• Preventie (?)

    Preventie is een (hardnekkig) idee, voortkomend uit een lineaire tijdsopvatting en veronderstellingen van maakbaarheid. Je kunt in de lineaire tijdslijn problemen voorkomen door op tijd, of liever nog voor de tijd, te reageren op gebeurtenissen die zouden kunnen gaan plaatsvinden. Pro-actief zijn noem je dat. Hoeft niks mis mee te zijn. In de mechanische, voorspelbare wereld kun je aardig zeker weten welke problemen je kunt voorkomen door op een vroeg moment het proces te beïnvloeden op een manier die zeker toekomstige problemen voorkomt.

    Als het gaat om psychologische processen is het preventie-idee in mijn optiek echter zeer discutabel. Want hoe kun je iets voorkomen – of positief beïnvloeden – waarvan je niet zeker kunt voorspellen of het gaat gebeuren en hoe dat er dan in de toekomst uit zal gaan zien? Preventie-denken kan gemakkelijk illusie-denken worden. Met illusie-denken kun je jezelf – en anderen – lang zoet houden, zonder dat je in de komende 10, 20, 30, 40 jaar (of langer) je preventie-gelijk hoeft (of zelfs maar kunt) aan te tonen. Uiteindelijk kan dan 10, 20, 30, 40 jaar blijken dat preventie contraproductief heeft gewerkt. En dan???

    Ik vermoed (en vrees) dat preventie-denken bijvoorbeeld voor kinderen die een ouder verliezen door de dood in de realiteit contraproductief zal blijken te zijn. Preventie kan niet voorkomen dat later problemen ontstaan. Preventief werken op grond van veronderstellingen (zijn die ooit aangetoond? Bewezen? Wordt de tijdelijkheid en tijdgebondenheid van veronderstellingen omtrent de gevolgen van jong ouderverlies in het nu onderkend?) sluit een weg af om terug te gaan. ‘Niet in het verleden graven’. Gecompliceerd als je uit het verleden informatie moet halen om te begrijpen waarom je nu bent zoals je bent en doet zoals je doet.

    Als preventie niet op de goede manier – dus op de juiste pijnplekken – wordt ingezet en er bovendien geen of onvoldoende besef is van de grenzen aan en de beperkingen van preventieve mogelijkheden, sluit preventie eerder een weg af dan dat er iets goeds – namelijk het beoogde (want wat is het beoogde???) – wordt bereikt. Illusies hebben de plaats ingenomen van de realiteit. Kinderen die een ouder verliezen – en volwassen die als kind een ouder verloren – hebben de realiteit meegemaakt van hoe het ging en niet van hoe het beter had gekund. Met die realiteit hebben ze in hun verlate rouwproces te dealen. Daar past het denken: ‘we hebben er alles aan gedaan om dit te voorkomen. Je hebt je kans gehad’ niet in.

    De realiteit onder ogen zien is een belangrijke stap in een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet. De werkelijkheid van je leven zoals het is geweest onder ogen zien en in je leven van nu integreren. Met preventie heeft dat niets te maken (behalve misschien het ‘wegwerken’ van een aantal – negatieve en/of ongemakkelijke – oordelen die onlosmakelijk aan het preventie-denken vast lijken te zitten).
    Met toekomstgericht denken heeft het wel alles te maken.

  • Liegen-loog-zelfbedrog

    Met het verlies van je ouder verloor je ook de ouder die bereid was jou te ‘kasteien’. De ouder die paal en perk stelde aan je gedrag. Die vanuit een onvoorwaardelijke ouderliefde grenzen stelde en je liet voelen dat er grenzen waren en welke grenzen er waren. De ouder die ongetwijfeld ook vanuit haar/zijn eigen tekort meer dan eens onaardig en niet liefdevol reageerde, maar die ondertussen wel je ouder was en jij haar/zijn kind (en bleef). De ouder die op je lette. Die zich afvroeg waar je uithing. Die je aansprak op je fouten. Die je toonde hoe je het anders moest doen, anders kon doen of anders moest oplossen. De ouder met wie je verbonden was met de meest sterke band die je als kind aan hebt kunnen gaan.

    Als gevolg van de dood van je ouder werden de mazen in het ‘opvoednet’ groter. Met de komst van een nieuwe partner van je overgebleven ouder werden die mazen misschien steeds groter en werd het makkelijker er doorheen te glippen. Er werd niet meer op een liefdevolle en begripvolle manier op je gelet. Er was geen ouder meer die eerlijkheid de moeite waard maakte.
    De komst van een nieuwe partner, met andere normen en waarden dan je gewend was, maakte het extra moeilijk en gecompliceerd om te weten in welke cultuur je nou eigenlijk leefde. Wat mocht wel en wat niet? Wat was belangrijk en wat niet? Waar moest je je aan houden? Wat had je te maken met de cultuur van de nieuwe partner van je ouder? Wat had je met haar/hem te maken? Wat was er nog belangrijk voor je overgebleven ouder?

    Ontwijken, negeren, ontkennen werden deel van je overlevingsstrategieën. Oneerlijkheid, onwaarheden vertellen, halve leugens, halve waarheden en smoezen namen mogelijk steeds meer plaats in in je leven en met oneerlijkheid naar buiten toe naar alle waarschijnlijkheid ook zelfbedrog. Liegen werd een gewoonte. Want waarom en voor wie zou je nog eerlijk zijn?

    Onderzoek eens bij jezelf:

    • Ben ik gaan liegen?
    • Ben ik halve waarheden gaan spreken?
    • Ben ik gaan liegen uit angst?
    • Heb ik moeten liegen om m’n vege lijf te redden?
    • Ben ik gaan liegen uit gewoonte?
    • Op welk moment in mijn jeugd heb ik besloten geen energie meer te steken in leugens?
    • Wat doe ik nu met liegen, loog, bedrogen als volwassene?
    • Wie bedrieg ik?
    • Hoe zit het bij mij met zelfbedrog?
  • Schaduwpatronen

    Overlevingspatronen

    Overlevingspatronen zijn patronen die je – als gevolg van het vroege verlies van je ouder – hebt aangeleerd om te overleven. Om jezelf in stand te kunnen houden. Overlevingspatronen hebben in de loop van je leven je gedrag in veel gevallen vergaand beïnvloed. Je kunt zelfs zeggen dat overlevingspatronen een (groot) deel van je identiteit zijn gaan uitmaken. Bijvoorbeeld in hoe je je manifesteert in de buitenwereld: jezelf zo onzichtbaar mogelijk maken (‘Mij niet gezien’ of: ‘Dit gaat niet over mij’). Of je altijd aanpassen (‘Van mij zal niemand last hebben’ ). Of altijd zorgen voor anderen (‘Dat doe ik wel’). Of hele hoge (en onrealistische) eisen aan jezelf stellen, waardoor je altijd moet presteren. (‘Ik doe altijd mijn best’).

    Overlevingspatronen zijn patronen die je hebben geholpen jezelf in stand te houden. Je hebt ze gebaseerd op talenten die in je in aanleg had, zowel als mens als in de unieke mens die jij bent. Ze hoeven geen zelfondermijnende overtuigingen te zijn.

    Zelfondermijnende overtuigingen

    Zelfondermijnende overtuigingen zijn overtuigingen waarmee je jezelf onderuit haalt. Ze komen voort uit je basale gebrek aan zelfvertrouwen, uit je tekort aan eigenwaarde en zelfrespect en uit je twijfel aan je bestaansrecht. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoor er niet bij.’ ‘Mij lukt dat niet.’ ‘Ik ben anders.’ ‘Ik ben niets waard.’ ‘Mij helpt dat niet’. ‘Ik kan het niet.’ Was ik maar nooit geboren.’

    Schaduwpatronen

    Zelfondermijnende overtuigingen heb ik in Verlaat Verdriet-verband schaduwpatronen genoemd. Schaduwpatronen zijn ontstaan in de schaduwkant – in de eenzaamheid – van je kindbestaan. Daar waar je, als gevolg van de vroege dood van je ouder, tekort kwam aan zorg, aandacht, liefde, educatie en cultuur. Waardoor je je onvoldoende op een gezonde en evenwichtige manier hebt kunnen ontwikkelen. Je ontwikkelde als gevolg daarvan een ‘negatieve identiteit’. Een identiteit die je nog steeds in de schaduwkant van het leven houdt. Die een onderstroom heeft van: NEE. En: NIET. Deze schaduwpatronen zijn met je meegegroeid naar de volwassene die je nu bent en ze hebben nog steeds (grote) invloed op de manier waarop je handelt. Maar nogmaals: het zijn geen overlevingspatronen. Ze hebben nooit tot doel gehad je te helpen met overleven. Ze hebben je nooit geholpen met overleven. Ze helpen je nog steeds niet met overleven. En ze helpen je al helemaal niet met leven. Integendeel. Ze hebben je vertrouwen en je zelfvertrouwen ondermijnd, en dat doen ze nog steeds. Twijfel, scepsis, schaamte, schuld, wrok en ongeloof zijn deel uit gaan van de manier waarop je naar jezelf, naar andere mensen en naar het leven kijkt. Schaduwpatronen kosten je ongelofelijk veel energie en leveren je uitsluitend negatieve energie op.

    In het licht zetten

    Zoals alle schaduwpatronen zijn ook deze schaduwpatronen beweeglijk en verdwijnen ze door ze in het licht te zetten. Ze hebben de eigenschap je angst te bezorgen. Grote en diepgevoelde angsten. Verleid jezelf. Zoek hulp. Overwin je angsten. Zet de schaduwpatronen die je hebt ontwikkeld in het licht en ervaar hoe je stappen zet in het proces van overleven naar leven!

  • |

    Verbinden & vertrouwen

    Verbinden en vertrouwen zijn kernwaarden in het leven. Ieder mens – misschien een enkele pilaarheilige daargelaten – heeft het nodig zich verbonden te voelen: verbonden met andere mensen, verbonden met je omgeving, verbonden met jezelf, verbonden met het leven en vertrouwen te hebben: vertrouwen in andere mensen, vertrouwen in je omgeving, vertrouwen in jezelf, vertrouwen in het leven. En juist met verbinden en vertrouwen hebben veel Verlaat Verdriet-ers nogal eens problemen.

    De meeste Verlaat Verdriet-ers kwamen uit hele gewone gezinnen en waren veilig – dat wil zeggen ‘heel gewoon’ – gehecht in de tijd dat hun ouder overleed. Of waren op weg in een veilige en vertrouwde omgeving veilig gehecht te raken. Hechten hebben de meeste Verlaat Verdriet-ers dan ook wel geleerd. Veilig losmaken – losmaken is in vertrouwen leren loslaten – daarentegen niet. Met als gevolg dat Verlaat Verdriet-ers in veel gevallen de grootst mogelijke moeite hebben los te laten (en dat in een tijd waarin loslaten de toverformule voor het oplossen van welk probleem dan ook lijkt te zijn!).
    De vroege dood van je ouder betekende ook – en misschien wel vooral – een breuk met vertrouwen. Vertrouwen in andere mensen. Vertrouwen in je omgeving. Vertrouwen in jezelf. Vertrouwen in het leven. Verliesangst tekent het leven van veel Verlaat Verdriet-ers. Wellicht ook dat van jou. Met als gevolg dat je een allesoverheersende behoefte aan controle hebt ontwikkeld, die een groot deel van je leven je handelen en je handelingen bepaalt en heeft bepaald.

    Vertrouwen en verbinden zijn kernthema’s van Verlaat Verdriet. In de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet onderzoek je onder meer je vermogen om je te verbinden en te vertrouwen en krijg je handvatten aangereikt die je helpen je vermogen om te vertrouwen en te verbinden te helen. Gedurende de jaartraining leer je – en ervaar je – hoe je aan (zelf)vertrouwen wint en hoe je je meer verbonden kunt voelen met andere mensen, met je omgeving, met jezelf en met het leven.