• Schrikreacties

    Een rustig weekend, hoewel ik wel onrust voel over het komende gesprek met de oncoloog. Weet ik het echt allemaal wel zo zeker? Heb ik echt besloten? Wat ben ik blij met het gesprek dat ik op 13 mei met H. heb mogen hebben. Wat heeft het mij veel gebracht dat hij, zowel vanuit aanwezigheid als mens als vanuit zijn deskundigheid als huisarts, naar mij heeft willen en kunnen luisteren. Mij heeft geholpen gedachten onder woorden te brengen en die uit te spreken, zodat ik mijn eigen gedachtegang kon volgen, mijn eigen aarzelingen kon horen en mijn eigen conclusies heb kunnen trekken.
    Een paar mensen heb ik verteld over mijn komende afspraak met mijn eigen huisarts over zijn standpunt over euthanasie. Waar ik al een beetje bang voor was gebeurde een paar keer: een aantal van de mensen die ik erover vertelde trok de conclusie dat ik niet meer tot positief denken in staat ben. Dat ik me neerleg bij een naderende dood. Dat ik niet meer bereid ben te vechten (wat dat dan ook maar zou mogen zijn). Ik was erop voorbereid, maar ik vind deze reacties toch elke keer weer lastig. Wat een ingewikkelde kant is dat toch aan de steun van vrienden. Het is zo fijn dat ze er zijn, ik voel me zo gedragen door hun liefde en hun aandacht. Maar o, wat vind ik deze reacties toch lastig om mee om te gaan!

  • Euthanasievraag

    Vandaag dus niet naar Doetinchem – een extra dag vrij. Tijd om mijn huisarts te bellen. Nog steeds ben ik me, meer dan de vorige twee keren, ervan bewust dat mijn leven wel heel snel afgelopen kan zijn. Dat de kanker nu in mijn hele lijf aanwezig zou kunnen zijn. Mijn huisarts is sinds iets meer dan vijftien jaar, sinds het midden van het eerste borstkankertraject, mijn huisarts. Het tweede borstkankertraject heeft hij dus helemaal meegemaakt. Toch ben ik er tot nu toe niet toegekomen hem te bevragen op zijn standpunt over euthanasie, ondanks alle keren dat ik me voornam dat wel te doen. Maar nu moet het, ik kan er nu niet meer omheen. Ik bel de huisartsenpraktijk en maak een afspraak voor aanstaande maandagochtend.

  • Pas op de plaats

    Het gesprek met Martin is prettig geweest. Het heeft me goed gedaan. Vanochtend ben ik naar Doetinchem gereden voor de afspraak die ik met Joyce de Schepper heb gemaakt, om haar te vragen me een helpende hand te bieden bij het verder schrijven van de Amor Fati-reeks. Verbazing bij mij. De partner van Joyce laat me binnen en vertelt me dat Joyce er niet is. Wat nu: daar kan ik me bij Joyce niets bij voorstellen – wat is hier misgegaan? Anderhalf uur later komt Joyce binnenrennen. Duidelijk wat er is gebeurd: ik ben een dag te vroeg! Gelukkig heeft ze tijd om een paar uur met me aan het werk te gaan. En ook dat doet me goed. We spreken af dat Joyce me in september een mail stuurt om te vragen of ik al begonnen ben. Dat geeft me een soort van dead-line, maar ook ruimte. Ik ben er blij mee!
    En verder neem ik me voor om eerst gewoon de geplande (en de niet geplande) workshops te gaan doen en Maak de reis van je leven op Terschelling. Na De reis van je leven bekijk ik opnieuw wat ik op wil, en wat ik op kan pakken. Voorlopig hoeft er even helemaal niets anders dan de workshops, de Terugkomdagen en De reis van je leven op Terschelling. Da’s ruim voldoende om het goed te kunnen doen.

  • Ik sta er niet achter

    Ik heb er een nachtje over geslapen, dat had ik nodig. Gisteren wist ik: als ik vannacht wakker schrik en ik ga van alles verzinnen om mezelf gerust te stellen, dan heb ik niet het goede besluit genomen (om geen nabehandelingen aan te gaan). Het tegendeel gebeurt. Halverwege de nacht word ik wakker. Ik lig stil, op m’n rug en voel me heel rustig. Dan, plotsteling, is het alsof op allerlei plekken in mijn lijf energievonkjes ontstaan. Alsof er op een heleboel plaatsen in mijn lijf kleine mannetjes en vrouwtjes vreugdendansjes maken. Ze doet het niet! Ze doet het niet!
    Steeds weer in de afgelopen tijd heb ik het gevoel gehad dat er met chemo- en ook met hormoontherapie zoveel in mijn lijf kapot wordt gemaakt wat nu goed is en gezond, dat er eerder ruimte wordt gemaakt voor nieuwe kanker, dan dat er voor wordt gezorgd dat er geen nieuwe kanker komt. Ik ontleen geen enkel gevoel van veiligheid aan het idee dat het me zal helpen. Integendeel. En niemand die me zeggen kan of het onomkoombaar is. Niemand die weet of het echt nodig is. Te vaak zijn ook de woorden door mee heen gegaan die de oncologe twee jaar geleden tegen me sprak: mevrouw, u moet er helemaal achter staan. Als u er niet helemaal achter staat, volbrengt u het niet. Daarvoor is het veel te zwaar. En als u het niet volbrengt, dan is alles wat u wel hebt ondergaan voor niets geweest. Ik voel dat het besluit dat ik nu heb genomen goed is. Ik hoop dat het ook goed blijft voelen, al weet ik dat twijfel zo nu en dan de kop zal opsteken. Maar ook dan herinner ik me haar woorden: mevrouw, u kunt altijd bij ons terugkomen. Vanochtend bel ik het ziekenhuis, en ik zeg dat ik het niet doe.
    Zo gauw ik het ziekenhuis telefonisch kan bereiken bel ik op. Ik vraag naar de oncologieverpleegkundige die ik al langer ken en krijg haar aan de telefoon. Dokter T. heeft me gisteren een week bedenktijd gegeven, maar die heb ik niet nodig. Ik doe het niet. Zeg maar wat ik nu verder moet doen. Dr T. hoef ik niet meer te spreken. We kennen elkaar toch niet. De verpleegkundige raadt me aan wel met dr. T. te gaan praten. Beter voor het proces, zegt ze, om het hem zelf te zeggen. Daar heeft ze vast gelijk in. Maar het afrondingsgesprek wil ik graag met dr. S. zeg ik. Dat kan. Ze maakt twee afspraken voor me. Komende dinsdag dr. T. en komende woensdag dr. S.