Het grote ontbreken van traumasporen
Traumasporen
Het was er weer voor in deze kerstvakantie. Ook op Terschelling. Zeker ook op Terschelling. Lezen. Lezen. En nog eens lezen. En dat is wat ik heb gedaan. Lezen. Lezen. En nog eens lezen.
Voor mijn verjaardag kreeg ik het boek cadeau van Bessel van der Kolk: Traumasporen. Nooit kwam ik ertoe zijn boek te lezen. Nu heb ik het gedaan. Met veel instemming. Ik las over zijn eigen weg. Zijn eigen leerweg. Over zijn werk als psychiater. Zijn strijd in de wereld van de psychiatrie. Tegen de wereld van de gemedicaliseerde psychiatrie. Ik las over zijn visie op de DSM. Over wat ooit de bedoeling is geweest van de DSM. Wat er mis is met de DSM. Met het gebruik van de DSM. Met de gevolgen van de inzet van de DSM bij ‘patiënten’. Ik las over zijn visie op de gevolgen van mis-diagnoses uit de DSM voor ‘patiënten’.
Missen
Kortom – ik las een heleboel. Ik las met veel instemming. En ik miste. Ook in dit omvangrijke boek ontbreekt vrijwel elk spoor van de talrijke gevolgen die zich voor kunnen doen als gevolg van jong ouderverlies.
Ik las over de vele manieren waarop kinderen in hun jeugd getraumatiseerd kunnen raken. En levenslang de in hun jeugd veroorzaakte traumasporen met zich mee kunnen dragen. Behalve…. Ik las alles, behalve over de levenslange invloed van jong ouderverlies door de dood.
Zou het kunnen zijn, vroeg ik me al lezend af, dat jong ouderverlies niet als probleem wordt gezien omdat in formele zin geen dader aangewezen kan worden? Alleen: dat maakt de gevolgen van jong ouderverlies niet minder werkelijk. Niet minder groot. Niet minder gelaagd. Er mag dan (in verreweg de meeste gevallen) geen sprake zijn van een aanwijsbare dader. Er is wel zeker sprake van een oorzaak. En die oorzaak is ook nog een feit.
Aan het werk
Ik ervaar opluchting. Het ligt niet aan mij dat jong ouderverlies nog altijd geen thema is.
Ik ervaar verlangen, en kracht, om mijn bijdrage te leveren dit gat invulling te geven met de ervarings-gebaseerde kennis die er zeker is. Bij ons, de mensen die het hebben ervaren. Bij mij.
Wat ben ik blij met de mensen met wie ik komende vrijdag aan tafel zit om plannen te maken hoe we mijn Verlaat Verdriet-werk kunnen verduurzamen. Hoe we ervoor kunnen zorgen dat Verlaat Verdriet wordt erkend. Zonder onnodige en ongewenste reserves. De plek te geven die het verdient. Die het nodig heeft om de talrijke Verlaat Verdriet-ers die gehinderd worden door traumasporen uit hun vroege verlieservaring – niet alleen in Nederland maar ook op andere plekken van de wereld – adequaat te helpen. Adequate hulp te bieden vóór ze vast lopen. Adequate hulp te bieden als ze zijn vastgelopen.
We hebben iets te doen dat meer dan de moeite waard is.
Aan het werk!




