• | | | | | | | | | | | | |

    Laatverdrieters en Verlaat Verdriet-ers

    Verlaat Verdriet-ers

    ‘De problematiek van wezen en halfwezen is een verborgen problematiek. Naar alle waarschijnlijkheid groter dan gewoonlijk wordt verondersteld’ is één van de conclusies die Jan Latten (CBS-demograaf en hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit Amsterdam) trekt in het onderzoek naar Wezen en halfwezen van het Centraal Bureau Statistiek dat gisteren werd gepresenteerd.

    Met die conclusie ben ik het van harte eens. Dat heeft mijn jarenlange Verlaat Verdriet-praktijk mij wel geleerd.
    Een andere conclusie naar aanleiding van dit onderzoek luidt dat er te weinig kennis is van de gevolgen van jong ouderverlies op de lange termijn. Dit is een conclusie die ik slechts ten dele deel. Op wetenschappelijk terrein is de kennis van de gevolgen van jong ouderverlies inderdaad bedroevend. En dientengevolge ook de hulp aan volwassenen die in hun jeugd wees of halfwees werden. De goede niet te na gesproken: over het algemeen is het met de kennis van de gevolgen van jong ouderverlies en de hulp aan Verlaat Verdriet-ers bij professionals bar slecht gesteld.

    Kennis en kunde

    Dat betekent echter absoluut niet dat er geen kennis over de gevolgen van jong ouderverlies voorhanden is. Het tegendeel is waar. Niet alleen bij mij, maar ook bij een steeds toenemend aantal Verlaat Verdriet-ers, bestaat een gedegen en op ervaring gebaseerde kennis omtrent de gevolgen van jong ouderverlies en een gedegen en op ervaring gebaseerde kunde waar het hulp aan Verlaat Verdriet-ers betreft.

    Communicatie- en PR

    Een aantal weken geleden heb ik, samen met een aantal mensen die ik in een latere nieuwsbrief aan je voor ga stellen, een nieuwe basis gelegd voor een Verlaat Verdriet-Communicatie- en PR-plan. Zodra de vakantie voorbij is (dus: begin september 2013) gaan we met deze ideeën verder aan het werk.

    Laatverdrieters

    ‘Laatverdrieters’ is de term die in RTL-Nieuws wordt gebruikt. Bedoeld wordt hier Verlaat Verdriet-ers. Voor wie het nog eens duidelijk wil krijgen:

    • Verlaat Verdriet is de gangbare term die we gebruiken voor de gevolgen van jong ouderverlies;
    • Verlaat Verdriet-werk is het werk met volwassenen die in hun jeugd (voor hun twintigste) een ouder – of beide ouders – zijn verloren door overlijden;
    • Een Verlaat Verdriet-er is een volwassene die in haar/zijn jeugd een ouder – of beide ouders – is verloren door overlijden: halfwees of  wees;
    • Verlaat Verdriet-ers zijn halfwezen of wezen.

    RTL-Nieuws

    https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/wezen-nederland

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.