• |

    Verschil tussen verdringen en verwerken (?)

    In 2009, in dezelfde voorjaars-tijd van het jaar, bleek ik voor de tweede keer borstkanker te hebben. Andere borst. Andere kanker. Opnieuw bestralingen. In het ziekenhuis in Arnhem. Zelfde afdeling als waar ik in 1998 werd bestraald.

    Verdrongen

    ‘Mevrouw, u hebt het goed verdrongen’ zegt de dame achter de balie opgewekt tegen me. ‘U weet hier de weg’ zei ze na het inkijken van mijn dossier. ‘Ik weet hier helemaal niets mee’ zei ik naar waarheid. Ik had werkelijk geen idee meer. ‘Nou mevrouw, dan hebt u het goed verdrongen.’
    Verdrongen? Verdrongen? ging regelmatig door mijn hoofd daarna. Heb ik het goed verdrongen als ik het niet meer weet? Of heb ik het goed verwerkt? Dat kan toch ook?

    Vergeten

    Afgelopen woensdag ging ik naar de jaarlijkse borst-controle. Na 2009 bleek ik in 2011 voor de derde maal borstkanker te hebben. Sindsdien blijf ik in de jaarlijkse controle. ‘U kunt morgen bellen voor de uitslag’ werd me gezegd.
    Gisteravond vroeg een vriendin me of ik al uitslag had van de mammografie. ‘Oh, antwoordde ik verschrikt. ‘Vergeten te bellen’

    En daar was hij weer. de vraag. Heb ik het verdrongen? Of ben ik het vergeten? (volgens mij ben ik het vergeten. Maar hoe eerlijk ben je naar jezelf als je iets hebt verdrongen?)

    PS
    Vanochtend vroeg heb ik gebeld. Goeie uitslag.
    Ik kan het weer een jaar vergeten.

  • | | | |

    Het verlangen naar het paradijs

    Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

    En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!

  • |

    O.K.

    Dr. S. kijkt me een beetje lachend aan als ik haar spreekkamer binnen kom. Dat ging niet helemaal goed hè, met de oncoloog?, zegt ze. Even ben ik van mijn à propos: niet aan gedacht dat zoiets zich zo snel kan verbreiden, zonder dat je dat in de gaten hebt en zonder dat je er nog invloed op hebt. Ik wil niet meteen laten merken dat ik eigenlijk wel een beetje boos ben over die twee mislukte gesprekken met de oncoloog. Of misschien moet ik zeggen: verontwaardigd. Of misschien denk ik eigenlijk: en als je nu niet, zoals ik, voor de derde keer in dit schuitje zit? Laat je je dan nog meer overdonderen? Dan denk je toch eerder dan ik nu – nou ja: de oncoloog zal het wel beter weten dan ik, want wat weet ik nu eigenlijk van kanker? Ervaringsdeskundig: ja! Maar wat heb je daar aan? Weet je, zegt ze tegen me, zoals jij er mee omgaat, dat is nogal ongewoon. De dokter is daar niet aan gewend, en weet ook eigenlijk niet goed hoe hij er mee om moet gaan. Dat brengt het terug naar menselijke proporties – en de boosheid valt ineens van me af. We hebben een prettig gesprek. Ze volgt mijn gedachtegang. Wat ik zelf zou doen weet ik niet, zegt ze, maar veel dokters nemen dezelfde beslissing als jij. We spreken af dat zij de vervolgcontroles zal gaan doen, dat doet ze inmiddels al ruim vijftien jaar – vanaf nu zal er ook een jaarlijkse MRI-scan gemaakt worden.
    Wat een geluk heb ik toch, dat ik zoveel innerlijk werk heb verzet. Dat ik de weg in mezelf goed ken en dat ik al vaker ongewone beslissingen heb genomen, realiseer ik me, als ik terug rijd naar huis.
    Maar wat ik me ook realiseer is dat ik nu dus klaar ben. Het technische deel dan, tenminste. En nu?
    Nou ja – hoe dan ook. Komend weekend ben ik in Amsterdam. Onze (twee)jaarlijkse bijeenkomst, J. (Amsterdam), M. (Bremen) en ik (Nunspeet). Al zo n dertig jaar kennen we elkaar inmiddels, sinds onze cursus Italiaans in Florence. Van het kleine groepje van toen hebben wij drieen altijd contact gehouden. En nu dus, ter ere van het nieuwe huis van J.: een lang weekend Amsterdam.

  • |

    Op verhaal komen

    Het gesprek met Els is naar wens gegaan. We gaan een nieuwe biografische Verlaat Verdriet-cursus ontwikkelen: Op verhaal komen. Mooi om dit samen met Els te kunnen doen. Zij heeft verschillende schrijfcursussen gevolgd en, net als ik, een aantal jaren geleden de module Existentieel Biografisch Counselen gevolgd op de Universiteit voor Humanistiek. We maken er een mooi aanbod van, daarvan ben ik overtuigd.
    In de middag heb ik het vervolggesprek met dr. T., de oncoloog. Als hij me vraagt hoe ik het gesprek van de vorige week heb ervaren, en ik hem probeer hem te vertellen dat het voor mij niet als een goed gesprek voelde en waarom, ontspoort ook dit gesprek binnen de minuut, hoezeer we allebei ook proberen er het beste van te maken. We ronden het gesprek snel af – allebei opgelucht dat we er een eind aan kunnen breien. Hij vraag me wie de verdere controles zal gaan doen. We zijn het daar in ieder geval snel over eens, die gaat dr. S. doen, de chirurg die me tot nu toe steeds heeft behandeld.
    In de auto ben ik nog wat beduusd van dit gesprek. Wat raar toch: je probeert allebei er het beste van de maken en het lukt totaal niet. Morgen het gesprek met dr. S. Tenslotte wilde ik met haar graag het eindgesprek voeren – en dat gaan we dus morgen doen.