• |

    Misgelopen: puberteit

    Steeds meer word ik me ervan bewust hoezeer Verlaat Verdriet-ers een gezonde pubertijd zijn misgelopen. Het ultieme losmaak-proces in je jeugd, waarin je je – als het goed is binnen de veiligheid van de onvoorwaardelijke liefde die eigenlijk alleen ouders aan hun kinderen kunnen bieden – los leert maken van je ouders en de cultuur waarin je bent opgevoed.

    Dat basale gebrek aan zelfvertrouwen dat veel Verlaat Verdriet-ers voelen – en dat voor de meeste van hen herkenbaar is (en vaak fysiek voelbaar) is ongetwijfeld mede veroorzaakt door deze misgelopen losmaak-oefening. Een forse en levenslang voelbare aanslag op de ontwikkeling van je identiteit!

  • |

    Preventie

    Kinderen helpen

    ‘Wat kun jij, vanuit jouw Verlaat Verdriet-ervaring, zeggen over hoe je kinderen kunt helpen die een ouder hebben verloren?’ is een vraag die me vaak wordt gesteld.

    Over het algemeen voel ik me wat ongemakkelijk met die vraag. Ik ben gespecialiseerd in het werken met volwassenen die in hun jeugd een ouder hebben verloren. Dat wil niet zeggen dat ik dus ‘zomaar’ weet hoe je kinderen zou kunnen helpen. Bovendien weet ik te goed hoe complex de gevolgen van jong ouderverlies kunnen zijn.

    Een paar antwoorden heb ik en die wil ik graag aan je doorgeven.

    Kinderen helpen die een ouder hebben verloren

    • Heb niet de illusie dat je kunt voorkomen dat een kind ‘er’ later last van krijgt. Die illusie draagt de kern in zich van wat je juist probeert te voorkomen.
    • Erken dat een kind dat een ouder verliest een primordiaal verlies – een verlies van de eerste orde – lijdt. Een verlies van dezelfde orde als voor een ouder het verlies van een kind. Erken tenminste hoe moeilijk het voor jou als volwassene is dat echt als gegeven te erkennen.
    • Realiseer je dat een kind dat een ouder verliest veel meer verliest dan die ouder alleen. In veel gevallen (bijna alle gevallen) vinden er vervolgverliezen – en transities plaats die allemaal nog weer eens invloed hebben op de manier waarop het kind verder groot wordt.
    • Zet uit je hoofd dat jonge kinderen later minder last zouden hebben van het verlies van een ouder. Vergeet ideeën als: ‘Ze zijn nog zo jong’, ‘Ze zijn zo flexibel’, ‘Het heeft haar/zijn ouder niet/nauwelijks gekend, het kan die ouder dus helemaal niet missen’. Zet al deze clichés uit je hoofd en realiseer je dat het leven van deze kinderen (ongeveer) is begonnen met een ingrijpend verlies en word je ervan bewust dat (nog) niet talig zijn niets zegt over de omvang van het verlies. Ruptuur kent geen leeftijd.
    • Erken dat de huidige, breed gedragen, visie op rouw een visie is die gebaseerd is op het lineaire vooruitgangsdenken, tevens gebaseerd op maakbaarheid en prestatiegericht. Kinderen die een ouder verliezen hoeven geen rouw-prestaties te leveren. Ze hoeven niet te bewijzen dat ze over veerkracht beschikken. Die veerkracht hebben ze, die gebruiken ze meer dan jij waarschijnlijk beseft en als ze later groot zijn blijken ze dank zij die veerkracht overlevingspatronen te hebben ontwikkeld (en met die overlevingspatronen moeten ze later nog wel eens aan het werk – en dat heet dan Verlaat Verdriet – maar heus: ook dat kunnen ze echt heel goed).
    • Weet dat je maar heel weinig kunt doen voor een kind, maar weet dat het weinige dat je kunt doen wel heel belangrijk kan zijn: namelijk aanwezig zijn. ‘Hou me vast’ is het grootste verlangen van veel Verlaat Verdriet-ers. ‘Hou me gewoon vast en zeg en doe niets anders dan me vasthouden’. Er zijn voor een kind betekent: aanwezig zijn. Het betekent niet het kind opzadelen met duizend-en-een tips, adviezen en zorg of lastig vallen met vragen (waar het kind helemaal geen trek in heeft ze te beantwoorden) om te voorkomen dat het er later last van zal gaan hebben. Door werkelijk aanwezig te zijn laat je het kind voelen dat het, ondanks de dood van de ouder – en ondanks het feit dat de dood in haar/zijn bestaan heeft ingebroken – deel uit blijft maken van het leven.
    • Realiseer je dat dertig jaar en langer geleden volwassenen de mening waren toegedaan dat kinderen niet konden rouwen, maar dat de volwassenen van nu van de weeromstuit zijn gaan denken dat kinderen moeten rouwen en dat een kind het verlies van een ouder al in haar/zijn jeugd moet verwerken. Als je hier eens goed bij stil staat weet je zelf dat dat zeer onwaarschijnlijk is (ofwel: hier ligt je kans om je eigen betekenis als ouder eens wat nader te onderzoeken).
    • Je hoeft geen opleiding te hebben gehad om gewone, oeroude, menselijke dingen te doen: steun geven bij verlies. Aanwezig zijn, dus.
    • Weet je zeker dat je je bezig houdt met het kind, in plaats van met (antwoorden op) levensvragen die je zelf hebt?
    • Leer kinderen dat hulp vragen geen teken van zwakte is en dat hulp vragen geen teken is van falen.
    • Erken dat het kind later waarschijnlijk nog wat te doen heeft: erken dat Verlaat Verdriet heel gewoon is, en verlate rouw een heel natuurlijk proces.

    kinderen helpen die een ouder gaan verliezen

    ‘Zou je een beetje trots op me zijn’ is een vraag die veel Verlaat Verdriet-ers hebben aan hun overleden ouder hebben. ‘Doe ik het een beetje goed in je ogen?’
    Maar ook: ‘Je had toch wel een boodschap, of in ieder geval ‘iets’ voor me achter kunnen laten?’

    Realiseer je hoe belangrijk het kan zijn voor een kind om later iets in de handen te kunnen houden dat speciaal door de ouder die er niet meer is, juist voor dat kind, is gemaakt of geschreven.
    Wat wil je dat juist dat kind van jou weet. Wat betekent juist dat kind voor jou. Wat zou je juist aan dat kind door willen geven over het leven. Wat zou je juist aan dat kind door willen geven over jouw leven.

    Speciaal

    Het hoeft niet groot of veel of omvangrijk te zijn, maar heel gewoon. Je handschrift. Een klein briefje. Een foto. Een gedicht. Een lied. Je hartewens. Een anekdote. Een familie-grap. Noem maar op.

    Herinneringsboekje

    Om ouders in deze situatie te helpen hebben Juliette Reinders Folmer en Titia Liese het wereldwijde project www.remembermewhenimgone.org gemaakt, dat als basis een concept herinneringsboekje heeft – in ruim honderd talen vertaald – en dat iedereen, waar ook ter wereld, gratis kan downloaden.

  • |

    Verwerkdwang

    Tot ver in de 20e eeuw waren mensen de veronderstelling toegedaan dat kinderen niet konden rouwen. Kinderen werden niet als nabestaanden gezien, ook niet als ze een ouder verloren door overlijden. Ze werden niet bij de dood betrokken – noch bij de aanloop naar het overlijden, noch bij de uitvaart. In veel gevallen werd er nooit meer over de ouder gesproken. Het grote zwijgen was begonnen.

    In de tachtiger jaren kwam daar verandering in. Er werd geschreven over kinderen en rouw, en hoe kinderen die een verlies hadden geleden het beste kunnen worden geholpen. Kinderen kunnen wel rouwen, is sinds die tijd de boodschap. Net als volwassenen krijgen ze in onze tijd de boodschap dat een verlies verwerkt moet worden, dat je je moet leren aanpassen aan de nieuwe situatie, dat je het verlies achter je moet laten en dat je verder moet gaan met je leven. Talloze boeken en boekjes zijn sinds die tijd verschenen over kinderen en rouw. Maar hoe ziet de werkelijkheid er uit? Is al die hulp er echt voor kinderen? Hoeveel kennis is er over de werkelijke gevolgen van het verlies van een ouder als je nog volop in ontwikkeling bent – behalve bij ons Verlaat Verdriet-ers? En daar wringt voor mijn gevoel de schoen.

    In plaats van zwijgplicht is de verwerkplicht gekomen. Konden wij nog zeggen: er werd niet meer over gepraat – (jong) volwassenen van nu kunnen dat niet meer zeggen. Het idee dat het allemaal veel beter gaat tegenwoordig overheerst het algemene denken. Het gaat nu allemaal veel beter, er is veel meer aandacht voor kinderen en rouw en daarom hoeven ze er dus later geen problemen meer mee te hebben. En wat kunnen die kinderen die nu volwassen zijn geworden nog zeggen? Ze hebben de kans gehad. Als ze nu nog problemen hebben, dan is dat aan henzelf te wijten. Zij hebben het niet goed gedaan. Zij hebben gefaald. Zij zijn de losers. En ze houden liever hun mond, met alle gevolgen van dien.

    Uiteindelijk zijn we dus van zwijgplicht via verwerkplicht bij zelfopgelegd zwijgen terechtgekomen en het grote zwijgen over de gevolgen van de vroege dood van een ouder wordt – ondanks alle goede bedoelingen – gecontinueerd.