• Parels van Verlaat Verdriet

    Die titel Stilstaan, om verder te kunnen zit me dwars. Aanvankelijk had ik het gevoel: zie je wel, ik wist het wel in augustus. Het ging niet goed meer. Ik kon me niet meer concentreren. Ik maakte fouten. Ik kon niet meer. Zie hier het resultaat, dat krijg je ervan. Ik vind de titel eigenlijk wel hilarisch, en ik kan er ook wel om lachen. Maar ondertussen groeit er een klein wantrouwend duiveltje in me. Is dit echt alles? Wat heb ik (eigenlijk) fout gedaan. Wat heb ik allemaal nog meer fout gedaan? Wat heb ik laten versloffen? Waar ben ik niet alert op geweest? Ik kan maar een ding verzinnen om te doen: Buro ISBN bellen om te vragen of ik iets vergeten ben, of erger nog, iets fout heb gedaan. Ik word verwezen naar de site waarop de titel en de verdere omschrijving van Teruggaan, om verder te kunnen vermeld staan. En dan zie ik het. Toen al heb ik de fout gemaakt. Niet in augustus, nee al in februari heb ik een onjuiste titel aangemeld. Gelukkig kan ik het zelf aanpassen. Er is geen man over boord. Mijn boek gaat verder de wereld in met de titel: Teruggaan, om verder te kunnen, de subtitel Parels van Verlaat Verdriet en het ISBN 978-90-78163-04-6. Da’s ook weer geregeld.

  • Olievlek

    Wat ben ik moeizaam op gang gekomen, gisteren. Ben ik echt te lang weg geweest? Ben ik toch teveel ontheemd? Woont m’n ziel nog op Terschelling? En m’n hart: waar is dat? Ik vind deze Ontmoetingsdag toch leuk? Ik heb er vorig jaar toch zo van genoten? Alsof ik mijn verjaarsfeest vierde, terwijl een heleboel dochters het werk liepen te doen. Het kost me nu echt tijd om er zin in te krijgen, maar als de deelnemers aan deze dag eenmaal binnen zijn gekomen vind ik het weer even leuk als vorig jaar. En dan mag ik ook nog zo dadelijk mijn boek presenteren. De dag heeft als dagthema Olievlek gekregen. De organisatoren willen daarmee laten zien dat Verlaat Verdriet zich verder en verder uitbreidt. Nico gaat, samen met zijn danstherapeut, de dans introduceren waarmee hij tijdens zijn therapie heeft gewerkt. En daar is de eerste, maar naar in de loop van de dag blijkt ook meteen de laatste, teleurstelling. De danstherapeut is ziek geworden en heeft afgebeld. Nico en de dans moeten we tot volgend jaar bewaren. Margreet, schoolmaatschappelijk werkster, vertelt over de cursus die zij bezig is te ontwikkelen in verband met jong ouderverlies. Het is een lastige klus voor haar, terwijl haar werk ook zoveel tijd, aandacht en energie op-eist. Maar ze gaat verder, zegt ze met stelligheid die geen ruimte voor twijfel laat. Zelf mag ik daarna mijn boek Teruggaan, om verder te kunnen presenteren. Ik sta met het boek in mijn hand. Als ik de eerste zin heb uitgesproken roept Els: hoor je zelf wel wat je zegt? Ik begrijp haar niet. Wat zeg ik dan? Kijk eens op de achterkant van je boek, zegt ze. Als ik dat doe zie ik wat er fout gaat. Ik begon mijn presentatie van Teruggaan, om verder te kunnen met te zeggen Stilstaan, om verder te kunnen. En, erg maar waar, ook op de achterkant van het boek heb ik – tot tweemaal toe – als titel Stilstaan, om verder te kunnen geschreven. Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoek Joyce die ik van der Beuken heb genoemd, in plaats van van den Beuken. Dat gaat goed zeg, en m’n humeur is al zo wankel. Ik pas mijn presentatie aan, en vertel de aanwezigen dat Stilstaan, om verder te kunnen eigenlijk een heel toepasselijke titel is voor waar ik mij in bevind. Ik vertel ze dat mijn lijf het goed doet, maar dat ik mentaal nog wel wat in te halen heb. En dan laat ik ze m’n boek zien. Het wordt met groot enthousiasme ontvangen. Snel deel ik de boeken rond, zodat iedereen het boek in eigen hand kan nemen. Ik zie wat er gebeurt: ook voor andere mensen is dit een boek om vast te houden. En groot en langdurig verlangen is werkelijkheid geworden. Wat voel ik me op dit moment gelukkig! Na mijn boekpresentatie komen de anderen aan de beurt om te vertellen over hun Verlaat Verdriet-werk. Els over de groei in haar werk in De Samenloop en over onze biografische cursus in oktober op Terschelling: Op verhaal komen, Kristien over de wandelactiviteiten van De Samenloop, die ze samen met enkele andere vrouwen van Els heeft vernemen. Marjolein over haar werk en haar ervaringen met Lotgenotencontact Verlaat Verdriet. Tamar over haar scriptie die ze, na heel, heel hard werken gisteren precies op tijd in heeft kunnen leveren. Renate over haar scriptie over Verlaat Verdriet. Inge over haar prentenboek Boeba, het olifantje en over het boek met haar ervaringsverhalen waaraan ze, in samenwerking met Anja Tjallema (redactie), werkt. Wat een mooie, sterke ontwikkelingen allemaal!

    Samen praten, samen eten, samen delen en samen twintig dozen boeken naar de zolder brengen. Samen met de deelnemers en de organisatoren geniet ik ruimschoots van deze dag. En ik moet heel erg lachen als aan het einde van de dag C. naar me toe komt en me toevertrouwt: ‘Ik ben zo blij dat het klote met je gaat. Jij lijkt altijd zo onverstoorbaar en sterk te zijn, en nu zie ik dat jij ook een heel gewoon mens bent. Wat een geruststelling. Wat heerlijk!’

     

  • | |

    Afleverdag

    Afleverdag van de boeken! Teruggaan, om verder te kunnen. Spannend! Beetje laat om erover na te denken hoe ik dat straks op ga lossen. Gelukkig is het goed weer, droog, en dat blijft het voorlopig ook wel. Ik besluit mijn buurman te vragen of de boeken afgeleverd mogen worden op de oprit naar zijn loods, zodat ze niet midden op het trottoir hoeven te staan. Mijn buurman vind het goed, en heeft zelfs een steekwagen in de aanbieding voor het geval dat nodig is. En als het echt nodig is, dan heeft hij ook nog een pallet-wagentje. Ik maak me nu toch wel een beetje zorgen: hoe zal dat straks gaan? Hoeveel is het eigenlijk? Heb ik wel genoeg ruimte op zolder? Waar moeten de boeken straks staan? In de gang? Terwijl er morgen dertig mensen door die gang moeten? ‘Ben je gek’, roept een vriendin aan de telefoon als ik wat zit te zeuren over: ‘hoe moet dat nou?’ ‘Als er zoveel mensen zijn, dan helpen die toch even de boeken naar boven te brengen?’ O ja, da’s waar! Ik ga er maar het beste van hopen.

    Aan het einde van de middag komt de vrachtwagen voorrijden. Ik ben bezorgd benieuwd: hoe groot zal het zijn? Als de chauffeur de vrachtruimte opent zie ik nog een pallet staan. En dat zijn mijn boeken. Zucht van verlichting. Dat gaat wel lukken. De chauffeur rijdt de pallet tot vlak bij mijn voordeur. Zal ik je even helpen ze naar binnen te brengen, vraagt hij. Hoeft niet, valt reuze mee. Doe ik straks wel. Wil je een kop koffie. Graag. Even later blijkt de pallet een mooie sta-tafel te zijn. Prima om in het zonnetje koffie aan te drinken. Als chauffeur en auto weg zijn, ruk ik meteen een doos open. Kijk, daar is Teruggaan, om verder te kunnen. Wat is het boek mooi geworden. Zo hoort een boek te zijn: het moet als het ware vanzelf in je handen springen. En dat doet dit boek. Voorzichtig sla ik het open. En……….. het eerste, echt het aller-, aller-, allereerste wat ik zie is een fout. Een fout in de naam van degene die de illustratie op de voorzijde heeft gemaakt. Joyce van den Beuken. En niet van der, zoals ik in het boek heb geschreven. En ik weet heel erg goed dat Joyce Joyce van den Beuken heet. En ik heb het maar liefst twee keer fout gedaan. Het eerste wat je ziet is een fout. Klopt! En wat voor een. Dit is wel even heel erg slecht voor m’n humeur. Gelukkig wint het plezier van dit mooie boek het even later ruimschoots. Ik breng de dozen naar binnen. In tegenstelling tot de dozen met (Ver)Werkboeken – die echt vreselijk zwaar zijn – zijn dit kleine, handzame doosjes die je gemakkelijk optilt. (Geen wonder: deze nieuwe boeken zijn de helft kleiner, en een kwart van het gewicht van de (Ver)Werkboeken). Ze staan prima in de gang, en je kunt er nog gewoon langs. Ook dertig mensen kunnen dat.

  • | | | | | | | | |

    Achilleshiel

    Terug naar huis. Ik heb een paar heerlijke dagen achter de rug met veel goed weer, en waarin ik zo nu en dan de laptop heb opgestart om te schrijven. Toch heb ik vooral heel veel rust genomen, en tijd om dit hele blog-proces te laten zakken. Het heeft me zo goed gedaan en het doet me zo goed. Wat ik me bij het schrijven, het lezen van mijn agenda en het herlezen van de blogs die ik al heb geschreven vooral heel duidelijk realiseer, is het belang van goed te luisteren naar wat er wordt gezegd, en dat wat er wordt gezegd als waardevol en dus belangrijk te honeren. Afstemmen op de ander, dus. Ik heb nu weer aan den lijve ondervonden hoe wezenlijk dit is, maar ik ken er ook de keerzijde van. Afstemmen op de ander betekent in verbinding zijn met de ander en open staan voor de ander. Dat maakt kwetsbaar. Belangrijk dus om daar prudent mee om te gaan, zeker als je je ervan bewust bent dat je incasseringsvermogen je kwetsbare plek is. Mijn achilleshiel. Het is tijd om weer naar huis te gaan. Een mij bekend fenomeen heeft weer de kop op gestoken: ik begin me enigszins ontheemd te voelen. Tijd dus om van mijn huis in Nunspeet weer mijn huis te maken en langzaam maar zeker te onderzoeken hoe het er voorstaat met mijn werk en mij.

    Vanaf het moment dat ik thuis ben, komt realiteit van de dag om de hoek kijken. Morgen wordt een pallet met boeken bij me afgeleverd. Zaterdag komen er naar verwachting zo’n dertig mensen naar de Ontmoetingsplaats-Ontmoetingsdag in Woon-/Werkplaats ZIN, bij mij thuis dus. En morgenavond verwacht ik tenminste drie logees, die vast de Ontmoetingsdag (gelukkig heb ik deze dag niet zelf hoeven organiseren en hoef ik, in mijn eigen huis, alleen maar aan te schuiven) komen voorbereiden.