• | |

    Mijn vader eren

    In het dagboekje dat ik noemde in mijn eerdere blog van vandaag Lief klein meisje kwam ik een tekst tegen die ik in 1998 (kennelijk) over had genomen uit één van de vele teksten die mijn vader mij heeft nagelaten.

    Veel is er, na de dood van mijn moeder in 1957, mis gegaan. In ons gezin. In het latere gezin, nadat mijn vader was hertrouwd. Tussen hem en mij. Boos ben ik geweest over de gang van zaken. Verraden heb ik mij gevoeld. In de steek gelaten. Mijn vader was allang dood toen er bij mij ruimte was ontstaan om met hem te delen over het verlies van mijn moeder. Van zijn vrouw. Van de moeder van mijn jongere broertje.
    Ik heb andere wegen moeten zoeken – en gevonden – om de gevolgen van het verlies van mijn moeder te verwerken en te helen.

    Een deel van deze tekst wil ik graag met je delen. Voor de duidelijkheid: mijn ouders, die in 1937 trouwden, hebben in verband met de oorlogsdreiging het krijgen van kinderen uitgesteld tot na de oorlog. Ik ben het eerste kind van de twee kinderen die ze hebben gekregen. Ik ben geboren in 1949, mijn moeder was toen 41 en mijn vader was 40 jaar. Mijn moeder was 49 jaar toen ze overleed, mijn vader is 75 geworden.

    ……..Toen we wisten, dat er toch een kind geboren zou worden, beseften we, dat we dus iets zouden ontvangen boven dat wat we reeds hadden. En zo voelden we heel sterk, dat we jullie dank verschuldigd waren. We gingen immers een grote schuld op ons nemen. Niet alleen zouden we jullie het leven schenken, maar in dit leven ook de dood, die daar onvermijdelijk op zal volgen. En niet alleen het feit van de dood, zoals dat feit ook is in het leven van een dier, maar het besef dat je leven een einde zal nemen, met alle leed en soms angst, die dat besef meebrengt. Ondanks de gedachte dat het zo toch goed is. Jullie hebt niet om je leven gevraagd. We hebben het je ongevraagd gegeven. Betekent dit leven in hoofdzaak geluk, of zal het veel ongeluk brengen? We weten het niet. We namen een hele reeks van risico’s die in hoofdzaak niet wij, maar jullie zelf te dragen hebben. Wij zullen dus niet eens bij benadering de grootte van de schuld kennen, die we tegenover jullie zullen hebben. We zullen die grootte zelfs niet kunnen bevroeden.

    We dienen jullie dus dankbaar te zijn voor het feit dat jullie geboren zijn en ons geluk en onze levensvervulling zijn komen vergroten. Ik hoop, dat we onszelf daarvan steeds bewust zullen zijn en dat we in staat zullen zijn die schuld aan jullie zo klein mogelijk te doen zijn, door jullie in je jeugd zoveel mee te geven aan goede verzorging, aan liefde, aan wat niet al, dat de kans op een gelukkig leven voor jullie zo groot mogelijk zal zijn.
    …… Maar wanneer we in staat zullen zijn, jullie een gelukkige jeugd te geven en dat wat je nodig zult hebben om daarna een gelukkig mens te kunnen worden, dan hebben we toch iets verwezenlijkt van wat we menen tegenover jullie, die ons leven zozeer zijn komen verrijken als we ons niet voor hadden kunnen stellen vóór jullie komst, schuldig te zijn.

    Ik zou mijn vader graag hebben willen kunnen laten weten (ook al zou ik ongetwijfeld van hem op mijn donder hebben gekregen voor deze aaneengekoppelde reeks werkwoorden) dat ik nu – in 2013 –  kan zeggen: gemakkelijk is het niet geweest, maar ik ben een gelukkig mens geworden. Mede dank zij de bijzondere, liefdevolle basis die ik van mijn beide ouders mee heb gekregen.
    Op mijn beurt ben ik mijn ouders niet alleen dankbaarheid verschuldigd – ik ben dankbaar voor dat wat ik van hen als geschenk voor het leven heb meegekregen (vooral ook Pap: voor wat niet al).

    Titia, dochter van Ben en Jo Liese-Letteboer

  • | |

    Lief klein meisje……

    In verband met een Verlaat Verdriet-workshop zocht ik een dagboekje op waarin ik in de winter van 1998 regelmatig schreef.
    De volgende tekst van Emily Dickinson (1830-1886), die ik in dit dagboekje tegenkwam, wil ik graag met je delen:

    Ik voelde een splijten in mijn hoofd
    als was mijn brein gedeeld
    Ik probeerde het te maken
    voeg voor voeg
    maar kreeg het niet geheeld

    In hetzelfde boekje, dat ik vooral gebruikte om in contact te komen met het kind in mij – het meisje dat zes was toen haar moeder ziek werd en dat op haar achtste haar moeder verloor – schreef ik op 18 december 1998:

    Kom lief meisje
    voel je angst
    voel je verdriet
    voel hoe erg het is geweest
    voel hoe erg het voor jou is geweest.

    Kom
    ik houd je vast.

    Wij zijn één,
    samen zijn we krachtig
    samen zijn we sterk
    samen zijn we in staat dat enorme gat dat altijd weer in mijn leven komt te dichten.

    Kom meisje
    samen zijn we sterk.

    Kom meisje
    samen maken we een nieuwe basis.

    Kom meisje
    manifesteer je
    laat je zien.

    En op 31 december 1998

    Lief klein meisje
    Ik wil graag van je houden
    Ik wil je graag aaien
    Ik wil je graag opnemen in mijn leven
    Ik wil graag niet meer bang voor je zijn
    Ik wil graag je niet meer bang maken
    Ik wil graag je niet meer in een hoek drijven

    Ik wil je niet slaan
    Ik wil je niet vernederen
    Ik wil je niet angstig maken

    Kom bij me
    Laat me je vasthouden
    Laat me je verwarmen
    Laat me je beschermen

    Kom bij me zitten
    Dan kunnen we aan elkaar wennen

    Kom alsjeblieft

    Wacht!
    Ik kom naar jou toe. 

     

  • |

    Is mijn smart niet voldoende?

    Vanochtend kwam ik op het web een artikel tegen van Ide Wolzak, ter gelegenheid van het symposium Eigen-wijs rouwen, 6 oktober 2011 (Vereniging Ouders van een Overleden Kind): Een eigen-wijs verhaal; over rouwervaringen en ‘libelle-psychologie 

    In dat artikel kwam ik een citaat tegen uit een boek van Elie Wiesel dat ik graag aan je door wil geven:

    Toen Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, zijn zoon verloor, kwamen zijn leerlingen hem troosten.
    Rabbi Eliëzer herinnerde hem eraan dat hetzelfde ongeluk Adam had getroffen en die had zijn smart weten te overwinnen.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen smart niet voldoende? Waarom moet die van Adam erbij gehaald worden?

    Rabbi Joshua herinnerde hem aan de beproevingen die Job had moeten doorstaan, en die had zich laten troosten.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen leed al niet voldoende? Waarom moet zo nodig dat van Job er nog bij gehaald worden?

    Rabbi Josse herinnert hem aan de tragedie van de hogepriester Aäron die zijn beide zonen zag sterven.
    En Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen hartzeer al niet voldoende? Waarom moet dat van Aäron er nog bij gehaald worden?

    Elie Wiesel
    Bijbels eerbetoon. Portretten en legendes.
    Gooi en Sticht
    Hilversum 1976
    Blz 170

  • | | |

    Meisje wordt wees

    In De Volkskrant van dinsdag 12 februari 2013 staat een groot artikel – Meisje wordt wees – over jonge weeskinderen in Nederland. Dit naar aanleiding van het boek van Jojanneke van den Bosch: Zo, nu ben je wees. Citaat uit het artikel van 13 februari: ………Ze zijn nagenoeg onzichtbaar. ‘het probleem met weeskinderen in Nederland is dat ze niet opvallen. Deels omdat ze dat niet willen, maar ook omdat ze geen label hebben. De problematiek wordt niet herkend en erkend. Er worden geen inzamelingsacties voor ze gehouden, zoals voor Roemeense of Afrikaanse weeskinderen. Ze komen niet in de media. Er zijn geen weeshuizen meer, sinds de sluitingen in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn versplinterd. Ze zitten in pleeggezinnen of wonen bij familie of in internaten. Ze wonen op zichzelf’……..

    Jojanneke van den Bosch verloor als kind van 14 eerst haar vader als gevolg van hartfalen en in hetzelfde levensjaar haar moeder door longkanker. Ze schrijft dus vanuit haar eigen ervaringen en doet dit met de bedoeling jonge wezen en halfwezen de hand te reiken ‘Ik vertel in welke situaties een weeskind verzeild kan raken. En ik geef er handreikingen bij, vanuit mijn perspectief als volwassene. Maar er staan ook adviezen in die ik van anderen heb gekregen, zodat omstanders de dingen kunnen ontdekken waarmee weeskinderen te maken krijgen’

    Over de boekpresentatie schrijft Jojanneke: ‘de mooiste dag van haar leven. Het was leuker dan mijn afstuderen en al mijn verjaardagen bij elkaar. Het is nu niet meer alleen mijn verhaal. Het heeft zin gekregen wat ik heb meegemaakt. De verhalen hebben een functie gekregen. Ze kunnen mensen hulp bieden. Dat maakt het overlijden van mijn ouders minder zinloos.’

    Lees ook de Blog

    Eindelijk tijd voor ruimte?