• | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 3

    De eerste man werd als onbewerkt – autobiografisch – manuscript na zijn dood in de tas van Albert Camus gevonden. In het boek De eerste man dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven gaat de hoofdpersoon Jacques, die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor, als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Citaten

    Bladzijde 187

    ……. Zoals hij door de nacht van de jaren voortstapte over het land van de vergetelheid, waar ieder de eerste man was, waar hij zichzelf had moeten grootbrengen, alleen, zonder vader, zonder ooit die momenten mee te maken waarop een vader zijn zoon bij zich roept, na jaren gewacht te hebben totdat hij de leeftijd heeft om te luisteren, en hem vertelt over het geheim van de familie, of over een oude wonde, of over zijn leven, die momenten waarop zelfs de belachelijke, onuitstaanbare Polonius plotseling groots wordt als hij het woord richt tot Laërtes, en hij was zestien en daarna twintig geworden zonder dat iemand met hem gesproken had, en hij was doordrongen geweest alleen te leren, alleen te groeien, in kracht, in macht, alleen zijn moraal en zijn waarheid te vinden, eindelijk geboren te worden als mens, om daarna een nog zwaardere geboorte te ondergaan, het geboren worden voor de anderen, voor de vrouwen…………………

    Bladzijde 217

    …….Eerst gaf hij haar [zijn grootmoeder] een zoen, daarna zijn oom en ten slotte zijn moeder, die hem een tedere, verstrooide kus gaf en dan haar onbeweeglijke houding weer innam, in het halfduister, met haar blik vaag op de straat gericht en op de stroom leven die onvermoeibaar voortkabbelde onder de oever waarop zij onvermoeibaar zat te kijken, terwijl haar zoon haar met een brok in zijn keel onvermoeibaar in het donker gadesloeg, en bevangen door een duistere angst voor een ongeluk dat hij niet kon bevatten naar haar magere, gebogen rug keek.

    Bladzijde 287

    Als hij 40 is erkent hij dat hij behoefte heeft aan iemand die hem de weg wijst en hem prijst en de les leest: een vader. De autoriteit en niet de macht.

    Lees ook:

     

     

     

  • | | | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 2

    De eerste man werd als onbewerkt manuscript na de dood Camus gevonden. In het boek, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques – die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor – als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Bladzijde 130

    …….Van hen zou hij nooit te weten komen wie zijn vader was en als ze, louter door hun aanwezigheid, in hem toch nieuwe bronnen aanboorden met feiten uit een armoedige, gelukkige jeugd, wist hij niet zeker of die zo rijke, zo spontaan in hem opborrelende herinneringen wel precies beantwoordden aan wat hij als kind had beleefd………

    Bladzijde 177/178

    ……… ‘Geen prater, nee, geen prater’. Maar hij werd duf van het geluid, het dompelde hem in een vervelend soort verdoving waardoor hij hem niet kon zien, zich geen beeld kon vormen van die vader die achter dat immense, vijandige land verdween en opging in de anonieme geschiedenis van dat dorp en die vlakte. Details uit hun gesprek bij de dokter kwamen weer bij hem boven, even traag als de aken die volgens de dokter de Parijse kolonisten naar Solferino hadden gebracht. Even traag, er was geen trein in die tijd, nee, nee, of toch wel, maar die ging niet verder dan Lyon. Dus zes aken, getrokken door jaagpaarden met uiteraard de Marseillaise en Chant du départ door de stedelijke harmonie, en zegening door een geestelijke op de Seineoevers, met een vlag waarop de naam was geborduurd van het dorp dat nog niet bestond maar dat de passagiers uit het niets tevoorschijn gingen toveren. De aak raakte al op drift, Parijs gleed weg, werd vloeibaar, ging verdwijnen, de zegen des Heren ruste op het werk uwer handen, zelfs de meest doorgewinterden, de vechtersbazen van de barricaden, zwegen, beklemd, met hun angstige vrouwen tegen hun kracht gedrukt, en ze moesten slapen op stromatrassen in het ruim met het zijdeachtige geluid en het vuile water op hoofdhoogte, maar eerst kleedden de vrouwen zich uit achter beddenlakens die ze voor elkaar ophielden. Waar was zijn vader bij dit alles? Nergens, en toch vertelden die aken, honderd jaar geleden voortgetrokken over de kanalen van de late herfst, een maand lang afdrijvend over de hoofd- en bijrivieren waarop de laatste dode bladeren dreven, met als escorte kale hazelaars en wilgen onder de grijze lucht, in de steden verwelkomd door officiële fanfares en weer afgeduwd met hun lading nieuwe nomaden naar een onbekend land, die aken leerden hem meer over de dode van Saint Brieuc [zijn vader] dan de oudbakken, chaotische herinneringen die hij was wezen zoeken…………………

    Lees ook:

  • | | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 1

    In de afgelopen week las ik De eerste man van Albert Camus. Albert Camus – journalist,  grondlegger van het Absurdisme, auteur onder meer van De Pest en De Vreemdeling en winnaar van de Nobel-prijs in 1957 werd 1913 in Algerije geboren en overleed in 1960 ten gevolgen van een auto-ongeval. Camus verloor in zijn eerste levensjaar zijn vader, die in 1913 tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde aan de Marne.
    De eerste man
     werd als onbewerkt manuscript, na zijn dood, in de tas van Camus gevonden. In het boek De eerste man, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Bladzijde 31

    …………..Een gezin waar weinig werd gesproken, waar niet werd gelezen en geschreven, een ongelukkige, verstrooide moeder, wie had hem meer kunnen vertellen over deze jonge, beklagenswaardige vader? Niemand had hem gekend behalve zijn moeder, en zij was hem vergeten. Dat wist hij zeker. En hij was anoniem aan zijn einde gekomen op deze aarde waar hij een kort moment anoniem had rondgelopen. Als er iemand informatie moest zoeken, vragen moest stellen, dan was hij het, Maar wie net als hij niets bezit en de hele wereld wenst te bezitten, die komt met al zijn energie toch nog te kort om zijn leven te kunnen opbouwen en de wereld te veroveren of te begrijpen. In feite was het nog niet te laat, hij kon nog zoeken, erachter komen wie de man was die hem nu nader leek te staan dan enig ander mens in de wereld. Hij kon….

    Bladzijde 39

    Ik heb vanaf het begin, als kind nog, geprobeerd zelf uit te vinden wat goed was en wat kwaad – aangezien niemand in mijn omgeving me dat kon vertellen. En ook zie ik nu in dat alles me in de steek laat, dat ik behoefte heb aan iemand die me de weg wijst en me prijst en berispt, niet vanuit macht maar vanuit gezag, ik heb mijn vader nodig. Ik meende te weten, mezelf in de hand te hebben, ik weet het nog niet.

    Bladzijde 44

    ……….. terugkeren naar de jeugd waarvan hij nooit was genezen……….

    Bladzijde 119

    …………Catherine Cormery’s glimlach verdween van haar gezicht en alle ellende en vermoeidheid van de wereld kwam ervoor in de plaats. Daarna ontmoette ze de starende blik van haar zoontje, probeerde nog een keer te glimlachen, maar haar lippen trilden, en huilend liep ze snel naar haar slaapkamer en liet zich op het bed vallen, de enige plek voor rust, voor eenzaamheid en voor al haar verdriet. Jacques liep sprakeloos naar haar toe. Ze had haar gezicht in het kussen begraven, de korte krullen die haar nek vrijlieten en haar magere rug schokten van het snikken. ‘Mamma, mamma’, zei Jacques, terwijl hij haar schuchter met een hand aanraakte. ‘Je bent heel mooi zo.’ Maar ze had het niet verstaan en gebaarde met haar hand dat hij haar met rust moest laten. Hij deinsde terug naar de drempel en begon, geleund tegen de deurpost, ook te huilen, van machteloosheid en liefde.

    Lees ook:

     

  • |

    Tentoonstelling voor overlevers

    Enkele jaren geleden reisde ik met Anja Tjallema-Kharitanova naar Sint Petersburg. Een ervaring die in mijn ziel gegrift staat. Alleen al de onvermoeibare en bezielde begeleiding van Anja – in veel gevallen nog eens aangevuld en ondersteund door haar in Petersburg wonende ouders – maakte deze reis tot een heel bijzondere gebeurtenis. Sint Petersburg van binnen en van buiten, zou je kunnen zeggen. Het enige wat ik echt gemist heb bij dat bezoek (en dat lag zeker noch aan Anja, noch aan haar ouders) was het missende stuk uit de kunstgeschiedenis dat mij nou juist zo interesseert: het gat tussen de schilderijen van Repin c.s. (die mij voornamelijk niet aanspreken, al zijn ze nog zo kolossaal van grootte) en het Zwart Vierkant van Malewitsch. Dat moest ik toch in Petersburg, die bakermat van veranderingen, kunnen zien? Niet. In ieder geval niet bij mijn bezoek, ook niet aan het Staatsmuseum. Teleurstelling. En kleine, maar wel een echte.

    Een paar weken geleden las ik over de tentoonstelling De Sovjet Mythe in het Drents Museum in Assen.
    Daar moet ik zijn, wist ik meteen.
    Afgelopen donderdag bezocht ik, samen met een vriendin, deze tentoonstelling en zag wat ik in Petersburg hoopte te kunnen zien: de ontwikkelingen in de Russische kunst tussen Repin c.s.naar Malewitsch c.s. De namen van de kunstenaars: ik kende ze niet. De werken van de kunstenaars: ik kende ze niet. Voor gewone mensen als ik grotendeels verborgen gebleven voor de buitenwereld – de wereld zowel binnen als buiten de Sovjet Unie.

    Het verlangen naar verandering. Zichtbaar. Merkbaar. Voelbaar. De kracht van verandering. Tegen verdrukking, afwijzing en afkeuring in. In alles aanwezig.

    Nog afgezien van het bezoek aan het museum – wonder van samenwerking en doorzettingsvermogen – dat elke reis, waarvandaan dan ook, de moeite waard maakt: een tentoonstelling van en voor overlevers en veranderaars.