• | | | |

    Het verlangen naar het paradijs

    Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

    En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!

  • |

    Incasseringsvermogen

    Prachtig weer op Terschelling. Wat ik helemaal nooit doe – op het strand liggen – doe ik nu wel. En zwemmen in zee. Heerlijk. En dan ook nog, in de avond, werken aan mijn blogs. Ik merk hoe goed me dat doet. Hoe rustig het me maakt al de ervaringen van de afgelopen nog eens door me heen te laten gaan, en op een rijtje te zetten. Ik zie nu wel hoe ik maar door ben blijven gaan, en maar door ben blijven gaan. Ook al heb ik van mezelf zo vaak het gevoel dat ik niet zo heel veel doe, en heb ik daar ook een aantal hele stevige negatieve oordelen over: nu zie ik dat het eigenlijk heel veel is wat ik ondertussen heb gedaan. Geen wonder dat ik in augustus mentaal aan mijn einde was. Dat mijn incasseringsvermogen stuk was. Ik weet het al zo lang dat mijn incasseringsvermogen mijn achilleshiel is – en die achilleshiel heeft nu extra zorg nodig. Twee keer kanker in twee jaar tijd is geen kleinigheid waar je aan voorbij kunt leven.

  • |

    Moe

    Zaterdag ben ik, deze keer met laptop, weer op Terschelling aangekomen. Blij dat ik weer thuis ben, m’n bedje is nog opgemaakt. Ik voel hoe hard ik deze rust nodig heb, hoe moe ik emotioneel nog ben. Mijn lijf doet het goed, maar o mentaal, da’s echt een ander verhaal. De eerste dagen komt de laptop niet uit de tas, hoezeer ik ook het gevoel heb dat ik aan mijn voorgenomen werk moet gaan, ik doe het niet. Lees, fiets en ga eens de zee in. Maar schrijven: nee. Die ruimte heb ik nog niet. Vandaag is het anders. Ik heb de laptop op tafel gezet en ben begonnen. Negentien februari 2011 is de datum die ik boven de blog heb gezet. Ik ben begonnen met terugkijken.