Droom van mijn vader
Vannacht droomde ik van mijn vader. Ik droom niet zo heel vaak van mijn vader, maar vannacht dus wel. Voor zover ik me herinner zag ik hem niet. Horen deed ik hem des te beter. ‘Ik heb altijd wel geweten dat je maar een heel klein middelmaatje was’ zegt hij tegen me. ‘Een heel klein…
Vannacht droomde ik van mijn vader.
Ik droom niet zo heel vaak van mijn vader, maar vannacht dus wel. Voor zover ik me herinner zag ik hem niet. Horen deed ik hem des te beter.
‘Ik heb altijd wel geweten dat je maar een heel klein middelmaatje was’ zegt hij tegen me. ‘Een heel klein middelmaatje?’ vraag ik hem. ‘Ja, bij de hele kleine middelmaatjes bungelde jij ergens onderaan’, zegt hij gedecideerd tegen me.
‘Als mammie niet was doodgegaan, zou ik dan ook een heel klein middelmaatje zijn geweest?’ piep ik verschrikkelijk ongemakkelijk terug.
‘Ja’, zeg hij, even gedecideerd. ‘Als mammie niet was doodgegaan zou je ook ergens onderaan de hele kleine middelmaatjes bungelen’.
Ongemakkelijk word ik wakker.
Wat een confrontatie met mijn vader die altijd alles wist!
Tot ik bij m’n positieven kom.
Wat een dijk van een hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging heb ik hier te pakken. Wat een schaduwpatroon!
Uren later. Ik kijk naar buiten.
Inmiddels schijnt de zon volop.
Wat doe je op een zonnige herfstdag op Terschelling?
Cranberries plukken, natuurlijk.
Dat ga ik lekker doen.
En dan, al cranberry-plukkend in de stilte van de Koegelwiek, ga ik nog eens stevig mediteren op deze hele hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging.
Want ja: als ik goed nadenk ken ik deze zelf ondermijnende overtuiging al zo verschrikkelijk lang!
Wat goed om die nu in volle omvang te voelen (ook al was dat vannacht nou niet meteen verschrikkelijk fijn).
Hier moet ik iets mee.
Hier kan ik iets mee.
Tijd voor verandering!
