Werk
Vandaag heb ik een afspraak met een vrouw die me wil spreken over Verlaat Verdriet en de mogelijkheden die ik te bieden heb. Raar, maar goed om te doen.
Vandaag heb ik een afspraak met een vrouw die me wil spreken over Verlaat Verdriet en de mogelijkheden die ik te bieden heb. Raar, maar goed om te doen.
Heerlijke tijd op Terschelling, maar ondertussen duikt wel een hardnekkige gedachte op die – vanzelfsprekend, maar nog niet zo heel erg duidelijk – eerder in de afgelopen tijd weer bij me opgekomen is, maar waar ik nu alle tijd voor heb om die nog eens helemaal door me heen te laten gaan.
2009. Opnieuw is er borstkanker bij me geconstateerd. In mijn directe vriendenkring in die tijd twee andere mensen die met kanker zijn geconfronteerd. W., ruim vijftien jaar geleden door een zwaar kankertraject gegaan, en een half jaar geleden opnieuw geconfronteerd met kanker. Ze is zo moedig, en zo vol vertrouwen dat het ook deze keer goed zal komen met haar. En H., vier jaar geleden geconfronteerd met darmkanker die inmiddels zijn lever heeft aangetast. Ook hij is vol vertrouwen dat hij de kanker zal overwinnen. Drie mensen met kanker, zij beiden en ik. Van ons drieën zullen twee het niet gaan overleven, heb ik me in 2009 in een flits gerealiseerd. En ik ga niet bij de twee horen die het niet overleven. Opnieuw, net als twee jaar geleden, worstel ik met deze gedachte. Wat betekent dit? Is dit harteloosheid? Egoïsme? Normale reactie? Behoefte aan controle over mijn angst? Wishfull thinking? Ten koste van anderen? Of gewoon suf gelul dat nergens op slaat – want veel te willekeurig?
Twee jaar geleden kon ik dit nog denken. Maar in de na-zomer van 2010 is, na heel veel strijd en ondanks haar vertrouwen in een goede afloop, W. op 55-jarige leeftijd overleden.
Ik ben er nog niet mee klaar, met deze gedachte – zoveel is me wel duidelijk.
Op een hele goeie manier ben ik vanacht veel en lang wakker geweest. Waar komt toch die innerlijke rust vandaan? Waar komt toch dat vertrouwen vandaan?
Ineens voel ik in mijn lijf wat er gaande is, deze keer. Ik realiseer me, dat ik bereid ben dood te gaan! Ik draai deze realisatie om en om. Is dit waar? Is dit grootspraak? Kun je dit voelen als het niet waar is? Of als eigenlijk het tegendeel aan de hand is?
Ik voel het echt: ik ben bereid om dood te gaan.
Ik kan die bereidheid voelen, omdat ik – misschien wel voor het eerst van mijn leven – met alles in me voel dat mijn leven de moeite waard is geweest. Ik voel hoe die realisatie als het ware geïncarneerd is en ik weet nu: ik kan hier op vertrouwen. Dit is de bron van het vertrouwen dat ik steeds voel.
Ik ben bereid te sterven.
Maar: ik kies er niet voor.
Natuurlijk heb ik moeite met de reacties als ik mijn bevindingen van deze nacht aan de telefoon vertel: je mag het niet opgeven. Je moet vechten. Je mag niet dood gaan. Ik geef het helemaal niet op. Alleen: ik ben niet bereid een gevecht aan te gaan voor de buhne.
Het eerste begin van een nieuwe innerlijke worstelpartij dient zich aan: nabehandeling aangaan of niet. Want ik kan op m’n klompen aanvoelen dat dit advies ook deze keer gegeven zal worden. Helaas voor mij vertoont de reeks van de drie soorten kanker een oplopende lijn in kwaadaardigheid. Begon ik ooit met een suf kankertje, deze is nog agressiever dan die van twee jaar geleden.
Ik weet nu hoe belangrijk het Verlaat Verdriet-werk voor mij is. Hoe belangrijk het voor me is om mijn bevindingen en mijn (werk)ervaringen door te geven. Mijn hoofd wist dit natuurlijk allang, maar nu weet mijn gevoel het ook. Er vindt in deze nacht een belangrijke heling in mij plaats. Het kind dat ooit besloot nooit meer iets te doen, de volwassen vrouw die een leven lang geworsteld heeft met dat besluit, omdat ze zo verschrikkelijk graag wilde doen maar zichzelf een verbod op had gelegd, diezelfde vrouw – ik dus – voelt nu wat mijn Verlaat Verdriet-werk werkelijk betekent. Ik heb de dood van mijn moeder betekenis gegeven die mijn leven ver te boven gaan.
Wat een geluk om dit te ervaren!
Weekend. Tijd en rust. Ik ben moe. Heb in de afgelopen dagen verschillende mensen gebeld om te vertellen wat er met me aan de hand is. Beter dan vijftien jaar geleden ben ik voorbereid op de reacties, maar het blijft een lastig deel van het geheel: deze reacties. Maar ik ervaar ook weer de andere kant van de contacten met familie en vrienden – ze zijn er voor me. Ik ben – alweer – verschrikkelijk blij met M., mijn partner. Hij blijft rustig, hoewel ik merk dat hij zich zorgen maakt. Daar draag ik zelf een groot steentje aan bij door te zeggen, en nog eens te zeggen, en nog eens te zeggen dat ik vrees dat het deze keer veel erger is dan de vorige twee keren en dat het nu wel eens heel snel over kan zijn met mij. En toch….. en toch blijf ik van binnen merkwaardig rustig. Er is een soort heel groot vertrouwen in me. Ik slaap er geen seconde minder om. Ik laat geen traan. Wel gaat er heel veel door me heen. Waarom is dit niet eerder gevonden. Hadden ze me maar in een MRI-programma gezet, zoals ik twee jaar geleden heb voorgesteld. Ik voel van alles, duid ineens allerlei ongemakken die ik in de afgelopen twee jaar heb gevoeld: vermoeidheid, kortademigheid, pijn in mijn botten. Ja – pijn in mijn botten. Zie je wel, ik wist het wel. Ik ga ook dood aan botkanker, net als mijn moeder. Of aan longkanker, net als mijn tante. Gelukkig word ik me er, zij het wat langzaam, van bewust hoe verleidelijk magisch denken is en hoe gemakkelijk je er in terecht komt als er zo n grote aanslag wordt geleegd op je zijn en op je incasseringsvermogen. En hoe erg ik de pest heb aan oorzaak-en-gevolg-gefröbel.
En dan nog die borstkanker van twee jaar geleden. Al die tijd heb ik geroepen dat die kanker mij totaal niet interesseerde. Dat ik braaf het bestralingstraject zou doen, maar dat het dan afgelopen moest zijn. Dat ik totaal niet geïdentificeerd was met die kanker (wat indertijd weer allerlei reacties opriep als: je ontkent het. Heb je wel in de gaten wat er met je aan de hand is? Wat een stoerdoenerij! enzovoort enzovoort. Genoeg om op een dag te besluiten er zo weinig mogelijk over te zeggen, in ieder geval over hoe het voor mij voelde).
Herkansingen te over dus, bedenk ik me een beetje gniffelend!