Uitvergroot.” Als zij het over rouw heeft, dan bedoelt ze de rouw om Renate. „Haar mis ik. Meer, of anders, dan ik mijn moeder mis. Renate kénde ik. Mijn moeder heb ik nooit echt leren kennen. Renate was degene die het meeste over haar wist te vertellen, dat mis ik ook………………

