• |

    Is mijn smart niet voldoende?

    Vanochtend kwam ik op het web een artikel tegen van Ide Wolzak, ter gelegenheid van het symposium Eigen-wijs rouwen, 6 oktober 2011 (Vereniging Ouders van een Overleden Kind): Een eigen-wijs verhaal; over rouwervaringen en ‘libelle-psychologie 

    In dat artikel kwam ik een citaat tegen uit een boek van Elie Wiesel dat ik graag aan je door wil geven:

    Toen Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, zijn zoon verloor, kwamen zijn leerlingen hem troosten.
    Rabbi Eliëzer herinnerde hem eraan dat hetzelfde ongeluk Adam had getroffen en die had zijn smart weten te overwinnen.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen smart niet voldoende? Waarom moet die van Adam erbij gehaald worden?

    Rabbi Joshua herinnerde hem aan de beproevingen die Job had moeten doorstaan, en die had zich laten troosten.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen leed al niet voldoende? Waarom moet zo nodig dat van Job er nog bij gehaald worden?

    Rabbi Josse herinnert hem aan de tragedie van de hogepriester Aäron die zijn beide zonen zag sterven.
    En Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen hartzeer al niet voldoende? Waarom moet dat van Aäron er nog bij gehaald worden?

    Elie Wiesel
    Bijbels eerbetoon. Portretten en legendes.
    Gooi en Sticht
    Hilversum 1976
    Blz 170

  • | | |

    Meisje wordt wees

    In De Volkskrant van dinsdag 12 februari 2013 staat een groot artikel – Meisje wordt wees – over jonge weeskinderen in Nederland. Dit naar aanleiding van het boek van Jojanneke van den Bosch: Zo, nu ben je wees. Citaat uit het artikel van 13 februari: ………Ze zijn nagenoeg onzichtbaar. ‘het probleem met weeskinderen in Nederland is dat ze niet opvallen. Deels omdat ze dat niet willen, maar ook omdat ze geen label hebben. De problematiek wordt niet herkend en erkend. Er worden geen inzamelingsacties voor ze gehouden, zoals voor Roemeense of Afrikaanse weeskinderen. Ze komen niet in de media. Er zijn geen weeshuizen meer, sinds de sluitingen in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn versplinterd. Ze zitten in pleeggezinnen of wonen bij familie of in internaten. Ze wonen op zichzelf’……..

    Jojanneke van den Bosch verloor als kind van 14 eerst haar vader als gevolg van hartfalen en in hetzelfde levensjaar haar moeder door longkanker. Ze schrijft dus vanuit haar eigen ervaringen en doet dit met de bedoeling jonge wezen en halfwezen de hand te reiken ‘Ik vertel in welke situaties een weeskind verzeild kan raken. En ik geef er handreikingen bij, vanuit mijn perspectief als volwassene. Maar er staan ook adviezen in die ik van anderen heb gekregen, zodat omstanders de dingen kunnen ontdekken waarmee weeskinderen te maken krijgen’

    Over de boekpresentatie schrijft Jojanneke: ‘de mooiste dag van haar leven. Het was leuker dan mijn afstuderen en al mijn verjaardagen bij elkaar. Het is nu niet meer alleen mijn verhaal. Het heeft zin gekregen wat ik heb meegemaakt. De verhalen hebben een functie gekregen. Ze kunnen mensen hulp bieden. Dat maakt het overlijden van mijn ouders minder zinloos.’

    Lees ook de Blog

    Eindelijk tijd voor ruimte?

  • | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 3

    De eerste man werd als onbewerkt – autobiografisch – manuscript na zijn dood in de tas van Albert Camus gevonden. In het boek De eerste man dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven gaat de hoofdpersoon Jacques, die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor, als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Citaten

    Bladzijde 187

    ……. Zoals hij door de nacht van de jaren voortstapte over het land van de vergetelheid, waar ieder de eerste man was, waar hij zichzelf had moeten grootbrengen, alleen, zonder vader, zonder ooit die momenten mee te maken waarop een vader zijn zoon bij zich roept, na jaren gewacht te hebben totdat hij de leeftijd heeft om te luisteren, en hem vertelt over het geheim van de familie, of over een oude wonde, of over zijn leven, die momenten waarop zelfs de belachelijke, onuitstaanbare Polonius plotseling groots wordt als hij het woord richt tot Laërtes, en hij was zestien en daarna twintig geworden zonder dat iemand met hem gesproken had, en hij was doordrongen geweest alleen te leren, alleen te groeien, in kracht, in macht, alleen zijn moraal en zijn waarheid te vinden, eindelijk geboren te worden als mens, om daarna een nog zwaardere geboorte te ondergaan, het geboren worden voor de anderen, voor de vrouwen…………………

    Bladzijde 217

    …….Eerst gaf hij haar [zijn grootmoeder] een zoen, daarna zijn oom en ten slotte zijn moeder, die hem een tedere, verstrooide kus gaf en dan haar onbeweeglijke houding weer innam, in het halfduister, met haar blik vaag op de straat gericht en op de stroom leven die onvermoeibaar voortkabbelde onder de oever waarop zij onvermoeibaar zat te kijken, terwijl haar zoon haar met een brok in zijn keel onvermoeibaar in het donker gadesloeg, en bevangen door een duistere angst voor een ongeluk dat hij niet kon bevatten naar haar magere, gebogen rug keek.

    Bladzijde 287

    Als hij 40 is erkent hij dat hij behoefte heeft aan iemand die hem de weg wijst en hem prijst en de les leest: een vader. De autoriteit en niet de macht.

    Lees ook:

     

     

     

  • | | | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 2

    De eerste man werd als onbewerkt manuscript na de dood Camus gevonden. In het boek, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques – die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor – als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Bladzijde 130

    …….Van hen zou hij nooit te weten komen wie zijn vader was en als ze, louter door hun aanwezigheid, in hem toch nieuwe bronnen aanboorden met feiten uit een armoedige, gelukkige jeugd, wist hij niet zeker of die zo rijke, zo spontaan in hem opborrelende herinneringen wel precies beantwoordden aan wat hij als kind had beleefd………

    Bladzijde 177/178

    ……… ‘Geen prater, nee, geen prater’. Maar hij werd duf van het geluid, het dompelde hem in een vervelend soort verdoving waardoor hij hem niet kon zien, zich geen beeld kon vormen van die vader die achter dat immense, vijandige land verdween en opging in de anonieme geschiedenis van dat dorp en die vlakte. Details uit hun gesprek bij de dokter kwamen weer bij hem boven, even traag als de aken die volgens de dokter de Parijse kolonisten naar Solferino hadden gebracht. Even traag, er was geen trein in die tijd, nee, nee, of toch wel, maar die ging niet verder dan Lyon. Dus zes aken, getrokken door jaagpaarden met uiteraard de Marseillaise en Chant du départ door de stedelijke harmonie, en zegening door een geestelijke op de Seineoevers, met een vlag waarop de naam was geborduurd van het dorp dat nog niet bestond maar dat de passagiers uit het niets tevoorschijn gingen toveren. De aak raakte al op drift, Parijs gleed weg, werd vloeibaar, ging verdwijnen, de zegen des Heren ruste op het werk uwer handen, zelfs de meest doorgewinterden, de vechtersbazen van de barricaden, zwegen, beklemd, met hun angstige vrouwen tegen hun kracht gedrukt, en ze moesten slapen op stromatrassen in het ruim met het zijdeachtige geluid en het vuile water op hoofdhoogte, maar eerst kleedden de vrouwen zich uit achter beddenlakens die ze voor elkaar ophielden. Waar was zijn vader bij dit alles? Nergens, en toch vertelden die aken, honderd jaar geleden voortgetrokken over de kanalen van de late herfst, een maand lang afdrijvend over de hoofd- en bijrivieren waarop de laatste dode bladeren dreven, met als escorte kale hazelaars en wilgen onder de grijze lucht, in de steden verwelkomd door officiële fanfares en weer afgeduwd met hun lading nieuwe nomaden naar een onbekend land, die aken leerden hem meer over de dode van Saint Brieuc [zijn vader] dan de oudbakken, chaotische herinneringen die hij was wezen zoeken…………………

    Lees ook: