• Amputatie

    Bijna op de kop af twee jaar na de vorige borst-operatie dan nu de dag waarop mijn borst er helemaal af moet. In de ochtend naar Amersfoort, om te onderzoeken of er toch nog lymfeklieren aanwezig zijn. Terwijl we wachten komt er op de telefoon van M. een sms binnen. In de vroege ochtend is H., na vier jaar strijd tegen kanker, op de dag na z’n 42e verjaardag overleden. Shit, shit, shit. Wat een ellende! En hoe moet ik hier aan denken terwijl ik zelf over een paar uur onder het mes lig. Van de drie ben ik nu alleen over. Shit, shit, shit.
    Veel gelegenheid om er bij stil te staan is er niet. Het onderzoek wijst uit dat er aan mijn rechterkant geen lymfeklieren meer zijn. Dan kan de kanker ook niet via je lymfeklieren zijn uitgezaaid, zegt de assistente. Dat zal waar zijn, maar wat heb ik eraan.
    Ik moet me zo snel mogelijk melden in het ziekenhuis in Harderwijk, zodat ik klaar gemaakt kan worden voor de operatie. Dus rijden we direct van Amersfoort naar Harderwijk. Ik voel me enigszins onwerkelijk. H. dood, ik op weg naar een operatie waar mijn borst geamputeerd zal worden. Dat wat ruim veertig jaar als doem over mijn leven heeft gelegen, wat het ergste leek te zijn wat me ooit zou kunnen overkomen, gaat straks gebeuren. Vind ik het erg? Nee. Zie ik er tegenop? Nee. Vind ik het eng? Nee. Ben ik wel normaal? Weet ik niet.
    De gang van zaken in het ziekenhuis is me bekend. Waarschijnlijk zal ik twee nachten moeten blijven, afhankelijk van het verloop met de drain. Een vervelende herinnering komt bij me op. De eerste keer heb ik tien dagen in het ziekenhuis moeten blijven omdat de drain maar bleef lopen. Dat gaat nu hoop ik niet weer gebeuren. Nou ja: ik merk het wel. Vijftien jaar geleden bleek, op het moment dat ik afgetekend werd voor de bestralingen, dat er stuk drain in mijn borst was blijven zitten. Twee jaar geleden werd de operatie gestaakt omdat het draadje dat gezet was naar de plaats van de tumor (zodat de chirurg de tumor gemakkelijk kan vinden) verdwenen bleek te zijn. Alleen de poortwachtersklier kon toen weggenomen worden, voor het verwijderen van de kanker moest ik een dag later terugkomen.
    Veel tijd om over dit alles na te denken is er niet. Als ik klaar ben gemaakt voor de operatie, en mijn portie dormicum heb gehad, word ik naar de operatiekamer gebracht. Ik maak nog net mee dat het toch echt allemaal over mij gaat. Even later word ik plotseling wakker. Ik kijk om me heen, en dan naar beneden. Zijn ze al klaar? Of moet het nog beginnen? Nee, ze zijn klaar. Jemig!
    Terug op de vier-persoons kamer ben er gewoon weer helemaal. Pijn heb ik eigenlijk niet. Ik kijk, met mijn ogen nog even dicht, naar beneden. Als ik ze open doe zie ik verband en verder een lege plek. Dat was het dus. En nu snel beter zien te worden.
    Als ’s avonds mijn partner en vriendin P. op bezoek komen, verbaas ik ook hen met mijn helderheid. Geen spoortje van de narcose. Ook raar!

  • Helse pijn

    Wat ongemakkelijk, maar toch wel redelijk goed geslapen vanacht. Ik voel me goed, heb ook aardige kamergenotes. Ik kom de dag goed door, geniet van het bezoek dat ik krijg. Als de chirurg langs komt vertel ik haar dat ik een wat vreemde pijn voel in mijn borst. Alsof iemand in mijn tepel staat te snijden. Dat kan fantoom-pijn zijn, zegt ze, dat gebeurt wel eens. Het is een vervelend soort pijn, die in de op van de dag zeker niet minder wordt. Vooral als ik me beweeg voel ik het. Nooit eerder fantoompijn gehad – ik hoop toch wel dat dat weer slijt. In de nacht word ik wakker van een helse pijn. Ik durf me niet eens te bewegen, zo n pijn heb ik. Ik hoor de verpleegkundigen op de gang, maar ik durf me zo totaal niet te bewegen dat ik niet eens bij de alarmbel kan komen. Ik probeer het toch, maar het doet me teveel pijn om het nog eens aan te durven. Gelukkig merk ik dat mijn buurvrouw ook wakker is. Ik vraag haar of ze op de alarmbel wil drukken. Ik word helemaal gek van de pijn. De verpleegkundige geeft me paracetamol. Mij lijkt dat bij lange na niet afdoende, maar wie weet. Natuurlijk is het niet genoeg. Als er na verloop van tijd iemand komt kijken zeg ik dat ik nog steeds even veel pijn heb, en dat ik me niet durf te bewegen. Ze zegt dat ze zal zien wat ze kan doen, en blijft een hele tijd weg. Kennelijk is ze me vergeten. Is dit nou dat ziekenhuis waar ik me altijd zo goed behandeld voel? Wat waardeloos is dit. Na een eeuwigheid komt de verpleegkundige terug met een spuit. Sorry, zegt ze, het kon niet sneller. Deze pijnstiller is niet zomaar voor handen. Wat kan mij dat allemaal schelen, die helse pijn is echt niet uit te houden. Waarschijnlijk drukt het slangetje van de drain op een zenuwuiteinde, zegt ze. Oh, is dat het? Maar dan wel op alle zenuwuiteinden die maar in de buurt liggen, denk ik nog, maar zeg ik niet want praten wil ik niet.
    Langzaam dommel ik toch enigszins in slaap. De pijn is er nog wel, maar is nu wel uit te houden. Uiteindelijk slaap ik, zij het niet erg prettig.

  • Technisch gezien valt het mee

    Vandaag de afspraak met de anesthesist. Dat herinnert me aan twee jaar geleden. Toen stond ik op de weegschaal en zag hoe verschrikkelijk zwaar ik geworden was. Op weg naar huis ben ik toen eerst langs de huisarts gesneld om een verwijzing voor een diëtiste te halen. Kanker of niet, ik moest afvallen.
    Deze keer raak ik vanzelf een aardig gewicht kwijt, bedenk ik me.
    U bent heel erg gezond, vertelt de anesthesist me als binnenkomer. En ja: zo voel ik me ook. In ieder geval voel ik me in niet geheel niet ziek, dat is een ding dat zeker is. Veel valt er niet te bespreken. Emotioneel een zware operatie, dat besef ik, zegt hij, maar technisch gezien stelt het niet zo heel veel voor.
    Met deze boodschap ga ik naar huis. Zo had ik het nog niet bekeken.

  • |

    Ervaring met amputatie

    Laatste dagje op Terschelling. De aanstaande amputatie is wel een voortdurend soort aanwezigheid (dit is dan de laatste keer dat ik hier met twee borsten aanwezig ben, en andere geintjes van deze soort), maar ik ervaar het niet als zwaar of moeilijk. Vriendin J., ook op het eiland, wipt even aan. Ruim tien jaar geleden heeft J. een borstamputatie ondergaan. Wil je het zien? vraag ze. Als ik, een beetje aarzelend, ja zeg trekt ze haar trui omhoog. Wat ik te zien krijg schokt me nauwelijks. Zo ziet dat er dus uit. En zo zie ik er volgende week dus ook uit (nou ja: voorlopig zal daar vooral een grote wond te zien zijn, maar goed – later zal het beter worden).