• | | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 1

    In de afgelopen week las ik De eerste man van Albert Camus. Albert Camus – journalist,  grondlegger van het Absurdisme, auteur onder meer van De Pest en De Vreemdeling en winnaar van de Nobel-prijs in 1957 werd 1913 in Algerije geboren en overleed in 1960 ten gevolgen van een auto-ongeval. Camus verloor in zijn eerste levensjaar zijn vader, die in 1913 tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde aan de Marne.
    De eerste man
     werd als onbewerkt manuscript, na zijn dood, in de tas van Camus gevonden. In het boek De eerste man, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Bladzijde 31

    …………..Een gezin waar weinig werd gesproken, waar niet werd gelezen en geschreven, een ongelukkige, verstrooide moeder, wie had hem meer kunnen vertellen over deze jonge, beklagenswaardige vader? Niemand had hem gekend behalve zijn moeder, en zij was hem vergeten. Dat wist hij zeker. En hij was anoniem aan zijn einde gekomen op deze aarde waar hij een kort moment anoniem had rondgelopen. Als er iemand informatie moest zoeken, vragen moest stellen, dan was hij het, Maar wie net als hij niets bezit en de hele wereld wenst te bezitten, die komt met al zijn energie toch nog te kort om zijn leven te kunnen opbouwen en de wereld te veroveren of te begrijpen. In feite was het nog niet te laat, hij kon nog zoeken, erachter komen wie de man was die hem nu nader leek te staan dan enig ander mens in de wereld. Hij kon….

    Bladzijde 39

    Ik heb vanaf het begin, als kind nog, geprobeerd zelf uit te vinden wat goed was en wat kwaad – aangezien niemand in mijn omgeving me dat kon vertellen. En ook zie ik nu in dat alles me in de steek laat, dat ik behoefte heb aan iemand die me de weg wijst en me prijst en berispt, niet vanuit macht maar vanuit gezag, ik heb mijn vader nodig. Ik meende te weten, mezelf in de hand te hebben, ik weet het nog niet.

    Bladzijde 44

    ……….. terugkeren naar de jeugd waarvan hij nooit was genezen……….

    Bladzijde 119

    …………Catherine Cormery’s glimlach verdween van haar gezicht en alle ellende en vermoeidheid van de wereld kwam ervoor in de plaats. Daarna ontmoette ze de starende blik van haar zoontje, probeerde nog een keer te glimlachen, maar haar lippen trilden, en huilend liep ze snel naar haar slaapkamer en liet zich op het bed vallen, de enige plek voor rust, voor eenzaamheid en voor al haar verdriet. Jacques liep sprakeloos naar haar toe. Ze had haar gezicht in het kussen begraven, de korte krullen die haar nek vrijlieten en haar magere rug schokten van het snikken. ‘Mamma, mamma’, zei Jacques, terwijl hij haar schuchter met een hand aanraakte. ‘Je bent heel mooi zo.’ Maar ze had het niet verstaan en gebaarde met haar hand dat hij haar met rust moest laten. Hij deinsde terug naar de drempel en begon, geleund tegen de deurpost, ook te huilen, van machteloosheid en liefde.

    Lees ook:

     

  • |

    Kind, zieke ouder & waarneming

    In mijn Blog Mislukt (25 januari 2013) schreef ik over de gevolgen die een langdurige – en levensbedreigende – ziekte van een ouder kan hebben voor de ontwikkeling van een kind.

    Nog een ander aspect dient hier genoemd te worden. Een aspect dat waarschijnlijk door veel Verlaat Verdriet-ers, die een ouder verloren na langdurige lichamelijk of geestelijke ziekte, herkend zal worden.
    Opgroeien in een gezin, in een huis, als kind van een langdurig en levensbedreigend zieke ouder is voor een kind geen gemakkelijke situatie. Er is iets gaande in huis. Er is iets gaande bij je ouders. Er is angst. Er is verdriet. Er is wanhoop. Er is hoop. Er is valse hoop. Vrijwel alle ouders van kinderen, ouders die geconfronteerd werden met levensbedreigende ziekte, waren te jong om te sterven.
    Deze ouders wilden niet dood.
    Deze ouders wilden niet hun partner verliezen.
    Deze ouders probeerden uit alle macht het noodlot – de dood – af te wenden. Grepen alles aan om maar niet dood te hoeven gaan. Probeerden in een wonder te blijven geloven.

    Er was nog meer angst.
    Nog meer verdriet.
    Nog meer hoop.
    Nog meer wanhoop.

    Je voelde het als kind. Maar je wist het niet. Je had geen idee waar het op uit zou lopen. Wat je boven het hoofd hing. Maar wat je wel voelde was de dreiging. Vaak zonder goed te begrijpen wat die dreiging inhield. Of wat die dreiging uiteindelijk in zou gaan houden.

    Als gevolg daarvan hebben Verlaat Verdriet-ers vaak moeite op hun eigen waarneming te vertrouwen. Wat ik zie: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik voel: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik denk: klopt dat met wat er werkelijk is?

    Verlaat Verdriet-ers zijn in veel gevallen uiterst gevoelig voor omgevingsfactoren. Ze zijn bang voor ‘iets’ dat ze als bedreigend ervaren. Vaak zonder goed te kunnen benoemen waar het over gaat. Als er dan iets lijkt te gebeuren wat ze als ingrijpend ervaren, dan voelt die gebeurtenis vaak oneindig veel groter dan ze zelf zijn. Ze voelen zich machteloos.

    ‘Geef kinderen open en eerlijke informatie’ is één van de eerste adviezen die ouders wordt gegeven. Het is zo gemakkelijk gezegd. In theorie klopt dit advies ongetwijfeld. Maar doe het maar eens als je – ongewild – in de situatie terecht bent gekomen waarin je partner – of jijzelf – geconfronteerd wordt met een naderende en onafwendbare dood.

    Remember me when I’m gone

    Speciaal voor ouders, die weten dat ze zullen sterven en die hun kind(eren) een eigenhandig gemaakt herinneringsdocument willen doorgeven, hebben Juliette Reinders Folmer en Titia Liese het wereldwijde project www.rememembermewhenimgone.org ontwikkeld.

  • |

    Poly-ruptuur, multiple-trauma

    Steeds opnieuw gaat het thema ‘Een kind dat een ouder verliest door de dood, verliest veel meer dan alleen die ouder’ door me heen. Als een soort van mantra: ‘een kind dat een ouder verliest door de dood, verliest veel meer dan alleen die ouder’. Het kind verliest ook veiligheid. Continuïteit. Geestelijke geborgenheid. Vertrouwen.

    Zelf geef ik de voorkeur aan het gebruik van het woord ruptuur (snede, scheur) in geval van jong ouderverlies boven – of liever gezegd: voorafgaand aan – gebruik van het woord trauma (wond). Van het ene op het andere moment raakt het kind afgescheiden van de overleden ouder. Onomkeerbaar. Raakt het kind afgescheiden van het leven zoals het was. Onomkeerbaar. Raakt het kind afgescheiden van zichzelf. Niet onomkeerbaar. Het leven ging door. Onmiskenbaar. Het levensveranderende verlies greep diep in. Op alle levensgebieden, en zowel in de geest, als in het lichaam van het kind. In haar/zijn hele zijn.
    Bij jong ouderverlies is eerder sprake van een meervoudige ruptuur, dan van een enkelvoudige ruptuur: poly-ruptuur. Poly-ruptuur – meervoudige ruptuur – kan meervoudig trauma veroorzaken: multiple-trauma. En veroorzaakt dat bij jong ouderverlies in veel gevallen ook werkelijk.
    Als het kind vervolgens wordt blootgesteld aan een veelvoud van vervolgverliezen en -transities wordt de kans op een veelvoud aan trauma’s –  multiple-trauma – groter en groter.

    Steeds duidelijker ook krijgt mijn scepsis vorm ten aanzien van (een al te gemakkelijk) gebruik van EMDR. Wie niet een goede kennis heeft van, en een ruime ervaring heeft met, de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder, doet er goed aan EMDR niet ‘zomaar’ in te zetten. Voor Verlaat Verdriet-ers, die in hun jeugd zijn geconfronteerd met poly-ruptuur en multiple-trauma, kan het gebruik van EMDR gevaarlijk zijn, en de Verlaat Verdriet-er eerder schade berokkenen dan helpen. EMDR is geen gemakkelijke en lekker snelle methode om van je trauma’s af te komen. Zeker niet als het gaat om de gevolgen van jong ouderverlies!

    Morgen heb ik een afspraak met de enige persoon in Nederland die is opgeleid in het gebruik van WingWave. Wingwave is een methodiek die in Duitsland is ontwikkeld door twee psychologen. Ik ben nieuwsgierig naar deze methode. Misschien een methodiek die bruikbaar is om mee te werken met Verlaat Verdriet-ers? In ieder geval wordt Wingwave gebruikt door null in Zwitserland. Hoewel Diederika, wat Verlaat Verdriet-ers en Wingwave betreft, nog aan het onderzoeken is of de methode goed kan werken bij Verlaat Verdriet-ers en zo ja: hoe.

    Ik zal het horen morgen, en er zeker verder over schrijven.

  • |

    Eindelijk tijd voor ruimte?

    De afgelopen vijftien/twintig jaar zijn we ongeveer letterlijk doodgegooid met aandacht voor verliesverwerken. Voor rouwen. Na lange tijden van zwijgen over de dood. Van zwijgen over gevoelens. Van de overtuiging, dat wie niet huilde bij een verlies, dat verlies ‘droeg als een man’. Flink was. Sterk was.

    Daaropvolgend kwam een tijd waarin verliesverwerken een verplichting werd, gebaseerd op het lineaire vooruitgangsdenken. Je lijdt een verlies. Je verwerkt dat verlies. Je laat het verlies achter je. Je gaat door met je leven, als mooier, beter, wijzer, rijker mens. Termen als ‘gestagneerde rouw’ en ‘pathologische rouw’ werden geïntroduceerd. ‘Er niet in blijven hangen’, op straffe van minachting. Rouwdwang. Zo groot dat de term ‘rouwverwerken’  een breed geaccepteerde term is geworden. Vooruit! Flink zijn! Het leven gaat door!

    Lang was men de overtuiging toegedaan dat kinderen niet konden rouwen. In mijn eigen leven – mijn moeder overleed in 1957 – heb ik mij daar veel over afgevraagd. Helaas heb ik mijn vragen nooit meer kunnen delen met mijn vader. Over mijn moeder spraken we niet meer. Niemand die het aandurfde om dat verdriet weer boven te halen. En toen ik eindelijk zover was dat ik het had gekund, leefde mijn vader allang niet meer. Wat mijn vader allemaal precies heeft gedacht: ik weet het niet. Dat mijn vader geen holbewoner was die er geen flauw benul van had hoe je met kinderen om moest gaan, dat weet ik wel heel zeker. ‘Ik hoop de kinderen hiermee een trauma te hebben bespaard’ motiveert hij in nagelaten geschriften zijn besluit om mij (acht jaar) en mijn drie jaar jongere broertje niet mee te nemen naar de crematie. ‘Samen met Jantje stonden jullie op de stoep en zwaaiden ons uit. Alsof het een hele gewone dag was’.

    In dezelfde afgelopen twintig jaar is er aandacht gekomen voor kinderen en rouw. Veel aandacht. Heel veel aandacht. Cursussen. Trainingen. Opleidingen. Boeken. Lezingen. Symposia. Bordspelen. Enzovoort. Enzovoort. Veel belangstelling. Met name voor het sentimentele deel. Het is toch zielig, als een moeder/een vader sterft. Maar betekent dat, dat er in al die tijd ook belangstelling is geweest voor de werkelijkheid van het vroege verlies van een ouder?
    In vrees van niet.
    In ieder geval niet zo lang het denken over rouwen, over verlies-en verdrietverwerken, over ‘rouwverwerking’ is gebaseerd op het lineaire denken: je moet het verlies verwerken, achter je laten, doorgaan met je leven als mooier, beter, wijzer, rijker mens.

    Langzamerhand zie ik – gelukkig – een verandering komen in die, op illusies gebaseerde en op prestaties gerichte, manier van denken. Er komt ruimte voor een meer realistische manier van denken over rouwen. Een manier van denken met meer werkelijkheidszin: een ingrijpend verlies maakt deel uit van je leven. Van jou. Van je levensverhaal. Eindelijk komt er ruimte om een ingrijpend verlies werkelijk een plaats te geven in je leven.

    Naar ik hoop betekent dit, dat eindelijk de tijd is aangebroken die kinderen niet alleen de erkenning van de realiteit van het ingrijpende verlies van een ouder biedt, maar ook de ruimte dat verlies deel uit te laten maken van hun leven. Van hun ontwikkeling. Van hun levensverhaal.
    De ruimte het verlies een plaats te geven in hun leven, zonder altijd de dwang te voelen dat er verwerkt moet worden. ‘Het moet nu maar eens over zijn’.  ‘Je moet toch verder met je leven.’ Of – erger nog – de quasi begripvolle opmerking: ‘Het kan in latere fasen van het leven weer opspelen.’

    Zodat je als kind de ruimte krijgt die je nodig hebt. Dus ook de ruimte om ongetwijfeld goedbedoelende en/of daarvoor opgeleide ‘helpers’ af te wijzen. En de ruimte om te kunnen zeggen ‘ik heb er geen last van’.  Ook al is dat niet de waarheid.
    En je als volwassene – eindelijk – de tijd en de ruimte krijgt die je nodig hebt om aandacht te geven aan het vroege verlies van je ouder. Op momenten dat je dat nodig hebt. Zonder oordelen dat je in ‘arme ik’ blijft hangen.

    Meer lezen

    Tijdsfactoren

    David Grossman
    Uit de tijd vallen
    ISBN: 9789059363632