• | |

    Huilen en lachen met ervaringsgenoten

    Altijd weer hoor ik het van Verlaat Verdriet-ers. Het verlangen er nu maar eens vanaf te zijn. Het nu maar eens achter zich gelaten te hebben. Om dan, na verloop van tijd, weer te constateren ‘Het zit er nog steeds. Het is nog steeds niet over’. Wat een teleurstelling.

    Achter je laten

    Decennia lang zijn we opgevoed met het idee dat je een verlies moet verwerken. Een plekje moet geven. Los moet laten. Achter je moet laten. Verder te moeten met je leven.
    Dat deze manier van denken niet klopt, daar komen we langzaam maar zeker achter. Hoe funest deze manier van denken is geweest (en is!) voor Verlaat Verdriet: dat wordt nog steeds niet gezien. Laat staan onderkend. Laat staan erkend. Dat kinderen in hun jeugd de dood van hun ouder(s) zouden kunnen verwerken zegt meer over de manier van denken van wetenschappers, dan over de ervaringen van Verlaat Verdriet-ers.

    Helen

    Altijd weer vertel ik Verlaat Verdriet-ers die teleurgesteld zijn omdat het nog steeds niet over is, dat de ruptuur van toen – het trauma – heling nodig heeft. Dat een verlaat rouwproces niet alleen gaat over verdriet om je overleden ouder, maar ook gaat over wie je bent geworden. Gaat over rouw om het leven dat je niet hebt gehad (je leven met je ouder). Over rouw om het leven dat je wel hebt gehad (je leven zonder je ouder).

    Delen

    Helen gaat over genezen. Genezen van de wond. Helen heeft tijd nodig. Liefde. Dat doe je door aandacht te besteden aan het verlies van toen als het weer opspeelt. Woorden te geven aan gevoelens. Woorden te delen. Gevoelens te delen. Met mensen die jou begrijpen. Met mensen die jij begrijpt. Mensen met wie je kunt huilen. Mensen met wie je kunt lachen. Met ervaringsgenoten.

  • | |

    Ik, mijn moeder en borstkanker

    Deze maand is het tien jaar geleden dat ik voor de derde keer te horen kreeg dat ik borstkanker had. In 1998 kreeg ik deze mededeling voor de eerste keer.
    ‘En ik ga hier niet aan dood.’ flitste die eerste keer door me heen. Mijn moeder overleed door borstkanker toen ik acht jaar was. Haar dood veranderde mijn leven. Voorgoed.

    Angst

    Zolang ik me kon herinneren was ik bang geweest dat ik – net als mijn moeder – aan borstkanker dood zou gaan. Controleren liet ik me nooit. Als je het hebt ga je dood. Mijn volwassen hoofd wist heel goed dat tegenwoordig niet iedereen dood gaat aan borstkanker. Maar mijn ‘kind-hoofd’ raakte totaal in paniek bij de gedachte alleen al.
    Operatie. Bestraling volgde. Meer nabehandelingen waren niet nodig. Mijn leven veranderde nog een keer. Voorgoed. Voortaan kon ik leven zonder angst voor borstkanker. Ik was er niet aan dood gegaan.

    Geen nabehandelingen

    Iets meer dan tien jaar later. Opnieuw. Dezelfde boodschap. Andere borst. ‘Sommige vrouwen kiezen ervoor geen nabehandeling te doen. En dat respecteren wij’ zei de chirurg tegen me. Ik was perplex. Dat kon dus ook. De bestralingen waren al begonnen. Die heb ik afgemaakt. De geadviseerde verdere nabehandelingen heb ik geweigerd. ‘U kunt er altijd op terugkomen’ zei de oncologe. Voor mij was dat genoeg.

    Deskundige

    ‘Mevrouw, wat kan ik u vertellen. U bent hier de deskundige’ zei de medisch specialist tegen me toen tien jaar geleden voor de derde keer kanker was gevonden. Deze keer in de borst van de eerste keer. Amputatie volgde. De geadviseerde verdere nabehandelingen heb ik ook bij de derde keer geweigerd.

    Keuze

    Tien jaar is het inmiddels geleden. Nog altijd voel ik het respect van de medisch specialisten. Voor mij. Als patiënt.
    Maar bovenal kan ik nog altijd voelen hoe de keuzes voelden die ik maakte. Toen mijn moeder overleed had ik geen keuze. Mijn leven veranderde. Voorgoed. Ik stond aan de kant. En kon niets doen.
    Bij de borstkanker had ik een keuze. Die heb ik – weloverwogen – gemaakt.
    Mijn leven veranderde. Opnieuw. Ik had een keuze. En ik ben er nog.

  • | |

    Angst mijn vader voorgoed te verliezen

    ‘Eindelijk durf ik het onder ogen te zien.’
    Aan het einde van de workshop kijkt een van de deelnemers ons wat onzeker aan. Of eigenlijk moet ik zeggen: wat onwennig aan.
    ‘Nu durf ik het eindelijk onder ogen te zien. Al die therapieën die ik in mijn leven heb gevolgd. (En dat waren er heel wat). Aldoor weer. Met volle inzet. Maar nu weet ik: eigenlijk altijd met de bedoeling niet te hoeven doen wat ik moest doen. De dood van mijn vader onder ogen zien. Zijn dood accepteren. Te voelen wat ik moest voelen.
    Nu begrijp ik eindelijk waarom ik dat deed. Altijd ben ik bang geweest mijn vader voorgoed te verliezen. Altijd ben ik bang geweest dat ik hem dan voorgoed kwijt zou raken.’

    Om de hete brij heen draaien

    Zelf herken ik wat deze Verlaat Verdriet-er zegt. Ook in mijn eigen verlate rouwproces kwam het moment waarop ik me dat realiseerde. ‘Al die therapieën die ik in de afgelopen jaren heb gevolgd, hebben er vooral voor gezorgd dat ik eindeloos om de hete brij heen kon blijven draaien. Te voelen wat ik moest voelen. De angst mijn moeder voorgoed kwijt te raken als ik haar dood zou accepteren.’

    Lezen

    Jaren geleden las ik het boek Uit de tijd vallen van de Israëlische schrijver David Grossman. David Grossman verloor zijn zoon Uri in een van de Israëlische oorlogen. Hij weigerde het rouwproces om zijn zoon aan te gaan. Het verlies van zijn zoon te accepteren. Uit angst zijn zoon voorgoed kwijt te raken.

    Opnieuw verbonden

    Totdat deze vader volkomen vast liep. Niet anders meer kon dan te gaan rouwen om het verlies van zijn zoon.

    Hij raakte zijn zoon niet voorgoed kwijt.
    Integendeel.
    Hij verbond zich opnieuw met zijn zoon.
    Met de zoon die heeft geleefd.

  • | | |

    Het geknetter in de sterren

    Stiefmoeder

    In Het geknetter in de sterren van Jón Kalman Stefánsson moet de kleine jongen die net zijn moeder heeft verloren een nieuw woord leren: stiefmoeder.
    ‘Nu ga je het krijgen,’ zeggen zijn vriendjes als de jongen een stiefmoeder krijgt. En omdat zijn vader vaak weg is, vlucht de jongen met zijn tinnen soldaatjes in een droomwereld. Hele legers helpen hem te strijden tegen zijn eenzaamheid.
    Hij krijgt ook aandacht van zijn grootmoeder. Zij vertelt hem verhalen over haar ouders.  De ondernemende overgrootvader die de familie tot aan de afgrond bracht. En de overgrootmoeder die afsprak met een kapitein.
    In poëtische zinnen vangt de volwassen verteller zijn jeugd en zijn familie.

    Jón Kalman Stefánsson

    Jón Kalman Stefánsson (1963), geboren in Reykjavik. Deze roman vertelt het verhaal van een naamloos jongetje dat woont in ‘een stad die Reykjavik heet’, in zijn eentje opgroeit bij zijn vader en eindeloos gesprekken voert met zijn tinnen soldaatjes. Langzaam begrijp je dat de moeder kort daarvoor is overleden. In interviews heeft Stefánsson niet verhuld dat hem min of meer hetzelfde is overkomen.

    Stefánsson behoort tot de grootste Europese schrijvers van deze tijd. In een poëtische en beeldende stijl schrijft hij romans die zich afspelen in IJsland. Stefánsson werd genomineerd voor de Nordic Council Literature Prize en won zowel de IJslandse literatuurprijs als de Per Olov Enquist-prijs. In 2019 werd hij geridderd in de Orde van de Valk.

    Het geknetter in de sterren