• Gesprek

    Vanochtend naar de mamapoli voor de punctie. Echt slecht gaat het niet, maar ook niet erg goed. Een beetje gemiddelde vochtproductie. Ik heb het er maar mee te doen. Veel last heb ik er in ieder geval niet van, maar ik ben ook wel wat gewend. Daarna, in de middag, het gesprek met H., de huisarts, de man van M. Ik verheug me er op, hoewel ik niet zo n beeld heb van hoe het zal gaan. Wat heb ik te zeggen? Wat wil ik vragen? Ik heb wel een idee, maar durf ik het aan om die vraag ook echt te stellen? H. heb ik twee keer even vluchtig gesproken, maar verder kennen we ekaar niet. Hij laat me vertellen wat ik te vertellen heb. En hij luistert, en zo nu en dan stelt hij een vraag of humt eens wat. Het is zo goed om mezelf te horen praten. Om woorden te uiten over gevoelens, over twijfel en over angst. Aan iemand die ter zake kundig is, maar die mij wel alle ruimte laat om mijn verhaal te doen. Wat bijzonder dat dit mag. Wat bijzonder dat dit kan. Een speciale vraag heb ik aan hem, maar ik weet nog niet of ik het aan durf die vraag te stellen. Is het niet gek, die vraag? Vindt hij het toch niet gek? Tegen het einde van het gesprek stel ik de vraag – het is nu of niet. Inmiddels minstens dertig jaar geleden moest ik me laten keuren, uiteraard bij een andere arts dan mijn eigen huisarts. Ik kwam bij een andere Nunspeetse huisarts terecht. We kenden elkaar niet. Na afloop, ik had me al aangekleed en stond op het punt weg te gaan, keek hij me doordringend aan en zei: Je hebt gevaarlijke borsten. Kijk er mee uit. Laat je regelmatig controleren. Waar hij op dat moment op doelde, daar hoefde ik geen vraagtekens bij te zetten. Ik heb zijn advies niet opgevolgd, daarvoor was ik in die tijd veel te bang voor borstkanker (mijn volwassen-hoofd wist heel goed dat je daar niet meer aan dood hoefde te gaan, maar mijn kind-hoofd wist het zeker: als je borstkanker hebt ga je dood. Dus moet je het niet willen weten. Mijn kindhoofd won altijd. Ik heb me nooit laten controleren, ondanks zijn advies en ondanks het feit dat ik heel goed wist……..). Is het mogelijk dat ik me dit goed herinner? vraag ik H. Kan een huisarts dat zien? Zonder een seconde twijfel zegt hij Ja, een huisarts kan dat zien. Ik zie de verbaasde blik van M., maar ik weet genoeg. Al een tijdje vermoed ik dat de samenstelling van mijn borsten invloed heeft gehad op het ontstaan van kanker. Vijftien jaar geleden bleef er een stuk drain in mijn borst zitten, afgebroken door het geweld dat de verpleegkundige moest gebruiken om de drain uit de borst te verwijderen. Twee jaar geleden was het draadje in mijn borst verdwenen, dat gezet was naar de tumor om de chirurg de weg naar de tumor te wijzen. Toeval? Neem ik dit gegeven mee op weg naar mijn besluit? Het antwoord van H. is voor mij duidelijk genoeg. Er heeft tot drie keer toe kanker in een van mijn borsten gezeten, maar verder in mijn lijf niet. Ik kan de kanker isoleren tot kanker in mijn borst(en). Wat een opluchting!
    In de avond word ik gebeld door B. Zijn vrouw J. en hij gaan een paar dagen naar Terschelling en nemen hun auto mee. En mij, als ik dat wil. Ja, ik wil! Gelukkig kan ik de paar afspraken die ik in het begin van de volgende week heb verzetten. Ik ga mee!

  • Hulp

    Bij een bezoekje van een paar weken geleden beloofde J., mijn broer, me wat klussen in mijn huis voor me te doen. Ook zo heerlijk – deze vorm van zorg! Vandaag is hij geweest. En hij heeft zijn werk gedaan. Heerlijk!

  • Prothese

    Vandaag krijg ik m n prothese aangemeten. Wel spannend. Tot nu toe heb ik weinig last van de aanblik van de lege plek. Hoewel – soms ineens – als ik langs de spiegel loop, kijk ik verbaasd nog eens: wat is er nou toch aan de hand met me? Het went nooit, vertellen twee ervaren vriendinnen me. Maar het is nu eenmaal zo. Ja.
    De protese krijg ik aangemeten bij De Berenkuijl, bij Wouter Hoelen. Jeanie helpt me. We kennen elkaar al heel wat jaren. Twee jaar geleden, toen ik een nieuwe BH bij haar kocht, riep ik nog stoer: nee joh, die van mij zit er nog gewoon aan. Nu niet meer, dus. Jeanie zoekt en vindt een passende protese. Ik stop hem in mijn BH. en loop ermee weg alsof ik dat al jaren doe. Dan moet ik voor behandeling naar Wouter zelf. De wond is goed genezen, maar het lidteken krijgt wel een hele lelijke plek. Je kunt zien dat daar het lidteken van de operatie van vijftien jaar geleden zit. En dat daar is bestraald. Op die plaats verkleeft het lidteken. Lelijk, maar ook op een vervelende manier gevoelig. Alleen: al sinds de operatie van vijftien jaar geleden is dat hele gebied – schouder, arm, borst een pijnlijk gebied waar altijd wel wat is. Ik ben er dus zo aan gewend dat ik het niet steeds registreer. Maar het is er wel. Het lidteken trekt en is daardoor pijnlijk. Ik hoop dat daar nog wat aan te doen valt
    Eens per week, anderhalve week, ga ik naar het ziekenhuis. Dan wordt er punctie gedaan om het vocht in de wond weg te halen. Gaat dat nou weer net zo n langdurige geschiedenis worden als vijftien jaar geleden? Ik baal ervan, hoewel ik me steeds heel goed behandeld voel.