• | |

    De kerstengel en mijn moeder

    De kerstengel en mijn moeder

    ‘De kerstengel en mijn moeder’ gaat vooral over herinneringen en herinneren.
    Uit mijn eigen ervaring – en uit mijn jarenlange praktijk – weet ik hoe ingewikkeld het thema ‘herinneringen’ en ‘herinneren’ voor Verlaat Verdriet-ers kan zijn.
    Wat is waar.
    Wat is niet waar.
    Klopt het wat ik denk.
    Klopt wat ik denk met wat ik voel.
    Wat heb ik van horen zeggen.
    Wat herinner ik mij zelf.

    Kerstmis 1957

    December 1957. Een paar dagen voor Kerstmis. Op 12 december ben ik 8 jaar geworden.
    Mijn moeder is al jaren ernstig ziek. (Hoe ziek? Ik weet het niet. Ik kan me niet herinneren dat het me in woorden is verteld).
    Ze leeft nu in de laatste dagen van haar leven (Ik ben me daarvan niet bewust. Wie wel? Wie wil/kan dat onder ogen zien? Mijn beide ouders doen er alles aan het leven voor ons, de kinderen, zoveel mogelijk gewoon door te laten gaan).

    Kerstengel

    Samen met mijn vader en mijn 3 jaar jongere broertje (Denk ik. Was mijn moeder daar bij?) tuig ik de kerstboom op. We hebben een mooie kerstengel gekregen om in de boom te hangen. Van glas (Natuurlijk, in die tijd). Gekleurd. Met vleugels van ‘glas’.
    Ik laat de kerstengel uit mijn handen vallen.
    Kapot. Uiteraard. In duizend kleine stukjes.
    Ik ben ontroostbaar. Ontroostbaar. Ontroostbaar. (Dat moet zo zijn geweest, gezien het vervolg van het verhaal).

    Engel

    Iemand, (Mijn vader? Mijn moeder?) lost de ramp op door mij een klein popje uit mijn poppenverzameling te laten halen.
    Mijn moeder kleedt dit popje aan (Was ze er toch bij? Waar? In de kamer? In bed?) Jurkje van gaas (Natuurlijk hebben engelen jurken van gaas. Dat wist ik al.)
    Luieronderbroekje (Vast de enige engel ooit met een luieronderbroekje, bedenk ik nu).
    Een klein blauw kroontje op haar hoofd, geknipt uit een aluminium dop van een karnemelkfles (Dat moet van een karnemelkfles zijn geweest) en vastgeplakt met Velpon (Natuurlijk vastgeplakt met Velpon. Alle belangrijke dingen werden in die tijd vastgeplakt met Velpon.). In de loop van de jaren is dat kroontje van haar hoofd gevallen. De Velpon zit nog op haar kopje.
    De vleugels plakt mijn vader aan het ruggetje vast met zegellak (Komt de interessante staaf zegellak weer eens tevoorschijn. Daar moet vuur bij komen om de lak te laten smelten. Deze indrukwekkende handeling vergoedt wel wat van mijn verdriet, naar ik vermoed. Want zegellak: dan is het echt heel belangrijk.).
    Vanaf dat moment weet ik het absoluut zeker: engelen zijn meisjes (vanaf drie dagen later heb ik geen moeder meer om me te vertellen dat engelen doorgaans geen meisjes zijn).

    Kerstboom

    Ik heb de engel in de boom gehangen (Genoeg getroost? Ik weet het niet.). Wat ik wel weet is dat deze engel sinds 1957 een leven lang met mij is meegegaan. Ook al zijn er grote gaten in mijn gevoels-herinneringen aan toen: wat ik in deze kleine engel heb meegenomen is LIEFDE.

    Engelengeduld

    Hoe moeilijk het thema ‘herinneringen en herinneren’ ook voor jou als Verlaat Verdriet-er kan zijn: de meest waardevolle herinnering aan je overleden ouder ben je zelf.
    Zorg dus goed voor deze kostbare herinnering aan je overleden ouder.
    Zorg met aandacht.
    Zorg met LIEFDE.
    Heb ENGELENGEDULD met jezelf.  

  • | |

    Rode kersttulpjes en mijn moeder

    Rode kersttulpjes en mijn moeder

    Dit jaar, op tweede kerstdag, is het 60 jaar geleden dat mijn moeder overleed.
    1957. Twee weken voor haar overlijden was ik 8 jaar geworden.
    Ik heb weinig eigen herinneringen aan mijn moeder.
    Soms herinner ik me situaties, maar zelf is mijn moeder daarin nooit aanwezig.

    Rode kersttulpjes

    Ik herinner me de rode kersttulpjes die mijn vader altijd vlak voor de kerstdagen meenam voor mijn moeder. Zelfs heb ik het gevoel dat ik zijn hand nog voor me zie, met daarin de bolletjes met de kleine rode kersttulpjes.

    Schaaltje

    Mijn moeder zette de tulpjes altijd in een schaaltje.
    Met een plukje sphagnum.
    Of een plukje rendiermos.
    Fascinerende namen voor een klein meisje. Rendiermos (waar waren de rendieren? Wat deden die?). Sphagnum (Een raar woord. Wat was dat nou weer? Waar kwam dat vandaan? Wie maakte dat?).

    Op zoek

    Ieder jaar opnieuw probeer ik kersttulpjes te vinden. Dat valt niet altijd mee. Vaak ben ik aan de late kant. Vaak zijn ze duur. En toch wil ik ze hebben. Ook al doe ik verder niet iets bijzonders met de kerst. Ook al heb ik nooit een kerstboom. Rode kersttulpjes moeten er zijn.

    Gevonden

    Afgelopen donderdag ging ik op zoek naar de rode kersttulpjes. Op de Nunspeetse weekmarkt. Tot mijn stomme verbazing bleken de marktkramen met bloemen en planten ineens vol te staan met dozen met kleine rode kersttulpjes.
    Ik heb ze dus gevonden.
    Rode kersttulpjes, zoals ze altijd in mijn ouderlijk huis stonden tegen de tijd dat het kerstmis werd.

    Zestig jaar later

    2017. Zestig jaar na het overlijden van mijn moeder staan de kleine rode kersttulpjes weer in mijn huis.
    In een schaaltje dat ik erfde van mijn moeder.
    Inmiddels weet ik waar de rendieren zijn. En ook waar ik rendiermos kan vinden.
    Het schaaltje met de kleine rode kersttulpjes is dus compleet.
    Kleine rode kersttulpjes in een schaaltje van mijn moeder. Met een plukje rendiermos.

  • | | |

    Moedertaal

     

     

     

     

    Moedertaal

    Afgelopen week werd ik gebeld door een mevrouw die graag een afspraak met me wilde maken voor een gesprek. ‘Ik wil graag van je weten wat het verschil is als je afscheid hebt kunnen nemen van je moeder, of als je dat niet hebt gekund omdat je te jong was’.
    ‘Wat bedoel je?’ vraag ik haar verbaasd. ‘Wat bedoel je met het verschil als je afscheid hebt kunnen nemen van je moeder, of als je dat niet hebt gekund?’

    Ik voel al nattigheid.

    ‘Nou, mijn moeder is vlak na haar geboorte haar moeder verloren. En ik ben eigenlijk erg benieuwd naar wat mijn moeder aan mij heeft doorgegeven, omdat ze geen afscheid heeft kunnen nemen van haar moeder – omdat ze te jong was toen haar moeder overleed.
    De mevrouw die me belde volgt een opleiding rondom rouw. Haar vraag aan mij past in een opdracht die ze uit moet voeren.

    Misvattingen

    Aha!
    Hoor ik hier weer de grote misvatting die ontstaat als je geen verschil maakt tussen verdriet verwerken en verlies verwerken?
    Hoor ik hier weer de grote misvatting dat de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn een gevolg zijn als je als kind geen afscheid hebt kunnen nemen?
    Hoor ik hier weer de grote misvatting dat je ‘er later geen last van zult hebben’ als je maar afscheid hebt kunnen nemen van de ouder die je heel jong bent verloren?

    Gesprek

    We maken een afspraak voor een gesprek begin januari. De tijd zal me dus leren hoe het zit met deze mevrouw en de opleiding die ze volgt.

    Moedertaal

    Ondertussen houdt dit telefoongesprek me flink bezig.

    MOEDERTAAL zit in mijn hoofd.

    Bestaat Moedertaal?
    Wat is Moedertaal?
    Wat krijg je mee als je in je taalvorming de taal van je moeder meekrijgt?
    Wat loop je mis als je moeder overlijdt in je babytijd?
    Hoe kun je invulling geven aan MOEDERTAAL, als je als volwassene het gemis aan moeder(taal) ervaart?

    Gevolgen van jong ouderverlies

    Zo brengt een telefoongesprek als afgelopen week weer een nieuwe dimensie in mijn denken over de gevolgen van jong ouderverlies.
    Niet alleen voor Verlaat Verdriet-ers (bijvoorbeeld in het ontwikkelen van een passende werkvorm), maar ook naar professionals die nog altijd blijk geven de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn onvoldoende te kennen (en daar ondertussen wel cursussen en opleidingen in geven!).

  • | | |

    Een trouwe vrouw

    ‘Je mag me nooit verlaten’

    Een trouwe vrouw

    ‘Elizabeth, je mag me nooit verlaten. Dat is de voorwaarde. Ik ben mijn hele leven al verlaten. Vanaf dat ik klein kind was, ben ik bij mensen weggehaald. Raj-wees en zo. Niet dat ik de enige ben. En men zegt dat het ons ruggengraat heeft gegeven.’

    Elisabeth Macintosh, (Betty). Ierse, geboren en opgegroeid op Borneo, verliest in haar jeugd haar beide ouders in een interneringskamp. Ze gaat op zijn verzoek een verstandshuwelijk aan met de in Hongkong werkzame jurist Edward Feathers – Old Filth.

    Edward Feathers, Brit, geboren in ‘Brits Indië’. Verloor zijn moeder vlak na zijn geboorte. Raj-wees (kinderen van hoogeplaatste Britten werkzaam in de tropen. Raj-wezen zijn de kinderen van deze hoge ambtenaren, die al heel jong naar Engeland werden gezonden om een Europese opvoeding te krijgen. Ze groeiden op in (liefdeloze) pleeggezinnen en kostscholen).

    Cossee

    Van de site van Cossee, uitgever van Een trouwe vrouw 

    Begin jaren zestig keert Betty, op dat moment nog Elizabeth, terug naar haar geliefde, lawaaiige en naar heerlijk eten geurende Hongkong, waar zij is opgegroeid. Daar krijgt de jonge vrouw met de rode krullen, onmiskenbaar een kind van het British Empire, een onberispelijk huwelijksaanzoek. Schriftelijk, op briefpapier van een advocatenkantoor.

    Als Betty ‘eeuwige trouw’ belooft aan Edward Feathers, een advocaat met de rare bijnaam Old Filth (Failed In London Try Hong Kong), weet zij intuïtief, dat hun huwelijk nauwelijks op passie gegrond zal zijn. En zij weet nóg niet, dat zij kort daarna Terry Veneering zal ontmoeten, de liefde van haar leven, en Edward Feathers’ aartsrivaal. Toch zal ze later, als oude dame terug in Engeland, bij hoog en bij laag beweren dat zij hartstochtelijk van Edward houdt. Is liefde een kwestie van attitude? Of van integriteit?

    Lezers en boekhandelaren bewonderen de elegante stijl van Jane Gardam, haar altijd empathische observatievermogen, maar vooral haar uiterst genuanceerde inzichten in de human condition. Wie het verhaal vanuit het perspectief van Old Filth gelezen heeft in Een onberispelijke man, zal verrast zijn hoe totaal anders Betty haar jaren met Edward beschouwt.

    De manier waarop Jane Gardam hetzelfde verhaal – het huwelijk van het echtpaar Feathers in de laatste dagen van het British Empire – zonder enige herhaling in een volkomen ander licht kan laten zien, noemt The Guardian ‘gaandeweg meesterlijk’.

    Trilogie van Jane Gardam

    Deel twee uit de trilogie van Jane Gardam.
    Deel 1 – Een onberispelijke man
    Deel 2 – Een trouwe vrouw
    Deel 3 – Gaat verschijnen begin 2018