• | |

    Zwemmen in zee

    De eerste schrijfcursus Op verhaal komen is geëindigd. De eerste dagen veel regen en onaantrekkelijk weer om naar buiten te gaan. In de loop van de week is het weer steeds mooier geworden – heerlijk. We hebben samen een mooie en bijzondere week gehad. Wat is er veel gebeurd! Wat zijn deze drie vrouwen veel aangegaan. Wat is het heerlijk om dit te doen! Op de tweede dag is A. naar me toe gekomen. ‘Jij zwemt toch altijd in zee, hoorde ik van Els? Doe je dat nu ook?’ Ik hoef me geen seconde te bedenken. ‘Ja. Ga je mee?’ ‘Ja.’ De volgende ochtend om half negen fietsen we met z’n tweeën naar het strand. Aan de oostkant komt de zon op, aan de westkant staat de maan nog boven de zee. Het is stil, en o zo mooi. We kleden ons uit en duiken de zee in. Koud! Ik ga er snel weer uit, maar al op weg naar huis spreken we af: morgen weer, en overmorgen ook. Onderweg naar huis trakteert de Terschellingse natuur ons nog op een grazende ree. Het kan niet op vanochtend. Ik ben blij met dit zwem-idee van A.. In april dook ik, een week na de operatie, de koude zee in en dat deed me goed. Nu is het half oktober, een half jaar later dus. En weer kan ik de koude zee in duiken.

  • | |

    Vergeetmijnietjes

    Terug naar Terschelling. Ik heb er nu drie hapto-sessies opzitten, en het heeft me heel erg goed gedaan. Over het geheel genomen voel ik me goed en tamelijk stabiel. Ik heb me wel zeer gerealiseerd dat het pas een half jaar geleden is dat ik de borstamputatie heb ondergaan. Da’s toch nog tamelijk recent. Het schrijven van de blog’s is een beetje op de achtergrond geraakt. Maar ik wil ze afmaken. Het voelt niet goed om dat halverwege te laten zitten. Daarvoor heeft het schrijven van de blog’s me veel te goed gedaan. Maandag beginnen Els en ik met drie cursisten aan de schrijfcursus Op verhaal komen. Zaterdagavond komt Els, zondagavond verwacht ik Marijke die voor ons komt koken. Het weer is niet zo heel erg goed. Ik kan dus binnen aan de laptop zitten, lezen wat ik heb geschreven en schrijven.

    Ik heb een tijdje geleden al bedacht dat ik zo heel erg graag heel veel Vergeetmijnietjes wil zaaien in mijn Teschellingse tuin, zodat in het voorjaar m’n tuintje een grote blauwe vergeetmijnietjeszee is. Steeds als ik er aan denk schuift er een beeld naar voren. Allemaal camping-genoten staan voor m’n tuintje en zeggen: ‘Ach, die ame Titia. Zoveel mooie Vergeetmijnietjes, en nu kan ze het zelf niet meer zien.’ Ik raak dat beeld maar niet kwijt en kan er niet toe komen zaadjes te kopen. Hoezo, kanker 2011 afronden? Nee – het is niet vanzelfsprekend gezond te zijn.

  • |

    Controle

    Controle. De eerste controle na de operatie van april j.l. Hoewel ik me in de aanloop naar deze dag niet echt zorgen heb gemaakt, word ik – als ik zit te wachten in het ziekenhuis – ineens overvallen door angst. Wat als er wel iets gevonden wordt? Ik weet het, het is niet vanzelfsprekend om gezond te zijn. Ik moet voorlopig weer met dat bewustzijn leven. De controle is goed, de chirurg is tevreden over het herstel van de wond. Het is kennelijk niet druk op deze dag, en we hebben tijd om even bij te kletsen. Ik heb Teruggaan, om verder te kunnen bij me. Ik geef het aan haar. Ruptuur is haar werk. Ruptuur is ook mijn werk. Zij doet het hare, en ondertussen probeer ik het mijne te doen.

  • | | | |

    Het verlangen naar het paradijs

    Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

    En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!