Brief aan mijn moeder
Lieve mama, Ik weet niet of ik je ooit eerder een brief heb geschreven. Misschien een sinterklaasgedicht, misschien een briefje op het aanrecht waarop stond waar ik was. Dit wordt een andere brief. Ik ben er achter gekomen dat ik iedere dag nog worstel met het feit dat je er niet meer bent. Na 30…
Lieve mama,
Ik weet niet of ik je ooit eerder een brief heb geschreven. Misschien een sinterklaasgedicht, misschien een briefje op het aanrecht waarop stond waar ik was.
Dit wordt een andere brief. Ik ben er achter gekomen dat ik iedere dag nog worstel met het feit dat je er niet meer bent.
Na 30 jaar blijk ik behoorlijk in de knoop te zitten. En veel wijst er op dat dat komt door dat ik nooit echt afscheid van je heb genomen. Of heb kunnen nemen.
Opeens was je uit mijn leven. Ik heb je niet meer gezien, niet meer je gezicht. Je lag stil in bed. Te stil. Ze vertelden me dat je gezicht beschadigd was, dat je misschien pijn had gehad en je daarom gekrabd had.
Ik dacht toen dat het beter was om je me te herinneren zoals ik je kende. Levend. Maar heb me nooit kunnen realiseren dat ik me daarmee misschien wel het echte rouwen ontzegd heb.
Pas een paar weken geleden vertelde tante C me dat ze me, toen je overleden was, nooit heeft zien huilen. Zij maakte zich daar toen zorgen om. Ik weet dat niet meer. Mijn nichtje bevestigde toen ik er laatst naar vroeg dat de aandacht in die tijd in ieder geval niet naar mij uit ging en dat ik erg rustig en stil was. Anderen vroegen meer aandacht in hun rouwproces…
Later vertelden mensen me dat je het jammer zou hebben gevonden dat ik zoveel met papa op trok en niet met jou. Naar de Albert Cuyp, Waterlooplein. In mijn herinnering ging ik echter wel vaak mee met je naar tennis, naar je werk, de tuin, boodschappen doen (de kaasboer, slager..), mee naar tante N, op bezoek bij oom M in het verzorgingstehuis…of was ik toen jonger? Mijn herinneringen aan die tijd zijn erg vaag. Ik realiseerde me deze week pas dat ik je gezicht niet meer voor me kan zien. Alleen de beelden foto’s maar niet uit mijn eigen herinnering. Ik heb in ieder geval nooit bewust papa meer opgezocht dan jou.
Ik merk dat ik nu ook net zoveel van jou als van papa in me heb. Jouw creativiteit, enthousiasme met koken, naaien, tuinieren, mensen ontvangen, dingen organiseren, helpen op school.
Papa’s gevoel voor natuur, techniek, water, muziek.
Ik denk dat ik jouw uiterlijk heb al kan ik dat zelf niet zo goed beoordelen. Ik hoop dat ik je niet teleurgesteld heb en je het idee gegeven heb dat ik papa leuker vond dan jou. Jij was er altijd voor ons, misschien was dat het… Iets te veel “for granted”. Daarom sta je ook bijna niet op foto’s…die nam jezelf bijna altijd. Niemand realiseerde zich dat er daardoor geen foto’s van jou waren.
Cijferde je jezelf weg?
Heb ik dat van jou? Anderen helpen, maar jezelf vergeten?
Op je eigen verjaardag te druk met gasten verzorgen ipv zelf jarig zijn.
Dat is mijn valkuil nu. Papa kon de aandacht prima naar zich toe trekken, met grappen, met zijn gitaar. Was jij wel gelukkig? Op de paar foto’s die we van je hebben kijk je erg zorgelijk. Misschien voel ik me wel schuldig dat ik dat niet eerder heb onderkend.
En wil ik nu iedereen pleasen, helpen, blij maken, vrolijk maken, ontzorgen… voordat het misschien niet meer kan. Ik heb je die laatste hete grog nooit meer kunnen brengen, nadat je de avond ervoor grieperig naar bed bent gegaan. Ik kan jou nu niet meer helpen. Maar ik hoop dat je mij nog wel kan helpen….door me los te laten. Dat ik je me gewoon kan herinneren zoals je was. Dat het gewoon domme pech was dat je er niet meer bent. Een kutbacterie in je bloed. Dat ik daar gewoon verdrietig om kan zijn. Eindelijk. En dat jij daarmee ook kan voortleven. In mij, in mijn kinderen… die je nooit gekend hebt maar die jou wel kennen, door mij. Jouw schilderij heeft een prominente plek in ons huis. Je pannen en keukenspullen staan in onze keuken. Wij hebben ook zwartebessenstruiken in de tuin. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar muziek van Conny Vandenbos en Robert Long. Die zijn er inmiddels ook niet meer. En de tranen blijven maar komen. Ik schaam me zo voor wie ik ben, wat ik ben. Ik wil zo graag goed zijn en goed doen, maar lijk alleen maar dingen kapot te maken. Ik hoop zo dat ik straks wel de man ben die ik kan zijn, die ik moet zijn; de zoon waar jij trots op kan zijn, de vader waar mijn kinderen recht op hebben, de vriend en vader voor mijn vriendin en haar zoontje die mij ook zo nodig hebben. Die zelf ook volop kan genieten van het leven. De man die trots op zich zelf kan zijn zoals hij is.
Help me mama. Ik hou van je. Maar laat me los.
Maarten
42 jaar, 12 jaar toen zijn moeder overleed door ziekte
Afbeelding
Johannes Vermeer
Brief

