Weerstand
Vanochtend moet ik in Amersfoort zijn, op de afdeling nucliaire geneeskunde. Ik vertrek wat aan de late kant van huis, rijd als een gek en kom scherp op tijd binnen. Om dan daar te horen dat ze vergeten zijn de nucleaire shot klaar te maken. Hij moet eerst opgehaald worden. Ik heb nu ruim een…
Vanochtend moet ik in Amersfoort zijn, op de afdeling nucliaire geneeskunde. Ik vertrek wat aan de late kant van huis, rijd als een gek en kom scherp op tijd binnen. Om dan daar te horen dat ze vergeten zijn de nucleaire shot klaar te maken. Hij moet eerst opgehaald worden. Ik heb nu ruim een half uur de tijd om koffie te drinken. Intussen komt vriendin L. aan. We ginnegappen wat over het wachten op deze dag. Wachten hoort bij deze stap. Uren! Als de shot is ingebracht gaan we nogmaals koffiedrinken en dan gaan we de verplichte wandeling maken. Als ik bijna twee uur later aan de beurt ben voor de scan komt de angst weer over me. Ik word langzaam de scan in geschoven en krijg het steeds benauwder. Zo ongeveer al mijn yoga-vaardigheden moet ik aanspreken om het niet uit te schreeuwen. Daar lig ik dan – dat mens dat zich altijd zo gemakkelijk schikt in het onvermijdelijke (en dat als kind al kon, herinner ik me terwijl ik daar lig. Een van de heel weinige eigen herinneringen die ik aan mijn moeder heb is haar opmerking – niet voor mij bedoeld – tegen mijn vader als ik bij herhaling een onaangename medische behandeling moet ondergaan: Opmerkelijk hoe gemakkelijk Tietske zich altijd schikt in het onvermijdelijke. Nou: vandaag toch niet! Opnieuw heb ik het gevoel dat er, en nu wel twee, mensen op hun scherm zien dat ik helemaal vol kanker zit. Wat ben ik blij als ik hier eindelijk klaar ben! We drinken er nog wat op, lekker buiten zittend in het warme voorjaars zonnetje. En dan rijd ik naar huis. Op naar het volgende onderzoek, maar da’s gelukkig pas volgende week.
