Als ik het alleen moet doen, dan doe ik het alleen
Goed gedaan, jongen Een vakantieweek op Terschelling. In onze Aquamarijn. Jongetje van acht. Zijn moeder. En ik. Ik zie jongetje van acht gaan. Naar zelfstandigheid. Zelfredzaamheid. Zelfvertrouwen. Naar ZELF. Hoe jongetje van acht ’s ochtends vroeg goedgehumeurd z’n bed uitkomt. ‘Ik ga croissantjes halen.’ Z’n portemonnee tevoorschijn haalt. Geld telt. De deur uitwandelt. Tien minuten…
Goed gedaan, jongen
Een vakantieweek op Terschelling. In onze Aquamarijn. Jongetje van acht. Zijn moeder. En ik.
Ik zie jongetje van acht gaan. Naar zelfstandigheid. Zelfredzaamheid. Zelfvertrouwen. Naar ZELF.
Hoe jongetje van acht ’s ochtends vroeg goedgehumeurd z’n bed uitkomt. ‘Ik ga croissantjes halen.’ Z’n portemonnee tevoorschijn haalt. Geld telt. De deur uitwandelt. Tien minuten later terugkomt met z’n croissantjes.
‘Goed gedaan, jongen.’
Bemoediging
Z’n plek zoekt in de groep kinderen op de camping. Z’n teleurstelling. Pijn. Onzekerheid. Boosheid als dat niet allemaal zomaar – vanzelf – gaat. Ik hoor z’n moeder. Hoe ze jongetje van acht opvangt. Geruststelt. Troost. Bemoedigt. Laat zien wat zijn eigen rol hierin is.
Alleen
Amper acht was ik toen ik mijn moeder verloor. ‘Wat heb je als je acht bent je moeder verschrikkelijk hard nodig’ realiseer ik me bij de ervaring van deze vakantieweek op Terschelling.
Kinderen van acht – zoals ikzelf indertijd – die de deur in hun ziel dichtgooien als ze hun ouder verliezen. ‘Als ik het dan alleen moet doen, dan doe ik het wel alleen.’

