• | | | | | | | |

    Borstkanker, een voorbeeld uit de praktijk

     

     

     

     

     

     

    Borstkanker, mijn moeder, ik en andere mensen

    Op mijn achtste verloor ik mijn moeder als gevolg van borstkanker. Mijn moeder werd 49 jaar.
    Zelf bleek ik twintig jaar geleden eveneens borstkanker te hebben. Ik had ongeveer dezelfde leeftijd als mijn moeder.
    ‘Ik ga hier niet aan dood’ was het eerste wat ik dacht toen ik te horen kreeg dat er borstkanker was gevonden.
    Gelukkig kreeg ik gelijk.

    Twintig jaar later

    Ongeveer twintig jaar later bleek ik opnieuw borstkanker te hebben.
    Andere borst.
    Andere kanker.
    Ook deze keer leefde ik verder.

    Twee jaar later

    Twee jaar na de tweede borstkanker werd opnieuw kanker gevonden in mijn andere borst. Opnieuw een andere kanker.
    Deze keer ontsnapte ik niet aan een amputatie.
    Ook deze keer leefde ik verder.
    Met plezier!

    De dood van mijn moeder

    Soms vertel ik er over – over die drie keer borstkanker bedoel ik.
    ‘De dood van mijn moeder heeft oneindig veel meer met me gedaan dan die kanker’ vertel ik dan.
    Ik ken de reactie.
    Afschuw. Hoe kun je dat nu zeggen. Inmiddels begrijp ik dat beter. Kanker, da’s erg. Daar kun je aan dood gaan.
    Als kind je moeder verliezen: dat kun je gewoon verwerken.
    Als je zo oud bent als ik nu ben moet je het daar toch niet meer over hebben.

    Wij begrijpen elkaar

    Gelukkig tref ik in mijn praktijk zo nu en dan dubbele-ervaringsgenoten.
    Zij begrijpen het wel.
    Wij begrijpen elkaar!  

  • | |

    Het potlood & de voetafdruk

    Zaterdagochtend bel ik Margreet om te vragen of ze akkoord gaat als ik een Blog schrijf over het telefoongesprek dat we eerder deze week hebben gehad over null.

    ‘En nu nog wat’, zegt Margreet. ‘Ik vind het vaak zo verschrikkelijk moeilijk om andere mensen uit te leggen wat het vroege verlies van mijn moeder met mij heeft gedaan. Die kanker van jou ……’

    Ik val Margreet in de rede en roep meteen: ‘o ja – die kanker kwam gisteren ook in mijn sessie met de psycho-therapeut aan de orde. Drie keer kanker gehad, maar het staat niet in verhouding tot wat de dood van mijn moeder bij mij teweeg heeft gebracht. Weet je – die kanker, hoe erg en vervelend en moeilijk en ingrijpend ook: het heeft me wel de gelegenheid gegeven om in beweging te komen. Om te handelen. Om besluiten te nemen over mijzelf. In dat perspectief heeft die drie keer kanker ook iets inspirerends voor me gehad. Iets bevrijdends. Het ging over mij en ik kon er wat mee doen.’ 

    ‘Maar zeg nou nog eens hoe het voor jou zit’, dringt Margreet aan. ‘Ik wil het gewoon weten. Waar kun je het mee vergelijken. Hoe maak je duidelijk hoe groot het is. Zoals je een potlood naast een voetafdruk kunt leggen, waardoor je kunt zien hoe groot die voetafdruk eigenlijk is, zeg maar.’

    ‘Drie keer kanker kan niet in de schaduw staan van wat het verlies van mijn moeder in mij en in mijn leven teweeg heeft gebracht’, beantwoord ik de vraag van Margreet. ‘Het komt er niet eens in de buurt.’

  • Toeval?

    Drie weken geleden heb ik op Terschelling een middag in mijn tuintje gewerkt, op oude rubberlaarzen waarvan ik allang weet dat ze eigenlijk weg moeten. De volgende dag loop ik op het strand, en ik voel een pijnscheut in m’n knie. Daarna nog een. En daarna nog veel meer. Maar ik kan er doorheen lopen – en dat doe ik.

    De volgende middag ga ik cranberries plukken. Het is nat in de Koegelwieck. Ik doet m’n regenbroek aan en – alweer – m’n oude rubberlaarzen. En de volgende dag nog eens.

    Als ik twee dagen later naar huis reis, kan ik bijna niet lopen van de pijn in m’n linkerknie. ‘Sukkel – eigen schuld, dikke bult’, denk ik. ‘Gaat wel weer over.’ Maar, helaas: het gaat niet over. Een week later zit ik bij de dokter. Ik vraag hem of het verstandig is iets verder te kijken dan alleen die knie. ‘Je heupen staan goed’, zegt hij. ‘Het lijkt me niet nodig.’ Wel constateert hij een ontsteking in m’n knie en schrijft ontstekingsremmers voor. Ik kom in een vicieuze cirkel terecht: pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen & staan  -> meer pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen in plaats van rust nemen -> meer pijn -> enzovoort enzovoort.

    Als ik de tijd neem eens na te denken realiseer ik me: dit is de zoveelste keer dit jaar. Eerst pijn in m’n liezen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Toen pijn in m’n heupen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Nu pijn in m’n linkerknie en weer kan ik bijna niet lopen. En dat allemaal sinds de borstamputatie in 2011. Toeval?

    Een vriend van me geeft me een hint. Podoposturale therapie. In Elburg zit een man die een praktijk heeft als podoposturaal therapeut. Vanochtend had ik een afspraak met hem. Hij constateert een disbalans in mijn lijf, in de manier waarop ik sta en bevestigt mijn idee dat dit een gevolg is van de borstamputatie van anderhalf jaar geleden (en de eerdere ingrepen die ik onderging in verband met borstkanker). Hij schrijft me inlegzooltjes voor. Volgende week kan ik ze ophalen. Met een beetje geluk hervindt mijn lijf – dank zij deze inlegzooltjes – balans. Anders zal ik langer met de zooltjes moeten doen. Maar dat zie ik later wel weer.

     

  • |

    Laatste borstkankerblog 2011

    Het is de afgelopen dagen zo prachtig weer geweest. Ik heb veel kunnen schrijven, en ondertussen heb ik ook veel buiten kunnen zijn. Zondag de 16e oktober zou ik naar huis. M’n bootkaartje geeft het aan, maar het weer is te mooi en ik wil m’n blogs afmaken. Ik ga maandag wel naar huis. Hoewel: dinsdag gaat er ook een boot. Die neem ik. Ik gebruik de twee extra dagen om deze blogs af te maken – en dat lukt. Dit is de laatste blog van kanker 2011.