• | |

    Moederdagkaart

    Aan het einde van de middag ga ik nog een paar boodschappen doen in mijn favoriete supermarkt, aan de andere kant van het dorpscentrum. Het is niet overdreven druk in de winkel, maar aan alle kassa’s is een soort van opstopping. Daar is het wel druk, en er hangt een wat geïrriteerde sfeer. Bij elke kassa gaat iets mis. Zelf ga ik bij de kassa staan van mijn favoriete kassamedewerkster. Rond de twintig jaar. Vandaag strak in een grote, paarse hoofddoek. Ziet er weer kunstig uit.

    Er wordt iets geroepen tussen verschillende kassamedewerkers. Ik begrijp dat het gaat om een stapel kaarten, die naast de kassa ligt. Die kaarten worden aan de klanten meegegeven. Voor Moederdag. Ik schuif wat op, en kom steeds dichter bij de kaarten. Moederdag. Mijn moeder is al 55 jaar geleden overleden, bedenk ik me. Zal ik het zeggen als ze ook mij zo dadelijk vraagt of ik een kaart wil? ‘Ik geef er wel drie mee’, roept mijn favoriete kassière naar haar collega. ‘Dat mag helemaal niet. Je mag er maar één meegeven’, roept haar manlijke collega terug. ‘Vijf-en-vijftig jaar’, denk ik nog eens. ‘Zal ik? Ga ik het zeggen?’

    Ik ben aan de beurt. Reken af met mijn favoriete kassière. ‘Wilt u een kaart?’ zegt ze. ‘Hoeft niet’, zeg ik, ‘mijn moeder is al vijf-en-vijftig jaar dood’. ‘Geeft niet’, zegt ze, ‘dan stuurt u hem gewoon ergens anders naar toe’.
    Als ik buiten kom moet ik een beetje lachen. Is het die Moederdag-kaart die je vroeger op school moest maken en die je ‘dan maar voor iemand anders’ moest maken?

    Nee, dat is het niet. Maar wat het wel is, weet ik even niet.
    Thuisgekomen weet ik het ineens: zou ze me zo oud vinden dat het niet eens in haar op komt dat ik ook een moeder heb gehad?

  • |

    Verontrustend

    Donderdagnamiddag 2 mei. Op het laatste moment ren ik nog even naar de bibliotheek. Mijn boek is uit. Ik wil nog een nieuw. Ik lees graag in mijn bed, voor het slapen gaan. Ik probeer al een tijdje mijn tamelijk ernstige verslaving aan Scandinavische (literaire) thrillers te beheersen. Ik weet best dat er ook heel veel andere boeken zijn die de moeite van het lezen waard zijn. Maar Scandinavische thrillers….. Niet dat ze allemaal zo goed zijn, maar de meeste Scandinavische auteurs zijn traditiegetrouw goeie vertellers. En als je leest, is het toch fijn een goed geschreven verhaal te lezen. En bovendien, zo heb ik al lezend ontdekt, spelen bijna altijd in deze boeken mensen een hoofdrol die in hun jeugd een ouder hebben verloren door de dood. Is het niet de dader, dan is het wel de speurder. En niet zelden beiden. Bij binnenkomst in de bibliotheek zie ik mijn goeie voornemen al de mist in gaan op een manier die, vrees ik, kenmerkend is voor verslavingen. Je wilt wel anders, maar……..

    Ik zie het nieuwe boek staan van Lars Kepler bij Nieuwe Aanwinsten: Slaap. Het is al laat. Veel tijd om een ander boek te kiezen heb ik niet. Zie je: zo werkt dat met verslavingen. Ik kan er niets aan doen. Het staat er. En ik neem het mee. En begin er in. En lees door en door. Een verontrustend boek. En ja: ook in dit boek hoofdrolspelers die in hun jeugd een ouder verloren door overlijden. Niet één, maar meer. Inclusief beschrijvingen van de ervaringen die deze volwassenen in hun jeugd hebben gehad tijdens en na het overlijden van hun ouder.

    Wat is er toch aan de hand? Waarom wordt in ‘het gewone leven’ de gevolgen van jong ouder verlies nog altijd zo ontkend? Zo gebagatelliseerd? Waarom wil nog steeds niemand het weten? Waarom leeft ook in de wetenschappelijke wereld, althans voor zover ik dat waarneem, nog altijd het idee ‘dat de meeste kinderen er later geen last van hebben’? Wordt het niet eens tijd te onderzoeken wat dat dan eigenlijk is: er later geen last van hebben?

    Soms word ik er zo treurig van. Of zo opstandig. Of zo boos. Of zo verontrust. Of alles tegelijk.
    Hoe lang moet het nog duren, de telefoontjes die ik krijg van mensen die mij vinden via het web en me laten weten: eindelijk! Na al die jaren van therapie, lees ik eindelijk over mezelf.   Twintig, dertig, veertig jaar na het overlijden van de ouder. Volwassenen die nu 40, 50, 60, 70 jaar zijn en die zich eindelijk, via mijn site, erkend voelen in wat ze vaak zelf al jaren en jaren hebben vermoed. Is dat niet hemeltergend? En op z’n minst verontrustend?