• |

    Oud patroontje, leef je nog? (2)

    Experience-based Verlaat Verdriet-werk heeft grote voordelen. Wie beter dan wijzelf – Verlaat Verdriet-ers – is in staat de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder te benaderen vanuit de ervaringen van het kind van toen en betekenis te geven vanuit de ervaringen van de volwassene van nu?

    Maar: experience-based Verlaat Verdriet-werk heeft ook z’n kwetsbare kanten. Eén van die kanten ervaar ik sinds enige tijd ook weer zelf. Mijn eigen fysieke ervaring. Een even kwetsbare als invloedrijke kant van overleven. Gebeurtenissen van buitenaf waar ik geen invloed op heb gehad – waar ik bij betrokken ben, maar feitelijk niet in betrokken ben – heeft mijn hele fysieke overleef-systeem diep geraakt en (weer eens) op alert gezet.
    Ik zit er weer midden in. Gevoelens van machteloosheid hebben het systeem – mijn systeem – weer helemaal in gang gezet. Ik zit weer in een fysiek overleef-systeem dat totaal is gericht op overleven.

    Bijzonder evenwel aan deze staat van paraatheid – zoals die zich nu bij mij voordoet – is: omdat de kwestie die speelt in wezen niet over mij gaat en ik geen verantwoordelijkheden heb in de ontstane situatie, (de gevoelens van machteloosheid zijn er niet minder om, integendeel) zit ik er niet alleen middenin, maar kan ik tegelijkertijd ook als buitenstaander de verschijnselen die zich in mij afspelen observeren. En dat is heel anders dan vroeger. Een groot deel van mijn leven heb ik in deze overleefstand doorgebracht. Met alle fysieke gevolgen van dien. Geconfronteerd met de gevolgen, maar me al die jaren totaal niet bewust van de oorzaak: het vroege verlies van mijn moeder.

    ‘Ik ben weer een gesloten systeem geworden’ realiseerde ik me een paar dagen geleden. ‘Uitsluitend gericht op overleven’. Ik heb geen eetlust. Ik kan wel klussen of werkzaamheden doen die dicht bij me liggen, maar ‘uitreiken’ kan ik niet. Mijn lijf is supergevoelig voor invloeden van buitenaf – bij het minste of geringste schiet m’n lijf weer in staat van hoogste paraatheid. Plannen maken: lukt niet. Initiatieven nemen: lukt niet. Toekomstgericht denken: lukt niet. Concentreren: lukt niet. Mijn geheugen heeft gaten. Ik kan soms helemaal niet op woorden komen. De regulatie van mijn lichaamstemperatuur is in de war, mijn voeten vaak koud. Mijn darmen werken niet normaal.

    Ook anders dan vroeger ben ik nu niet alleen lijdend voorwerp (de overleefstand is over het algemeen geen prettige fysieke ervaring, dat weet je wellicht zelf als de beste), mijn lijf is nu ook mijn eigen studie-object. Wat gebeurt er allemaal? Hoe reageert mijn psyche? Wat doet mijn lijf? Hoe voel ik me? Wat heb ik nodig? Wat is niet goed voor mij? Welke processen spelen zich af? In welke volgorde? Heb ik daar invloed op? Zo ja: welke invloed? Zo nee: wat kan ik dan wel doen?

    ’s Ochtends bij het wakker worden weet ik het ineens. Ik – het gesloten systeem – heb het nodig om te spuien, te spuien, te spuien. Ik bel de psycho-therapeut met wie ik er al menig sessie op heb zitten en kan op korte termijn een afspraak maken. We starten de sessie met spuien, spuien, spuien. En dan, na een klein uur, zijn we bij de kern aangekomen. In mij blijkt nog altijd een klein meisje van acht te zitten (mijn moeder stierf toen ik acht was) dat doodsbang is voor de volgende klap – een nieuwe ruptuur.

    ‘Kun je aanvaarden dat er een klein meisje in je zit dat doodsbang is?‘, vraag M., de therapeut. ‘Nee’, zeg ik meteen. ‘Dat meisje is al groot. Die redt zich heus wel.’

    ‘Kun je aanvaarden dat je niet kunt aanvaarden dat er een klein meisje in je zit dat doodsbang is, terwijl je weet dat dat kleine doodsbange meisje er wel is?’
    ‘Ja’, zeg ik.
    Dat kan ik wel. En op hetzelfde moment vloeit er een heleboel spanning uit me weg.

    ‘Oud patroontje, leef je nog?’
    Ja.
    Dat kun je wel zeggen.

  • |

    Oud patroontje, leef je nog? (1)

    N.B.
    Deze Blog is geschreven en geplaatst na overleg met en toestemming van Margreet. 

    Donderdagavond. De telefoon gaat. Margreet. “Ik moet je iets vertellen.” Margreet heeft bij mij een aantal jaren geleden de basisworkshop Verlaat Verdriet en later het psycho-biografisch traject Heel je Leven gedaan. Nog later zijn zij en ik samen aan het werk gegaan om, vanuit Verlaat Verdriet-perspectief, een hulpaanbod te ontwikkelen voor kinderen die een ouder verliezen. Margreet is namelijk schoolmaatschappelijk werkster.

    De basisworkshop Verlaat Verdriet, Heel je leven en het bijbehorende verlate rouw- en verandertraject heeft Margreet bepaald niet zonder weerstand doorlopen. “Wanneer houdt dit eens op”. “Ik wil er niet in blijven hangen”. “Slachtoffergedoe”“Zeg jij nou eens wat ik moet doen, ik heb er genoeg van.” Enzovoort. Enzovoort. Enzovoort. Maar: ondanks al deze innerlijke tegenwerking hield Margreet vol. “Het is nog steeds niet goed. En ik wil dat het goed is”.

    “Je hoort het ook als het niet goed is. Dus nu bel ik je om te vertellen wat ik heb meegemaakt. Want dat is heel bijzonder. Ik wil dat je dat weet.
    Ik was bij een uitvaart. Vreselijk. Een collega. Moeder. Echt erg. Maar wat tegelijkertijd heel bijzonder was: ik ben helemaal aanwezig gebleven. Helemaal. Ik weet van het begin tot het eind wie er waren en wat er gebeurde. Dat is nog nooit gebeurd. Normaal ben ik er wel, maar tegelijkertijd ben ik er ook niet.
    Deze aanwezigheid heb ik echt helemaal – totaal – gevoeld. Ook met mijn lijf. En ook andere mensen hebben het gemerkt. Wat een bijzondere ervaring! Ineens was ik toegankelijk. Kon ik vertellen dat ik ook jong mijn moeder heb verloren. Kon ik delen. Ik was werkelijk met ze in contact. Echt in contact, bedoel ik”.

    “Ik wil dat je dit weet”, zegt Margreet. “Je hebt zo vaak tegen me gezegd dat er een moment zou komen waarop ik een omslag zou ervaren. Ik heb je altijd aangehoord en gedacht: daar heb je d’r weer. Het zal wel. Titia, als jij blijft zeggen: het komt, maar je kunt niet zeggen wanneer en hoe, wat heb ik er dan aan? En nu, op een moment dat ik er totaal niet op rekende – en eigenlijk helemaal niet bezig was met mijn eigen Verlaat Verdriet – nu was het er ineens. En ja, er zullen heus wel weer momenten komen waarop ik twijfel. Waarop ik baal. Waarop ik me rot voel. “Oud patroontje, leef je nog?” Maar hoe dan ook: dit heb ik ervaren. Dit vergeet ik nooit meer”!

    Zelf heb ik groot plezier om Margreet’s spontane vondst: Oud patroontje, leef je nog? Mooie titel voor een boek! Maar vooral verheug ik me om wat Margreet nu is overkomen. Het is voor Verlaat Verdriet-ers soms (en eigenlijk vaak) moeilijk vertrouwen te hebben en vertrouwen te houden in het verlate rouw- en veranderproces bij Verlaat Verdriet. Dan voel ik me wel eens een beetje met lege handen staan. Want wat zeg je eigenlijk als je tegen iemand zegt: “ook voor jou komt zo’n moment. Ik kan je alleen niet vertellen wanneer en hoe. Maar het komt. Als jij jouw bijdrage levert aan de voorwaarden. Het komt!”

    En wat ook zo prachtig is aan deze ervaring van Margreet: ze belt me op. Ze deelt haar ervaring met mij! Zie je wel – ook al leven je oude patronen nog: er kunnen al nieuwe ontstaan. Zoals bellen om te delen. Ook dat is Verlaat Verdriet-werkelijkheid!

     

  • | |

    Bijnierwerking (4)

    Vanochtend had ik een gesprek met Jaap Spruit uit Ermelo. Jaap is zowel klinisch psycholoog als fysiotherapeut. Het contact met Jaap kwam tot stand via Pauline. Pauline heeft in de afgelopen jaren een aantal keren deelgenomen aan Verlaat Verdriet-activiteiten. We hebben altijd contact gehouden, al zien en spreken we elkaar niet vaak.

    Jaap Spruit heeft zich toegelegd op stress-preventie. Bijnierwerking is daarin één van zijn kennis- en aandachtsgebieden.
    Juist die focus maakte het voor mij interessant om contact met Jaap op te nemen. Zelf ben ik er namelijk – ook uit eigen ervaring – van overtuigd dat de werking van de bijnierschors (en andere hormoon-producenten) een hele grote rol speelt in het fysieke welbevinden – of juist niet welbevinden – van mensen die in hun jeugd een ouder verloren door overlijden. Onveiligheid kwam toen in de plaats van de veiligheid die er tot aan de dood van de ouder was geweest. Een ongewisse toekomst kwam in de plaats van de continuïteit en de vanzelfsprekendheid die er waren. Eenzaamheid kwam in de plaats van geestelijke geborgenheid. Machteloosheid kwam in de plaats van het vermogen tot handelen. Overleven kwam in de plaats van leven.

    De grote invloed die processen in je lijf uit oefenen op je dagelijkse leven – en die ‘zelfstandig werken’, dus zeker niet altijd aangestuurd door je bewuste, je verstandelijke of je rationele deel – heb je lang niet altijd in de gaten. “Ik zit er weer middenin, zonder dat ik het aan zag komen. Maar hoe kom ik hier nu weer uit?” hoor ik Verlaat Verdriet-ers vaak verzuchten.

    Het gesprek van vandaag was een kennismakings- en verkenningsgesprek. Hoe we verder gaan, weten we nog niet. Of we mijn kennis van Verlaat Verdriet-thematiek kunnen en willen koppelen aan de kennis die Jaap Spruit heeft ontwikkeld op het gebied van stress-preventie gaan we verder onderzoeken.

    Ik houd je via blog-post op de hoogte van deze ontwikkelingen.
    Lees mee, en deel jouw ervaringen en jouw inbreng in deze met Jaap en mij, zodat we meer kennis en een adequaat hulpaanbod voor Verlaat Verdriet-ers kunnen ontwikkelen.

  • | | | |

    Wil je dat zien?

    De levenslange invloed van de vroege dood van een ouder manifesteert zich in veel gevallen op alle levensgebieden van Verlaat Verdriet-ers. Dus in

    Relaties

    Gezondheid

    • Geestelijk
      • Veel Verlaat Verdriet-ers ondervinden psychische – geestelijke – problemen als gevolg van de vroege dood van hun ouder. Je leest daarover meer in Kernthema’s en kenmerken. Verlaat Verdriet-ers zijn nogal eens gevoelig voor depressies, verslavingen en suïcide-gedachten.
    • Lichamelijk
      • Veel Verlaat Verdriet-ers ondervinden fysieke problemen, bijvoorbeeld in de vorm van pijnklachten. Veel van hen zijn gevoelig voor ‘vage klachten’. Verlaat Verdriet-ers zijn nogal eens gevoelig voor diverse vormen van verslavingen, met name voor verslavingen die direct fysiek effect hebben. Zoals alcohol en drugs.
    • Geestelijk & lichamelijk
      • Een lichaam – een systeem – dat gewend is ‘in de overleefstand te schieten’ zodra zich gevoelens van onveiligheid en/of machteloosheid aandienen, raakt gemakkelijk in die overleefstand overbelast (of raakt overbelast door fysieke signalen te negeren en maar door te gaan). Verlaat Verdriet-ers zijn als gevolg daarvan gevoelig voor burn-out. Ongeacht de opvatting dat burn-out uitsluitend werk-gerelateerde problematiek zou zijn.

    Werk

    Ook in werk manifesteren zich vaak en veel gevolgen van jong ouderverlies.

    Wil je dat zien?

    Een kind dat een ouder verliest, verliest veel meer dan alleen die ouder. Het verliest ook de vertrouwde en veilige infrastructuur van het gezin. Vanaf dat moment zit het verlies voor het kind overal in: in het gezin, in de relaties, in de familie, in de dagelijkse gang van zaken. Ook al lijkt het leven gewoon door te gaan, en ook al lijkt het kind gewoon door te gaan: niets is meer zoals het was. De dood van de ouder heeft alles veranderd. Op alle levensgebieden. Het kind moest – zo goed en zo kwaad als dat ging – zich aanpassen en doorgaan met leven. De retorische vraag: je kunt toch niet alles in je leven ‘daar’ aan op hangen kan dus eigenlijk volmondig worden beantwoord met JA. Alles in je leven kun je daar aan ophangen. De vraag is alleen: wil je dat zien?

    Erkennen

    Een succesvol verlaat rouw- en veranderproces staat of valt met die erkenning: de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder manifesteert zich op alle levensgebieden.

    Verwerken & helen

    Erkennen is een voorwaarde om een verlaat rouwproces aan te kunnen gaan. Na de erkenning Ja, alles in je leven kun je ophangen aan de vroege dood van je ouder volgt de vraag: echt alles? Wat dan wel en wat dan niet? En: wil je dat dat zo blijft? Of wil je daar verandering in brengen door het proces van verwerken & helen aan te gaan?