Keuzes
Op het moment dat ik wakker word, realiseer ik me dat de morfine-mist is opgetrokken. Ik ben er weer, en voel me weer normaal. Althans: bijna normaal. Er is zoveel gebeurd de laatste tijd. Ik heb zoveel moeten (na)denken zoveel moeten voelen. Maar het is tegelijkertijd ook zo n bijzondere tijd geweest, met zoveel liefde, zoveel steun. Praktische steun van de mensen die langs zijn gekomen, of naar wie ik toe kon gaan, en alle hartelijke en steunende telefoontjes, kaarten, e-mailberichten. Zoveel bijzondere energie, zo’n bijzondere tijd die ik eigenlijk, in z’n geheel genomen, helemaal niet als negatief heb ervaren. Integendeel zelfs – het is zo n mooie en waardevolle tijd geweest. Maar: ik ben er nog niet. Nog lang niet. Er moet nog zo veel gedacht en gevoeld worden. Hoe moet het nu verder? Hoe is de stand van zaken met mij? Met mijn lijf? Is de kanker er uit? Hoe moet dat nou straks verder? Chemo? Hormoontherapie? Wat moet ik doen? We kan me dat zeggen? Welk advies moet ik opvolgen? Welk advies niet? Waarom? Waarom niet? Wat zijn de consequenties dan van mijn beslissingen? Wie kan dat weten? Kan iemand dat weten? Kan ik dat weten? Aan M. merk ik dat hij ervan uitgaat dat ik deze keer wel de nabehandelingen aanga. Misschien krijg je er twee of drie jaar bij, zegt hij. Hèèè? Twee of drie jaar erbij? Hoe bang is hij? Hoe bang ben ik? Ik word toch 92? Voor twee of drie jaar erbij m’n lijf kapot laten maken? Wil ik dat? Ben ik bang genoeg om dat te doen? Is het nodig? Kan ik voor de tweede keer nee zeggen. Ben ik eigenwijs? Ben ik te eigenwijs?
Over twee dagen de Terugkomdag met J. en R. Gelukkig heeft Els toegezegd erbij te zullen zijn. Dat vind ik zo fijn. Het stelt me gerust en geeft me het gevoel dat ik ervoor kan gaan, maar dat er ook hulp is als het me onverhoopt op die dag niet lukt. Ik bel Els, laat later J. en R. weten dat de Terugkomdag gewoon doorgaat. We gaan het doen, en ik verheug me erop.
