• | | | |

    Op zoek naar hun vader

    Gisteren schreef ik een blog over de vraag Wat betekenen ouders voor kinderen?
    Mijn vraag van gisteren werd geïnspireerd door een mail die ik ontving van Mirjam.
    Mirjam verloor haar moeder door de dood toen ze 1,5 was.

    Mail van Mirjam

    Ik kijk af en toe een stuk uit Spoorloos terug, over een man, Jules (ik vind het altijd fijn om te zien dat ik niet de enige ben die dit voelt).
    Hij is zonder vader opgegroeid en vindt hem uiteindelijke via Spoorloos terug.
    Hij vertelt tijdens de uitzending over zijn gevoel van het missen van een vader in zijn leven en dan is het net of ik mijzelf hoor.

    Alles wat hij zegt (hij was ook een baby) zijn de woorden voor mijn gevoel.
    ‘Het gat en het oerverdriet’, dat is voor mij zo herkenbaar.
    Iedere ochtend als ik wakker word voel ik mij alleen, dus het is altijd lastig om met dat gevoel op te staan en de dag te beginnen.

    Inmiddels weet ik dat ik dit heb, maar soms lukt het mij beter om hiermee op te staan dan andere dagen.
    En als ik Jules dan in dit programma hoor praten over het ‘oergevoel’en het ‘verdrietige kleine mannetje’ dan herken ik dat zo.

    En dan vraag ik mij af, nu hij zijn vader terug heeft gevonden, is dat gevoel dan nu weg?
    Ik kan mijn moeder niet meer terug vinden, maar zou dat nog verschil maken?

    Dat vind ik dan wel interessant…

    Kijk naar

    http://spoorloos.kro-ncrv.nl/fragment/2014/09/15/spanje/jules-en-zijn-moeder-allebei-op-zoek-naar-hun-vader

     

  • | | | | | | | |

    Wat betekenen ouders voor kinderen?

    Zelf ben ik (Titia Liese, 1949) van de generatie die de BOM-vrouwen voortbracht. Bewust Ongehuwde Moeders. Wij wisten het zeker: vrouwen hebben geen mannen nodig om hun kinderen groot te brengen. Behalve voor dat ene: het zaad. En zeker: er zijn ongetwijfeld een heleboel BOMoeders die hun kinderen uitstekend hebben grootgebracht – en groot brengen.

    En toch, en toch…. is er in de loop van mijn Verlaat Verdriet-werk iets gaan knagen.
    Klopt het wel?
    Klopt die gedachtegang echt?
    Is dat niet erg gedacht vanuit ouders?
    Of liever gezegd: vanuit verlangende volwassenen?
    En niet een beetje erg weinig vanuit kinderen?

    Wat betekenen ouders voor kinderen?

    Hoe zit dat met al die Verlaat Verdriet-ers met wie ik in de afgelopen jaren heb gewerkt?
    Al die volwassenen die in hun (hele vroege) jeugd hun vader hebben verloren?
    Volwassenen die leven met een een altijd aanwezig gevoel van gemis.
    Met een leegte die ze niet kunnen vullen.
    Met onzekerheid over wie ze zijn.
    Met onzekerheid over welke plaats ze innemen in het leven.
    Met een altijd aanwezig gevoel er alleen voor te staan.

    Ik verzin dit niet!

    Wat betekenen ouders voor kinderen die al heel jong een ouder – of beide ouders – verloren door overlijden?
    Er is een soort van algemeen aanvaard geloof: als je als heel jong kind je moeder of je vader of je beide ouders bent verloren, dan heb je haar/hem/ze niet of nauwelijks gekend.
    Als je je ouder(s) niet of nauwelijks hebt gekend, dan kun je haar/hem/ze niet missen.
    En als je haar/hem/ze niet kunt missen, dan kun je er ook geen verdriet om hebben (ik verzin dit niet!)

  • | | | | | | | | |

    Data basisworkshop Verlaat Verdriet najaar 2015

    Ervaringen van deelnemers

    ‘Ik ben blij dat ik deze stap heb gezet.’
    ‘Een warm bad.’
    ‘Eindelijk heb ik over mijn vader kunnen praten met mensen die me begrijpen.’
    ‘Mijn moeder is echt dichterbij gekomen.’
    ‘Het heeft me veel opluchting gebracht.’
    ‘Dit had ik veel eerder moeten doen.’

    Data basisworkshop Verlaat Verdriet najaar 2015

    Donderdagavond 19.00 uur tot zaterdagmiddag ± 16.00 uur, inclusief verblijf.
    Je bent welkom!

    19, 20 en 21 november – deze workshop is volgeboekt
    17, 18 en 19 december

    Workshop Verlaat Verdriet

    Het volgen van de basisworkshop Verlaat Verdriet biedt je de gelegenheid gedurende 2,5 dag intensief aandacht te besteden aan het vroege verlies van je ouder, te delen met ervaringsgenoten en te leren van de theoretische onderbouwing van Verlaat Verdriet en verlate rouw die Titia Liese in de workshop biedt.
    In de tijd tussen de workshop en de Terugkomdag geef je uitvoering aan voornemens die je tijdens de workshop formuleert en die passen bij jou, bij jouw specifieke situatie, bij jouw wensen en bij jouw mogelijkheden.

    Ik mag verdrietig zijn

    Arm
    Heel even
    Om me heen
    Ik mag verdrietig zijn
    Traan

    Lees meer

    Lees meer over inhoud, plaats en prijs van de basisworkshop Verlaat Verdriet

  • | | | |

    Altijd moe zijn is geen aanstellerij

    De Volkskrant 26 september 2015

    Regelmatig kom ik ze tegen: de Verlaat Verdriet-ers met chronische vermoeidheidsklachten.
    In de Volkskrant (Bijlage Sir Edmund) van 26 september 2015 een groot artikel van Ellen de Visser onder de kop ‘Altijd moe is geen aanstellerij‘.

    Citaat: Chronische vermoeidheid wordt vaak als psychische kwaal gezien. Maar nieuwe onderzoeken wijzen erop dat het immuunsysteem van de patiënten ernstig in de war is.

    Intro van het artikel

    Citaat:

    Ruim zes jaar geleden kreeg ze griep, samen met haar man, maar hij herstelde en zij werd nooit meer beter. Spierpijn, zware hoofdpijn, slaapstoornissen, ontstekingen en zo krankzinnig moe, zelfs na een goede nachtrust, dat ze volledig gevloerd was. Ze verdroeg geen prikkels meer, kon niet goed meer lezen, zich niet meer concentreren, niets meer onthouden. Ze bedacht excuses, had ze het niet wat te druk gehad misschien? Toen de klachten bleven, ging ze toch maar naar de huisarts. ‘Hoe gaat het thuis?’ vroeg hij.

    Die vraag werd symbolisch voor de reacties die Yvonne van der Ploeg (52) de jaren daarna ondervond.
    Moe? Dat zijn we toch allemaal wel eens, ze moest maar gaan sporten.
    Een rolstoel? Mevrouw moest eerst maar eens de juiste gedragstherapie gaan volgen. ‘Hoe kon ik uitleggen dat ik na een rit van een kwartiertje een halfuur huilend achter het stuur zat omdat ik niet in staat was om van de auto naar de voordeur te komen? Als ik op mijn werk de telefoon had neergelegd, was ik alweer vergeten wat er tegen me was gezegd.
    Ik dacht echt: ik word dement of debiel.
    Het was beangstigend.’