• | | | | | | | | | | | |

    Niet in kindermaat

     

     

     

     

     

     

    Vanochtend schreef ik de blog: Kijken in de ziel: geen toeval naar aanleiding van de recensie van Hanna Bervoets van het programma van Coen Verbraak: Kijken in de ziel.
    Ik schreef in deze blog dat het mijns inziens geen toeval is, dat aan het einde van deze recensie geen woord meer wordt geschreven over het verlies van de man die zijn beide ouders verloor bij de vliegramp op Tenerife.

    Niet in kindermaat

    Het blijft me verbazen.
    Altijd weer verdwijnt jong ouderverlies – laat staan de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn! – naar de achtergrond.
    In de Verlaat Verdriet-workshops besteed ik er altijd aandacht aan: jong ouderverlies is een verlies dat niet in kindermaat wordt geleverd.
    Terwijl het er altijd weer op lijkt, dat er wel zo naar wordt gekeken.
    Alsof jong ouderverlies een beetje kleiner is omdat het over kinderen gaat.
    Alsof zo’n verlies in kindermaat wordt geleverd.

    Flexibel

    ‘Ach, kinderen zijn zo flexibel.’
    ‘Kinderen passen zich wel aan.’
    ‘Onderschat de veerkracht van kinderen niet.’

    Veerkracht

    Als je als kind een ouder verliest, dan is veerkracht overleef-kracht.
    Overleef-kracht is overleven.
    Aan overleven hangt altijd een prijskaartje.
    Dat prijskaartje kom je als volwassene weer tegen.
    Verlaat Verdriet.

    Volwassenen en kinderen

    Altijd weer probeer ik het duidelijk te maken.
    Volwassenen weten verschrikkelijk zeker van elkaar: het ergste wat je kan overkomen, is dat je kind dood gaat.
    Hoe komt het toch, dat volwassenen niet kunnen – of niet willen! – begrijpen dat een kind dat een ouder verliest een verlies lijdt van dezelfde omvang.
    En ons leven moest nog beginnen!

  • | | | | | | | | | | |

    Niet meer ontkennen

    Ontkennen

    Je kent dat vast wel – je bent met iemand in gesprek over een onderwerp dat jou na aan het hart ligt.
    Ineens zegt de ander iets, waardoor bij jou iets verschuift.
    Iets ineens op z’n plek valt.
    Of op een andere plek valt, waardoor er nieuwe ruimte ontstaat.

     

     Erkennen

    Bij mij gebeurde dat een paar dagen geleden, terwijl ik aan de telefoon zat met Els Pronk . Naar aanleiding van ‘Gat in m’n ziel‘ – de Verlaat Verdriet-lezing in Hoorn in oktober j.l. – spraken we nog eens over het belang van erkenning.
    Over het belang van erkenning van de gevolgen van jong ouderverlies dus.

    ‘Ik ben de laatste tijd vooral bezig met niet meer ontkennen zei Els in dit gesprek. Ineens voelde ik iets verschuiven.
    Erkennen is al jaren voor mij één van de grote Verlaat Verdriet-thema’s.
    Erkennen bij Verlaat Verdriet-ers zelf.
    Erkennen bij ‘buitenstaanders’
    Erkennen bij professionals.
    Bij hulpverleners.
    Bij psychologen.
    Bij psychiaters.
    Noem maar op.
    En JA, dat is heel hard nodig.

    Maar er zit nog iets voor dat erkennen.
    En dat is precies wat Els noemde: niet meer ontkennen.

    ‘De wetenschap’

    Verlaat Verdriet-ers hebben vooral vaak behoefte aan erkenning door ‘De wetenschap‘.
    Vooralsnog valt daar voor ons, Verlaat Verdriet-ers helemaal niets te halen.
    ‘De wetenschap’ is nog maar nauwelijks verder dan een totale ontkenning van de (talrijke) gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn.

    De hand reiken

    Laten we het dus omdraaien.
    In plaats van dat ‘de wetenschap’ ons de weg wijst, reiken wij ‘de wetenschap’ de hand.
    Wij nemen het voortouw.
    Wij wijzen ‘de wetenschap’ de weg.
    Wij weten beter!

    Zegt het voort!

  • | | | | | | | | | |

    Ik hoor er niet bij

    Anoniem, 1627

     

     

     

     

     

     

    Onlangs sprak ik een jonge vrouw.
    Dit is het verhaal dat ze me vertelde:

    ‘Mijn moeder verloor als baby haar moeder.
    Ze was het eerste en enige kind van haar moeder.
    Haar vader – mijn opa dus – hertrouwde al snel.
    Er kwamen nieuwe kinderen.
    Een nieuw, groot gezin.
    Mijn moeder als oudste kind in het nieuwe gezin.
    Een heel gewoon gezin.

    Toen mijn opa en oma vijftig jaar getrouwd waren, liet mijn moeder – altijd degene die overal voor zorgt – bij de fotograaf een mooie foto maken.
    Opa en oma, en alle kinderen.

    ‘Maar mama, jij staat er niet op’, riep ik verbaasd toen ik de foto zag.
    ‘Ik hoor er ook niet bij’ antwoordde mijn moeder, zonder een seconde te aarzelen.’

  • | | | | | | | | | | | |

    Verloren in het kraambed

     

     

     

     

     

     

    Stel: je bent het jongste kind van zes.
    Stel: je verloor je moeder in het kraambed.
    Stel: je moeder overleed onmiddellijk na jouw geboorte.
    Stel: je komt als baby thuis. In een huis waar je vijf broertjes en zusjes hun moeder hebben verloren. En je vader zijn vrouw.
    Stel: niemand zegt het ooit, maar toch voel jij dagelijks de zwaarte van de onuitgesproken beschuldiging: jij bent de moordenaar van mijn moeder.

    Stel: je bent het eerste kind van je moeder en je vader en het enige kind van je moeder.
    Stel: je moeder overleed in het kraambed.
    Stel: je moeder overleed onmiddellijk na jouw geboorte.
    Stel: je groeide op in het liefdevolle gezin van de zus van je moeder.
    Stel: je hebt regelmatig contact met je vader.
    Stel: op een dag laat je vader zich ontvallen: ‘Het zou beter zijn geweest als jij niet was geboren.’

    Jij was zo jong

    Dan is het toch niet te hebben, als ‘de buitenwereld’ bij heel jong ouderverlies zegt (of erger nog: denkt):
    ‘Ach, jij was zo jong. Je hebt je moeder niet gekend.
    Dan kun je er ook geen last van hebben.’