Gaat dit over mij?
Vandaag het gesprek met de oncoloog. M., mijn partner, gaat met me mee. Ik ben wel gespannen, maar niet zo erg. Als de terugkomkans 30% of meer is moet ik het misschien toch maar doen, heb ik me voorgenomen. We moeten naar Dronten waar een extra poli van het ziekenhuis gevestigd is. Onder de kunstijsbaan….
Vandaag het gesprek met de oncoloog. M., mijn partner, gaat met me mee. Ik ben wel gespannen, maar niet zo erg. Als de terugkomkans 30% of meer is moet ik het misschien toch maar doen, heb ik me voorgenomen. We moeten naar Dronten waar een extra poli van het ziekenhuis gevestigd is. Onder de kunstijsbaan. In een soort van muizenhol waar je helemaal niet wilt zijn, en zeker niet als je met een oncoloog die je helemaal niet kent over chemotherapie moet gaan onderhandelen. Als ik me meld bij de secretaresse zegt ze: Gaat u daar maar op de weegschaal staan. Op de weegschaal staan? vraag ik stomverbaasd. Sinds wanneer moet ik op de weegschaal staan om met een dokter te mogen praten? M. verschiet van kleur en kijkt me aan alsof ik de grootste sufkip ben op aarde. Voor de medicatie natuurlijk sukkel, sist hij me toe. Daar gaat m’n zelfvertrouwen. Gaat dit over mij?
We wachten op de gang tot het zover is dat we bij de oncoloog binnen worden geroepen. En vanaf dat moment gaat echt alles mis wat er mis kan gaan. Niets in dit gesprek gaat goed, helemaal niets. Om me te helpen een besluit te nemen heeft hij de statistiek uitgedraaid. Een A4-tje. Ik zie het meteen: 30%. Shit. Shit. Shit. Hoe moet dit nu verder? Ik heb M. niets gezegd over het akkoordje dat ik met mezelf heb afgesloten. Dertig proces wel is nog altijd 70% niet. De dokter doet op zijn manier z n best, en ik doe op mijn manier ook mijn best om nog iets te maken van dit gesprek. Maar niets lukt. Wat een ellende! Halverwege het gesprek schuift een oncologieverpleegkundige aan. Nog iemand die ik niet ken en die mij niet kent. Zal ik u een week bedenktijd geven? vraagt de oncoloog. Doe maar, zeg ik, behoorlijk uit het veld geslagen. De verpleegkundige loopt mee. Er moet een nieuwe afspraak gemaakt worden. Ze kijkt mee op het scherm van de secretaresse. Nee, zegt ze. Dat kan niet. Ik moet in ieder geval een uur hebben om mevrouw de medicatie uit te leggen. Ben ik op de maan? Kom ik van Mars?
Als we in de auto zitten zegt M. tegen me: voor zover ik jou ken ga je dit niet doen. Ik denk het niet, zeg ik, maar ik heb het nodig er nog een nacht over te slapen.
s Avonds belt vriendin M.. Ik lucht m n hart over deze vreselijke gang van zaken. Tot nu toe heb ik me zo gehoord en gezien gevoeld, en zo serieus genomen in mijn overwegingen. Niets, helemaal niets is daarvan over. Shit!
