• | | |

    De draad enzovoort

    Terug van drieënhalve week vakantie op Terschelling. In de loop van de weken verdween mijn Verlaat Verdriet-werk langzaam maar zeker naar de achtergrond. Niet meer vierentwintig uur van de dag aanwezig. Hoewel: helemaal weg is het nooit, ook niet na ruim drie weken vakantie op Terschelling. Ook niet in een intensieve vakantietijd van wisselend gezelschap met even wisselende avonturen.

    En dan, sinds afgelopen woensdag, is de vakantie weer voorbij en ben ik terug in Nunspeet. En moet ik langzamerhand weer terug naar het werk waarmee ik bezig was voor ik naar Terschelling vertrok. Maar ojee, al dat werk, al die klussen van uiteenlopende aard. De nieuwe site: er is nog wel een en ander te doen, maar hij moet er nu eindelijk ook eens zijn. De nieuwe basiscursus: Voor de verandering. Ruimte bespreken. Readers maken enzovoort. De workshops. De nieuwe cyclus van De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet die we medio oktober van start willen laten gaan en die nog nieuwe aanmeldingen nodig heeft om daadwerkelijk van start te kunnen gaan. De nieuwe delen van de Amor Fati-reeks die al zo lang liggen te wachten op inhoud. Bestaande samenwerkingsverbanden uitbouwen en verder vorm geven, nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan. De draad weer oppakken dus!

    Een beetje veel allemaal – vooralsnog schuif ik dat naar komende week, alleen de lopende zaken krijgen op dit moment de aandacht die ze nodig hebben. En de tuin. Gelukkig is de ruimte die bij mijn huis hoort deel van het werk dat ik doe. Het moet er allemaal goed en verzorgd uit zien. En dus doe ik de komende dagen klussen in de tuin – en ben ik toch met mijn werk aan het werk.

  • | | | |

    Het verlangen naar het paradijs

    Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

    En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!

  • Programma Op verhaal komen

    Voorbereiding, of liever gezegd: de puntjes op de i zetten in verband met Op verhaal komen, biografisch werk bij Verlaat Verdriet. Onze eerste meerdaagse schrijfcursus op Terschelling van 10-14 oktober a.s. Vandaag komt Els naar Nunspeet, en gaan we samen aan het werk. Els heeft verschillende schrijf-cursussen gevolgd. We stellen het programma samen, maar kijken meteen naar de grootte van de groep. Die is nog vrij klein, en het is de vraag of er veel meer deelnemers bij zullen komen. Een kleine groep biedt ons een goede gelegenheid om deze nieuwe cursus al werkend verder vorm te geven. We verheugen ons er beiden op. Het is ongetwijfeld een mooie cursus, die veel teweeg zal gaan brengen bij de deelnemers, die veel van ons als begeleiders zal vragen, maar waar we elk op onze eigen manier op toe zijn gerust.  Ik heb in de namiddag Nicolette gebeld om twee nieuwe afspraken voor hapto-sessies te maken. Na de derde keer wil ik even stoppen om te laten zakken wat de drie sessies teweeg hebben gebracht. Bovendien ben ik dan op Terschelling.

  • | |

    Afleverdag

    Afleverdag van de boeken! Teruggaan, om verder te kunnen. Spannend! Beetje laat om erover na te denken hoe ik dat straks op ga lossen. Gelukkig is het goed weer, droog, en dat blijft het voorlopig ook wel. Ik besluit mijn buurman te vragen of de boeken afgeleverd mogen worden op de oprit naar zijn loods, zodat ze niet midden op het trottoir hoeven te staan. Mijn buurman vind het goed, en heeft zelfs een steekwagen in de aanbieding voor het geval dat nodig is. En als het echt nodig is, dan heeft hij ook nog een pallet-wagentje. Ik maak me nu toch wel een beetje zorgen: hoe zal dat straks gaan? Hoeveel is het eigenlijk? Heb ik wel genoeg ruimte op zolder? Waar moeten de boeken straks staan? In de gang? Terwijl er morgen dertig mensen door die gang moeten? ‘Ben je gek’, roept een vriendin aan de telefoon als ik wat zit te zeuren over: ‘hoe moet dat nou?’ ‘Als er zoveel mensen zijn, dan helpen die toch even de boeken naar boven te brengen?’ O ja, da’s waar! Ik ga er maar het beste van hopen.

    Aan het einde van de middag komt de vrachtwagen voorrijden. Ik ben bezorgd benieuwd: hoe groot zal het zijn? Als de chauffeur de vrachtruimte opent zie ik nog een pallet staan. En dat zijn mijn boeken. Zucht van verlichting. Dat gaat wel lukken. De chauffeur rijdt de pallet tot vlak bij mijn voordeur. Zal ik je even helpen ze naar binnen te brengen, vraagt hij. Hoeft niet, valt reuze mee. Doe ik straks wel. Wil je een kop koffie. Graag. Even later blijkt de pallet een mooie sta-tafel te zijn. Prima om in het zonnetje koffie aan te drinken. Als chauffeur en auto weg zijn, ruk ik meteen een doos open. Kijk, daar is Teruggaan, om verder te kunnen. Wat is het boek mooi geworden. Zo hoort een boek te zijn: het moet als het ware vanzelf in je handen springen. En dat doet dit boek. Voorzichtig sla ik het open. En……….. het eerste, echt het aller-, aller-, allereerste wat ik zie is een fout. Een fout in de naam van degene die de illustratie op de voorzijde heeft gemaakt. Joyce van den Beuken. En niet van der, zoals ik in het boek heb geschreven. En ik weet heel erg goed dat Joyce Joyce van den Beuken heet. En ik heb het maar liefst twee keer fout gedaan. Het eerste wat je ziet is een fout. Klopt! En wat voor een. Dit is wel even heel erg slecht voor m’n humeur. Gelukkig wint het plezier van dit mooie boek het even later ruimschoots. Ik breng de dozen naar binnen. In tegenstelling tot de dozen met (Ver)Werkboeken – die echt vreselijk zwaar zijn – zijn dit kleine, handzame doosjes die je gemakkelijk optilt. (Geen wonder: deze nieuwe boeken zijn de helft kleiner, en een kwart van het gewicht van de (Ver)Werkboeken). Ze staan prima in de gang, en je kunt er nog gewoon langs. Ook dertig mensen kunnen dat.