As in tas
‘Maar onze moeder ging dood en mijn vader stond er alleen voor.’ Vorige week las ik het nieuwe boek van Jelle Brand Corstius: As is tas. Prachtig boek, waarin hij vooral de ingewikkelde relatie beschrijft die hij met zijn vader (en enfant terrible) Hugo Brandt Corstius had. Op drie-jarige leeftijd…
‘Maar onze moeder ging dood en mijn vader stond er alleen voor.’
Vorige week las ik het nieuwe boek van Jelle Brand Corstius: As is tas.
Prachtig boek, waarin hij vooral de ingewikkelde relatie beschrijft die hij met zijn vader (en enfant terrible) Hugo Brandt Corstius had.
Op drie-jarige leeftijd verloor Jelle BC (geboren 1978) zijn moeder Henriëtte.
Mijn vader stond er alleen voor
‘Als je kijkt naar de jeugd van mij en mijn zussen is het eigenlijk een wonder dat we alle drie goed terecht zijn gekomen. Natuurlijk was het niet de keuze van mijn vader om ons op te voeden. Het was onze moeder die kinderen wilde, niet hijzelf, zoals hij ons vaak genoeg vertelde (ook niet echt pedagogisch verantwoord, welbeschouwd).
Maar onze moeder ging dood, en mijn vader stond er alleen voor.’
Mijn vader zat boven in zijn kamer
Door het hele boek lees je – en voel je – de eenzame jeugd van dit kind, dat zonder zijn moeder groot heeft moeten worden.
‘Over het algemeen was mijn vader behoorlijk afwezig. Op een dag besloot ik met mijn twee zussen weg te lopen. Vanuit ons huis in de Corellistraat liepen we naar de RAI, voor een tienjarige een enorme onderneming naar de rand van het bekende. Bij de RAI concludeerden we dat het toch beter was om terug te gaan, aangezien we niet wisten hoe we verder moesten. Bovendien hadden we ons doel toch al bereikt, door onze vader ongerust te maken. Na twee uur kwamen we weer thuis. Mijn vader zat boven in zijn kamer, en had niets gemerkt.’
De realiteit van jong ouderverlies
Aan goedbedoelende adviseurs geen gebrek als het gaat om kinderen en rouw. Maar hoeveel van deze goedbedoelenden hebben contact met de realiteit van jong ouderverlies?
Hoeveel van hen realiseren zich, dat al die ouders die hun partner verliezen en voor de taak komen te staan hun nog (heel) jonge kinderen alleen op te voeden, niet plotseling veranderen van ouders met hun eigen beschadigingen, hun eigen tekortkomingen, hun eigen blauwe plekken, hun eigen eigenaardigheden, hun eigen rugzak(je) in begenadigde opvoeders?
Hoeveel van deze goedbedoelenden realiseren zich de realiteit van het dagelijks leven van kinderen die een ouder zijn verloren door de dood?
‘Mijn vader zat boven in zijn kamer, en had niets gemerkt.’
‘Maar onze moeder ging dood, en mijn vader stond er alleen voor.’

