• | | |

    Zwemmen in zee

    Ik heb een paar heerlijke dagen op Terschelling doorgebracht. Als ik in m’n caravan kom heeft Els, die een paar dagen doorbrengt in Hoorn (Terschelling), mijn bedje al opgemaakt. Wat een luxe! En wat fijn, want dat zou me nog niet goed gelukt zijn.
    Eindelijk een keertje in zee gezwommen, de eerste keer van dit seizoen. Hoewel het water nog behoorlijk koud is, en ik zelf een beetje angstig ben omgegooid te worden door een onverhoedse golf en slecht op m’n rechterzijde terecht te komen: ik heb het wel gedaan. Het voelde heel erg goed! Helend, om zo te zeggen. Alsof ik, door dit te doen, iets van me af heb geschud. En m’n tuintje laat, naast het onkruid, hier en daar iets zien waar ik me vast op verheug. Dat komt wel goed, deze zomer!
    Wel heb ik me in deze dagen gerealiseerd dat ik gas terug moet nemen wat mijn Verlaat Verdriet-werk betreft. De workshops, die liggen me zo nauw aan het hart, dat lukt me wel. Maar niet al het andere werk dat er ook nog is: het eerste deel van de Amor Fati-reeks waarover ik allang hoognodig contact moet opnemen met de vormgeefster, beslissingen nemen over de vorm van Teruggaan, om verder te kunnen, de omslag, een drukker zoeken, afspraken maken met de drukker, de jaartraining weer vol zien te krijgen, de dagelijkse besognes van de Verlaat Verdriet-mail die binnenkomt, mijn administratie, mijn eeuwige benarde financiële situatie die altijd overal invloed op heeft, de organisatie rondom de biografische cursus Maak de reis van je leven op Terschelling die ik in juni samen met Marijke ga geven (want dat wil ik heel graag kunnen doen, dat moet toch lukken!), mijn idee om samen met Els een nieuwe Verlaat Verdriet-biografische cursus te gaan ontwikkelen: Op verhaal komen, nog elf delen van de Amor Fati-reeks schrijven (wat natuurlijk niet allemaal tegelijk hoeft, maar waarvan het voorwerk wel voor een hele verzameling papierwerk zorgt, dat nogal nadrukkelijk in mijn huis aanwezig is). Alles alles alles bij elkaar dus. Nu even niet, alsjeblieft. Ik neem tijdens deze dagen op Terschelling de tijd om wat voorbereidend werk te doen voor De reis van je leven op Terschelling en besluit verder alle andere activiteiten en acties enzovoort enzovoort enzovoort op te schorten tot na De reis van je leven op Terschelling. Daarna bekijk ik opnieuw of ik er ruimte voor heb. Verlaat Verdriet-werk kan ik nu eenmaal niet een beetje doen. Als ik het doe, is het er weer helemaal. Totaal. Met alles erop en er aan. Maar nu even niet!
    Mijn Terschellingse buren zijn zeer met me begaan. We eten een paar keer samen en als ik wegga biedt C. aan mijn was te doen en A. wil mijn caravan voor me schoonmaken. Wat super, allemaal. Over ziektewinst gesproken! Ik vind het heerlijk, en laat het me graag aanleunen.

  • | |

    Terugkomdag Verlaat Verdriet-workshop

    Ik ben blij dat ik de drie vrouwen van de Verlaat Verdrietworkshop van 13, 14 en 15 maart weer zie: J., R. en Els. Wat is er veel gebeurd, met ons alle vier. De ommekeer die zich in J. tijdens de workshop voltrok, en die wij – de drie anderen – toen zo intens hebben meebeleefd, heeft zich bestendigd. Er is een zware last van de schouders van J. af gevallen; ze geniet van het leven en van haar nieuwe zelf. Voor R. is het lastiger, haar klus is zeker nog niet geklaard. Maar ook R. laat de veranderingen zien die zich bij haar voordoen. Hoe moeilijk het proces ook voor haar is, en hoe moeilijk het ook voor haar is er op te vertrouwen dat het goed komt: het vertrouwen op een goede afloop, ook voor haar, is in haar gegroeid. Het is fijn om zo samen te zijn op deze Terugkomdag. Fijn om de veranderingen te zien die in de workshop al zichtbaar waren, en fijn elkaar in deze samenstelling nog eens te ontmoeten, voordat ieder weer haars weegs gaat. De aanwezigheid en de hulp van Els doen me goed. Wat heerlijk om dit zo samen te kunnen doen. Wat fantastisch om te kunnen en te durven vertrouwen op deze vriendschappelijke collegialiteit.
    ’s Avonds zeg ik M., mijn partner, dat ik echt de paasdagen op Terschelling door wil gaan brengen. Ik vraag hem of hij met me mee gaat, maar hij wil niet. Ik begrijp het. De afgelopen twee maanden heeft hij zich vooral aan mij en aan de gebeurtenissen rondom mij aangepast. Nu is hij zelf aan de beurt, en hij zelf wil thuis zijn, in Nunspeet, en niet op Terschelling. Maar dan ga ik dus alleen!

  • |

    Keuzes

    Op het moment dat ik wakker word, realiseer ik me dat de morfine-mist is opgetrokken. Ik ben er weer, en voel me weer normaal. Althans: bijna normaal. Er is zoveel gebeurd de laatste tijd. Ik heb zoveel moeten (na)denken zoveel moeten voelen. Maar het is tegelijkertijd ook zo n bijzondere tijd geweest, met zoveel liefde, zoveel steun. Praktische steun van de mensen die langs zijn gekomen, of naar wie ik toe kon gaan, en alle hartelijke en steunende telefoontjes, kaarten, e-mailberichten. Zoveel bijzondere energie, zo’n bijzondere tijd die ik eigenlijk, in z’n geheel genomen, helemaal niet als negatief heb ervaren. Integendeel zelfs – het is zo n mooie en waardevolle tijd geweest. Maar: ik ben er nog niet. Nog lang niet. Er moet nog zo veel gedacht en gevoeld worden. Hoe moet het nu verder? Hoe is de stand van zaken met mij? Met mijn lijf? Is de kanker er uit? Hoe moet dat nou straks verder? Chemo? Hormoontherapie? Wat moet ik doen? We kan me dat zeggen? Welk advies moet ik opvolgen? Welk advies niet? Waarom? Waarom niet? Wat zijn de consequenties dan van mijn beslissingen? Wie kan dat weten? Kan iemand dat weten? Kan ik dat weten? Aan M. merk ik dat hij ervan uitgaat dat ik deze keer wel de nabehandelingen aanga. Misschien krijg je er twee of drie jaar bij, zegt hij. Hèèè? Twee of drie jaar erbij? Hoe bang is hij? Hoe bang ben ik? Ik word toch 92? Voor twee of drie jaar erbij m’n lijf kapot laten maken? Wil ik dat? Ben ik bang genoeg om dat te doen? Is het nodig? Kan ik voor de tweede keer nee zeggen. Ben ik eigenwijs? Ben ik te eigenwijs?
    Over twee dagen de Terugkomdag met J. en R. Gelukkig heeft Els toegezegd erbij te zullen zijn. Dat vind ik zo fijn. Het stelt me gerust en geeft me het gevoel dat ik ervoor kan gaan, maar dat er ook hulp is als het me onverhoopt op die dag niet lukt. Ik bel Els, laat later J. en R. weten dat de Terugkomdag gewoon doorgaat. We gaan het doen, en ik verheug me erop.