• |

    Op verhaal komen

    Het gesprek met Els is naar wens gegaan. We gaan een nieuwe biografische Verlaat Verdriet-cursus ontwikkelen: Op verhaal komen. Mooi om dit samen met Els te kunnen doen. Zij heeft verschillende schrijfcursussen gevolgd en, net als ik, een aantal jaren geleden de module Existentieel Biografisch Counselen gevolgd op de Universiteit voor Humanistiek. We maken er een mooi aanbod van, daarvan ben ik overtuigd.
    In de middag heb ik het vervolggesprek met dr. T., de oncoloog. Als hij me vraagt hoe ik het gesprek van de vorige week heb ervaren, en ik hem probeer hem te vertellen dat het voor mij niet als een goed gesprek voelde en waarom, ontspoort ook dit gesprek binnen de minuut, hoezeer we allebei ook proberen er het beste van te maken. We ronden het gesprek snel af – allebei opgelucht dat we er een eind aan kunnen breien. Hij vraag me wie de verdere controles zal gaan doen. We zijn het daar in ieder geval snel over eens, die gaat dr. S. doen, de chirurg die me tot nu toe steeds heeft behandeld.
    In de auto ben ik nog wat beduusd van dit gesprek. Wat raar toch: je probeert allebei er het beste van de maken en het lukt totaal niet. Morgen het gesprek met dr. S. Tenslotte wilde ik met haar graag het eindgesprek voeren – en dat gaan we dus morgen doen.

  • | |

    Nieuwe Verlaat Verdriet-cursus

    Vanochtend het gesprek gehad met mijn huisarts over euthanasie. Natuurlijk kijkt hij me bezorgd aan: zit ik zo in de put? Nou nee, zo zou ik dat niet willen zeggen. Ik leg hem uit dat ik al zo lang van plan was dit met hem te bespreken, en dat me dit wel een goede tijd daarvoor lijkt. Natuurlijk begint hij me te vertellen hoe moeilijk euthanasie is, voor de betrokkenen, voor de familie, en ook voor de huisarts. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik beschouw het als bij mijn taak behorend het wel te doen.’ ‘Ik hoop dat je al lang een breed met pensioen bent als ik het nodig blijk te hebben’, zeg ik hem en ga opgelucht naar huis. Niks negatief denken, gewoon gedaan wat ik al lang geleden had moeten doen.
    In de middag naar Groningen, naar Els. Ik heb een nieuwe cursus in mijn hoofd – een biografische Verlaat Verdriet-cursus en wil daar graag met Els over praten.

  • Pas op de plaats

    Het gesprek met Martin is prettig geweest. Het heeft me goed gedaan. Vanochtend ben ik naar Doetinchem gereden voor de afspraak die ik met Joyce de Schepper heb gemaakt, om haar te vragen me een helpende hand te bieden bij het verder schrijven van de Amor Fati-reeks. Verbazing bij mij. De partner van Joyce laat me binnen en vertelt me dat Joyce er niet is. Wat nu: daar kan ik me bij Joyce niets bij voorstellen – wat is hier misgegaan? Anderhalf uur later komt Joyce binnenrennen. Duidelijk wat er is gebeurd: ik ben een dag te vroeg! Gelukkig heeft ze tijd om een paar uur met me aan het werk te gaan. En ook dat doet me goed. We spreken af dat Joyce me in september een mail stuurt om te vragen of ik al begonnen ben. Dat geeft me een soort van dead-line, maar ook ruimte. Ik ben er blij mee!
    En verder neem ik me voor om eerst gewoon de geplande (en de niet geplande) workshops te gaan doen en Maak de reis van je leven op Terschelling. Na De reis van je leven bekijk ik opnieuw wat ik op wil, en wat ik op kan pakken. Voorlopig hoeft er even helemaal niets anders dan de workshops, de Terugkomdagen en De reis van je leven op Terschelling. Da’s ruim voldoende om het goed te kunnen doen.

  • | |

    Gesprek met de oncoloog

    De tweede dag van de vierde groep van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Zo’n mooie groep weer! Wel heeft een van de deelnemers een aantal weken geleden te kennen gegeven te stoppen met de jaartraining. Er zijn teveel recente ontwikkelingen in haar leven om zich werkelijk te willen en te kunnen concentreren op deze jaartraining. Jammer, maar begrijpelijk. Haar plaats wordt ingenomen door Tamar, in het kader van het aanbod dat ik Tamar heb gedaan haar op te leiden voor Verlaat Verdriet-werk. Hoewel dat even wennen is voor iedereen kan Tamar haar plaats op een natuurlijke manier innemen. Ze is al gauw deel van de groep. De herkenning is, als altijd, zo’n mooie en bijzondere ingang naar samen zijn en samen beleven.
    Komend weekend moet ik me goed gaan voorbereiden op het aanstaande gesprek met de oncoloog. Ik zie er in het geheel niet tegenop. Het gesprek van vorige week vrijdag met H. heeft me zo goed gedaan. Ik weet wat ik wil. Geen nabehandelingen, tenzij de oncoloog me vreselijke dingen te vertellen heeft. Twee jaar geleden bleek ik, statistisch gezien, een terugkomkans van 10% te hebben. Wat heb je daaraan? vroeg ik haar. Als je het niet terug krijgt is het 0% en als je het wel terugkrijgt is het 100%. Ik heb toen het advies van het oncolgieteam naast me neer gelegd – geen nabehandelingen. U kunt altijd terugkomen als u spijt krijgt van deze beslissing, zei de oncologe toen.
    Twee jaar ben ik nu verder. Weer is er kanker in mijn borst aangetroffen. Alleen: weer een andere soort. Geen teruggekomen kanker dus. En, hoe vervelend dit gegeven ook mag zijn, voor mij voelt het ook absoluut niet als teruggekomen kanker. Of draai ik mezelf een rad voor ogen? Nee toch? Ook het oncologie-team heeft besloten mij als nieuw geval te beschouwen. Ik draai mezelf toch geen rad voor ogen, ondanks al die mensen die medelijden met me hebben omdat de kanker steeds terugkomt. Ik weet toch wel wat ik zelf voel? Ik ben toch niet gek? Ik ben toch niet achterlijk?
    Bij hoeveel procent terugkomkans zeg ik deze keer ja? Dertig procent, is dat bedreigend genoeg om het te doen?