• | |

    Kun je ooit nog geloven…..

    In het begin van mijn Verlaat Verdriet-werk organiseerde ik een paar keer een themadag met de titel: Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan? Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan als je zo vroeg als wij hebt meegemaakt dat de dingen niet goed gingen? Helemaal niet goed? Als er een innerlijke breuk is ontstaan in je leven, een ruptuur, door het vroege verlies van je ouder die je (bijna) niet meer hebt kunnen overbruggen?
    Mijn moeder werd ziek toen ik een jaar of zes was. Werd opgenomen in het ziekenhuis. Kon niet mee op vakantie. Ik miste haar. Ik miste haar zo verschrikkelijk dat ik besloot haar nooit meer te missen. Paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Mijn moeder overleed. Acht jaar was ik. Ik had al besloten haar niet meer te missen. Paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Er kwamen tantes. Oma’s. Nichten. Mevrouwen. Huishoudsters. Om ons te helpen. Op te passen. Ik paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Mijn vader trouwde met een nieuwe vrouw. Ik kreeg een nieuwe moeder. Maar ik wilde helemaal geen nieuwe moeder. Ik paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.

    Tegenslagen incasseren

    Kortom: vanaf mijn vroege jeugd had ik geleerd tegenslagen te incasseren. Me aan te passen aan situaties die ik niet wilde. Die niet goed waren voor mij. Maar die zich wel aandienden. Overleefkracht heet dat, denk ik. Er het beste maar van zien te maken. Ik moest me zien te redden. Alleen. Altijd hield ik er rekening mee. Natuurlijk komt het niet goed. Je kunt je als Verlaat Verdriet-er hier ongetwijfeld je eigen situaties bij voorstellen.

    Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan?

    Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan? Op het moment word ik er stevig mee geconfronteerd. Er doet zich een nieuwe situatie voor in ons project in Codiponte. Ik heb er gisteren een blog over geschreven. Ineens, heel onverwacht, gaan de dingen goed. Sinds een paar dagen voel ik wat dat met mij doet. Hoe mijn hele systeem zich roert. JA, ik zie dat de dingen ook goed kunnen gaan. Het geniepige als- het- mis- gaat- moet- ik- dat- kunnen -incasseren-stemmetje snerpt zo nu en dan nog door me heen. Maar tegelijkertijd voel ik de positieve energie van het vertrouwen dat de dingen ook goed kunnen gaan. Een leven lang heb ik geleefd met het diepe gevoel dat de dingen nooit goed kunnen gaan. Heb ik me schrap gezet. Me erop voorbereid de volgende klap te incasseren. Nu voel ik een diepe overtuiging: er zullen nog een heleboel praktische zaken te overwinnen zijn. Maar dat doen we wel samen. Het gaat goedkomen. Het is al goed.

  • | |

    Kun je ooit nog geloven…..

    In het begin van mijn Verlaat Verdriet-werk organiseerde ik een paar keer een themadag met de titel: Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan? Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan als je zo vroeg als wij hebt meegemaakt dat de dingen niet goed gingen? Helemaal niet goed? Als er een innerlijke breuk is ontstaan in je leven, een ruptuur, door het vroege verlies van je ouder die je (bijna) niet meer hebt kunnen overbruggen?
    Mijn moeder werd ziek toen ik een jaar of zes was. Werd opgenomen in het ziekenhuis. Kon niet mee op vakantie. Ik miste haar. Ik miste haar zo verschrikkelijk dat ik besloot haar nooit meer te missen. Paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Mijn moeder overleed. Acht jaar was ik. Ik had al besloten haar niet meer te missen. Paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Er kwamen tantes. Oma’s. Nichten. Mevrouwen. Huishoudsters. Om ons te helpen. Op te passen. Ik paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.
    Mijn vader trouwde met een nieuwe vrouw. Ik kreeg een nieuwe moeder. Maar ik wilde helemaal geen nieuwe moeder. Ik paste me aan. Zo goed en zo kwaad als dat ging.

    Tegenslagen incasseren

    Kortom: vanaf mijn vroege jeugd had ik geleerd tegenslagen te incasseren. Me aan te passen aan situaties die ik niet wilde. Die niet goed waren voor mij. Maar die zich wel aandienden. Overleefkracht heet dat, denk ik. Er het beste maar van zien te maken. Ik moest me zien te redden. Alleen. Altijd hield ik er rekening mee. Natuurlijk komt het niet goed. Je kunt je als Verlaat Verdriet-er hier ongetwijfeld je eigen situaties bij voorstellen.

    Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan?

    Kun je ooit nog geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan? Op het moment word ik er stevig mee geconfronteerd. Er doet zich een nieuwe situatie voor in ons project in Codiponte. Ik heb er gisteren een blog over geschreven. Ineens, heel onverwacht, gaan de dingen goed. Sinds een paar dagen voel ik wat dat met mij doet. Hoe mijn hele systeem zich roert. JA, ik zie dat de dingen ook goed kunnen gaan. Het geniepige als- het- mis- gaat- moet- ik- dat- kunnen -incasseren-stemmetje snerpt zo nu en dan nog door me heen. Maar tegelijkertijd voel ik de positieve energie van het vertrouwen dat de dingen ook goed kunnen gaan. Een leven lang heb ik geleefd met het diepe gevoel dat de dingen nooit goed kunnen gaan. Heb ik me schrap gezet. Me erop voorbereid de volgende klap te incasseren. Nu voel ik een diepe overtuiging: er zullen nog een heleboel praktische zaken te overwinnen zijn. Maar dat doen we wel samen. Het gaat goedkomen. Het is al goed.

  • | |

    Als je je afvraagt: maar waar is de ziel?

    Uitgeversboek

    Steeds vaker overvalt me bij het lezen van een roman het gevoel: volgens mij zit ik alweer een ‘uitgeversboek’ te lezen. Met ‘uitgeversboek’ bedoel ik een roman waarin ik al lezend het gevoel krijg dat de invloed van de uitgever wel heel erg groot is geweest. Romans die technisch gezien kloppen. De vorm is oké. Er is serieuze research gedaan. De inhoud klopt. Boeken waarvan ik al lezend steeds meer het gevoel heb een boek te lezen van de beste leerling van de (creatieve) schrijfcursus. Ja – het voldoet aan eisen die je aan een boek kunt stellen. Aan de eisen die verkoopcijfers stellen is optimaal tegemoet gekomen. Het boek kan de wereld in.

    Maar waar is de ziel?

    Wetenschap

    Is dat vergelijkbaar met waar ik bij wetenschappers die zich hebben gespecialiseerd in verlies en rouw vaak zo’n moeite mee heb? Technisch gezien kan je er misschien geen speld tussen krijgen. Klinisch gezien klopt het wel. De cijfers kloppen (of als ik cynischer ben: lijken te kloppen op cijfers die al eerder zijn vastgesteld door andere wetenschappers). De vorm is oké. De statistieken zijn naar behoren ingezet. Aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek is voldaan. De wetenschapper is geslaagd. Aan die mores is voldaan. De wetenschapper kan de wereld in.

    Stabiele omgeving

    Gelukkig slagen de meeste kinderen erin op eigen kracht het verlies van hun ouder(s)te verwerken‘ is een nogal hardnekkige opvatting bij wetenschappers. Veerkracht noem je dat. Overleefkracht is wat het in werkelijkheid is. ‘Kinderen die een ingrijpende (traumatische) ervaring meemaken hebben behoefte aan een stabiele omgeving‘. Dit citaat van een wetenschapper die zich heeft gespecialiseerd in kinderen, verlies en rouw las ik onlangs. Daar heeft ze ongetwijfeld wetenschappelijk bewezen gelijk in. Geen speld tussen te krijgen. Maar: wat denk je wat er gebeurt in de stabiele omgeving van een kind dat haar/zijn ouder(s) verliest? Wat denk je wat zo verschrikkelijk kapot gaat bij jong ouderverlies?
    Begrijp je dan in essentie wel wat je beweert over kinderen die in hun gezin van herkomst een ingrijpend, onomkeerbaar verlies lijden? Ook al heb je al studerend nog zoveel wetenschappelijk verantwoorde kennis opgedaan?

    Waar is de ziel?

    Academisch gezien zullen wetenschappers hun gelijk kunnen bewijzen. Maar wat heb je als kind aan de bewering dat ‘kinderen een stabiele omgeving nodig hebben’ als nou juist die stabiele omgeving zo ingrijpend is verwoest dat je niet eens kunt weten hoe groot die verwoesting in werkelijkheid is? En vervolgens: wat heb je als Verlaat Verdriet-er aan die kennis?

    Wat heb je aan wetenschappelijke kennis als die kennis geen ziel heeft?
    Als je je afvraagt: maar waar is de ziel?

  • | | |

    Joost Klein en dubbel ouderverlies

    Joost Klein

    Gisteren werd bekend gemaakt dat Joost Klein (1997) voor Nederland naar het Songfestival 2024 in Malmö zal gaan.

    Vandaag las ik in een artikel over hem dat hij op zijn 12e zijn vader verloor. En een jaar later ook zijn moeder.
    Dan kan muziek en tekst ineens een extra betekenis voor je krijgen. Ik deel graag 2 coupletten met je uit zijn lied Wachttijd.

    [Refrein]
    Als het echt te veel wordt
    Als je groen en geel wordt
    En je hebt een hoop verdriet
    Als ze op je vitten
    Als je ’t niet ziet zitten
    Of als je geen uitweg ziet
    Als het echt te veel wordt
    Als je groen en geel wordt
    En je hebt een hoop verdriet
    Als je hard moet leren
    Iets moeilijks moet studeren
    Als het allemaal niet lukt (het lukt me niet)

    [Verse 2: Joost Klein]
    Mijn vader die daar lag
    Gezien maar geen gezag
    We zien wel met de dag
    We zeggen geen gedag
    Mijn moeder die daar lag
    Ik denk vaak aan die dag
    Natuurlijk doe ik dat in mijn natuurlijke habitat
    Ik blijf maar bijvullen
    Martijn van Eijzeren
    Ik ben een film kijkende over een man van ijzeren
    IJzeren metalen, Dikke van Dale
    Ikke wil dat ook maar ik kan dat niet betalen
    Ik en al mijn tranen vullen volle zalen
    Ik heb veel verhalen, ik zit vol met vragen

    Lezen

    Horen

    Wachttijd