• |

    Bijnierwerking (1)

    In Funale Nieuwsbrief van april 2012 schreef ik over één van de opvallende fysieke aspecten het volgende:

    ‘Er zit een sterke hormonale disbalans in je’ kreeg ik in 1996 na borstkanker I te horen bij mijn bezoek aan een natuurgenezer. Ik was moe en bleef moe en wilde daar toen graag iets aan doen. ‘Die disbalans zit er waarschijnlijk al sinds je ongesteld bent geworden’ vulde hij nog aan. Deze mededeling was destijds voor mij vooral aanleiding
    voor tranen – ‘als ik toen een moeder had gehad, had zij dat vast wel opgemerkt’ – maar verder deed ik er niet zo heel veel mee. Jaren later werd ik opnieuw ‘doorgemeten’, deze keer door een chiropraktor. ‘Je bijnierschors functioneert niet naar behoren’ kreeg ik deze keer te horen. ‘Ik hoop dat ik je kan helpen’. Mijn bezoekjes aan hem stopten in 2009 abrupt op het moment dat in het ziekenhuis borstkanker II werd geconstateerd. Toch liet zijn opmerking me niet los. ‘Waar reageert mijn lijf toch elke keer weer zo extreem op?’ vroeg ik me een aantal weken geleden af, toen dat weer eens in volle hevigheid gebeurde. Is dat op onzekerheid? Op aanpas-stress? Op gevoelens van onveiligheid? Nee, dat is het niet. Zo sterk zijn die gevoelens allang niet meer. Er is in de afgelopen jaren in mijn leven genoeg gepasseerd om dat te kunnen weten. Ineens drong tot me door wat er aan de hand was. Mijn lijf reageert zo extreem op gevoelens van machteloosheid. Gevoelens van onmacht roepen deze sterke reacties bij me op. En daar zit ook de connectie met de werking van mijn bijnieren, realiseerde ik me meteen. Daarmee opende zich een
    nieuwe invalshoek, niet alleen voor mijzelf maar ook voor Verlaat Verdriet en verlate rouw. Tijdens de workshop van afgelopen februari vertelde ik over mijn nieuwe ‘bijnierschors-inzichten’. Kort daarop mailde één van de deelnemers me de titel van een boek over Bijnieruitputting. Ik heb het boek gelezen en er veel in herkend. Heel veel zelfs.
    Het is, wat mij betreft, te vroeg om meer algemene conclusies te trekken over mogelijke connecties tussen Verlaat Verdriet en bijnieruitputting, maar als tip zeker de moeite waard om aan je door te geven. Dat doe ik vanaf deze plaats graag – wellicht brengt deze invalshoek ook jou nieuwe inzichten.

    Toegestuurde link

    http://energiekevrouwenacademie.nl/bijnieruitputting-wat-iedere-vermoeide-vrouw-moet-weten/

  • |

    Verwerkdwang

    Tot ver in de 20e eeuw waren mensen de veronderstelling toegedaan dat kinderen niet konden rouwen. Kinderen werden niet als nabestaanden gezien, ook niet als ze een ouder verloren door overlijden. Ze werden niet bij de dood betrokken – noch bij de aanloop naar het overlijden, noch bij de uitvaart. In veel gevallen werd er nooit meer over de ouder gesproken. Het grote zwijgen was begonnen.

    In de tachtiger jaren kwam daar verandering in. Er werd geschreven over kinderen en rouw, en hoe kinderen die een verlies hadden geleden het beste kunnen worden geholpen. Kinderen kunnen wel rouwen, is sinds die tijd de boodschap. Net als volwassenen krijgen ze in onze tijd de boodschap dat een verlies verwerkt moet worden, dat je je moet leren aanpassen aan de nieuwe situatie, dat je het verlies achter je moet laten en dat je verder moet gaan met je leven. Talloze boeken en boekjes zijn sinds die tijd verschenen over kinderen en rouw. Maar hoe ziet de werkelijkheid er uit? Is al die hulp er echt voor kinderen? Hoeveel kennis is er over de werkelijke gevolgen van het verlies van een ouder als je nog volop in ontwikkeling bent – behalve bij ons Verlaat Verdriet-ers? En daar wringt voor mijn gevoel de schoen.

    In plaats van zwijgplicht is de verwerkplicht gekomen. Konden wij nog zeggen: er werd niet meer over gepraat – (jong) volwassenen van nu kunnen dat niet meer zeggen. Het idee dat het allemaal veel beter gaat tegenwoordig overheerst het algemene denken. Het gaat nu allemaal veel beter, er is veel meer aandacht voor kinderen en rouw en daarom hoeven ze er dus later geen problemen meer mee te hebben. En wat kunnen die kinderen die nu volwassen zijn geworden nog zeggen? Ze hebben de kans gehad. Als ze nu nog problemen hebben, dan is dat aan henzelf te wijten. Zij hebben het niet goed gedaan. Zij hebben gefaald. Zij zijn de losers. En ze houden liever hun mond, met alle gevolgen van dien.

    Uiteindelijk zijn we dus van zwijgplicht via verwerkplicht bij zelfopgelegd zwijgen terechtgekomen en het grote zwijgen over de gevolgen van de vroege dood van een ouder wordt – ondanks alle goede bedoelingen – gecontinueerd.

  • |

    De Ommekeer

    Mijn hoop heet tesjoewa de ommekeer
    haar moeder heet berouw en zij huilt
    om wat zij heeft aangericht
    ze keert zich en loopt
    langzaam, voetje voor voetje
    de andere kant op.

    Ze zegt klein niet nog groter
    ze zegt langzaam niet nog sneller
    ze zegt zacht niet met geweld
    ze produceert niet ze geneest
    ze plundert niet ze balanceert
    haar moeder heet berouw en zij huilt.

    Mijn hoop heet tesjoewa
    de ommekeer
    en mijn moeders zeggen
    er bestaat geen dag en geen uur
    voor niemand ter wereld
    waarop ommekeer niet mogelijk is.

    Dorothee Sölle

    Gedicht geplaatst met toestemming van de uitgever: Ten Have