• Identificatie

    Elk nadeel heeft z’n voordeel. In een tijd zoals die ik nu meemaak gebeurt dat voortdurend. De steun die ik krijg van alle mensen in mijn omgeving, de kaarten, de bloemen, de telefoontjes. Dit alles draagt me op een heel bijzondere manier door deze tijd zoals je dat alleen maar mee kunt maken in een situatie als deze. Ook al wil je dat liever niet mee maken, deze kant van het leven is toch ook een heel bijzondere en waardevolle ervaring!
    En dan ook nog de ervaring in de scan van gisteren. De weerstand die ik gevoeld heb. De grote angst dat mijn hele lijf nu vol kanker zal blijken te zitten. En dan ineens, afgelopen nacht – als bij bliksemflits – een nieuwe, hele grote en belangrijke realisatie. Op het zelfde moment dat ik, in de spreekkamer van de specialist, te horen kreeg dat  er weer kanker in mijn borst gevonden was en dat er sprake zou moeten zijn van een haard ergens in mijn lijf, heb ik mij totaal, maar dan ook helemaal totaal geïdentificeerd met mijn moeder (overleden aan botkanker, gevolg van borstkanker) en de zus van mijn moeder (overleden aan longkanker, gevolg van borstkanker). Wat hen gebeurd is, is nu ook mij overkomen.
    En dan het wonder: op het moment dat ik me dit realiseer lost de angst ineens op. Zo plotseling als mist kan oplossen. Ik ben ik. Dit is mijn lijf. Ik ben niet mijn moeder. Ik ben niet mijn tante. Ik leef niet veertig, vijftig jaar geleden. Ik leef nu en van borstkanker kun je genezen. Ik deel deze ervaring met mede-Verlaat Verdriet-ers. Zij weten meteen wat ik bedoel. Herkennen die identificatie. Voor andere mensen, buitenstaanders zeg maar, is dit niet te begrijpen. Zij denken dat ik in mijn geheugen graaf. Dat ik herinneringen aan mijn moeder en haar ziekte ophaal. Dat ik het verleden met rust moet laten, om even een heel erge aan te halen. Maar zo werkt dat niet. Wat bijzonder, om dank zij mijn mede-Verlaat Verdriet-ers deze ervaring te kunnen laten zijn zoals hij voor mij is: de totale identificatie met een ervaring uit mijn jeugd. Weer een extra les om onze eigen Verlaat Verdriet-ervaringen serieus te nemen!

  • Weerstand

    Vanochtend moet ik in Amersfoort zijn, op de afdeling nucliaire geneeskunde. Ik vertrek wat aan de late kant van huis, rijd als een gek en kom scherp op tijd binnen. Om dan daar te horen dat ze vergeten zijn de nucleaire shot klaar te maken. Hij moet eerst opgehaald worden. Ik heb nu ruim een half uur de tijd om koffie te drinken. Intussen komt vriendin L. aan. We ginnegappen wat over het wachten op deze dag. Wachten hoort bij deze stap. Uren! Als de shot is ingebracht gaan we nogmaals koffiedrinken en dan gaan we de verplichte wandeling maken. Als ik bijna twee uur later aan de beurt ben voor de scan komt de angst weer over me. Ik word langzaam de scan in geschoven en krijg het steeds benauwder. Zo ongeveer al mijn yoga-vaardigheden moet ik aanspreken om het niet uit te schreeuwen. Daar lig ik dan – dat mens dat zich altijd zo gemakkelijk schikt in het onvermijdelijke (en dat als kind al kon, herinner ik me terwijl ik daar lig. Een van de heel weinige eigen herinneringen die ik aan mijn moeder heb is haar opmerking – niet voor mij bedoeld – tegen mijn vader als ik bij herhaling een onaangename medische behandeling moet ondergaan: Opmerkelijk hoe gemakkelijk Tietske zich altijd schikt in het onvermijdelijke. Nou: vandaag toch niet! Opnieuw heb ik het gevoel dat er, en nu wel twee, mensen op hun scherm zien dat ik helemaal vol kanker zit. Wat ben ik blij als ik hier eindelijk klaar ben! We drinken er nog wat op, lekker buiten zittend in het warme voorjaars zonnetje. En dan rijd ik naar huis. Op naar het volgende onderzoek, maar da’s gelukkig pas volgende week.

  • Total loss

    Vandaag moet ik naar het ziekenhuis in Harderwijk voor long-, lever- en buikfoto’s. Gisteren bood vriendin P. aan  mee te gaan naar het ziekenhuis. Ik heb haar voor haar aanbod bedankt, maar zei dat het niet nodig was. Zie je, je zit dan misschien uren op de gang te wachten. Da s toch helemaal niks. In de auto, op weg naar Harderwijk heb ik daar spijt van, als haren op mijn hoofd. Ben ik dan nog altijd bezig mezelf en de wereld te bewijzen dat ik het echt wel allemaal alleen af kan? Halverwege de rit dringt er ineens iets merkwaardigs tot me door. Dat van de vorige keer, die kanker van twee jaar geleden, die heb ik nooit afgesloten. In de eerste plaats omdat het steeds gevoeld heeft alsof het niet over mij ging, en in de tweede plaats omdat ik, zoveel als mogelijk was, gewoon door heb gewerkt. De rit die ik nu in m’n eentje maak, helpt me terug te gaan naar gevoelens die ik heb over die kanker van twee jaar geleden – en het gevoel dat ik daar nooit een punt achter heb gezet. Het helpt me om dat alsnog te doen – nu, op dit moment, terwijl ik in de auto zit.
    In het ziekenhuis, als ik op de onderzoekstafel lig, krijg ik voor de tweede keer verschrikkelijke spijt dat ik dit alleen ben gaan doen. Ik ben hardstikke, hardstikke bang. Er zit een man naast me en die onderzoekt me. Hij zegt niets. Ik zeg niets. En ik vraag niets, hoewel ik per minuut meer angst voel. De man naast me stuurt het echoapparaat over mijn buik. Bij ieder bliepje dat het apparaat laat horen denk ik: kanker gevonden. En er gaan heel veel bliepjes! En ik durf niets te vragen en denk alleen maar: hij ziet alle kanker die er in me zit en ik weet van niks.
    Total loss kom ik van de tafel. De volgende keren ga ik niet meer alleen, dat weet ik in ieder geval zeker. Na afloop rijd ik langs P. om haar te vertellen over hoe het ging, hoe ik me voelde en hoeveel spijt ik ervan had dat ik haar aanbod had afgeslagen.
    Als ik mijn ervaringen later in de middag aan M. vertel moet ie vreselijk lachen. Gekkie, dat werkt niet zo. Dat apparaat maakt alleen maar foto’s en dat hoor je. Oh.
    s Avonds bel ik L., mijn vriendin in Amersfoort. Ze weet nog van niets, en schrikt. Maar natuurlijk is ze bereid – net als twee jaar geleden –  de 24e met me mee te gaan naar nucleaire in Amersfoort. Wat een opluchting!