• | |

    Ik, mijn moeder en borstkanker

    Deze maand is het tien jaar geleden dat ik voor de derde keer te horen kreeg dat ik borstkanker had. In 1998 kreeg ik deze mededeling voor de eerste keer.
    ‘En ik ga hier niet aan dood.’ flitste die eerste keer door me heen. Mijn moeder overleed door borstkanker toen ik acht jaar was. Haar dood veranderde mijn leven. Voorgoed.

    Angst

    Zolang ik me kon herinneren was ik bang geweest dat ik – net als mijn moeder – aan borstkanker dood zou gaan. Controleren liet ik me nooit. Als je het hebt ga je dood. Mijn volwassen hoofd wist heel goed dat tegenwoordig niet iedereen dood gaat aan borstkanker. Maar mijn ‘kind-hoofd’ raakte totaal in paniek bij de gedachte alleen al.
    Operatie. Bestraling volgde. Meer nabehandelingen waren niet nodig. Mijn leven veranderde nog een keer. Voorgoed. Voortaan kon ik leven zonder angst voor borstkanker. Ik was er niet aan dood gegaan.

    Geen nabehandelingen

    Iets meer dan tien jaar later. Opnieuw. Dezelfde boodschap. Andere borst. ‘Sommige vrouwen kiezen ervoor geen nabehandeling te doen. En dat respecteren wij’ zei de chirurg tegen me. Ik was perplex. Dat kon dus ook. De bestralingen waren al begonnen. Die heb ik afgemaakt. De geadviseerde verdere nabehandelingen heb ik geweigerd. ‘U kunt er altijd op terugkomen’ zei de oncologe. Voor mij was dat genoeg.

    Deskundige

    ‘Mevrouw, wat kan ik u vertellen. U bent hier de deskundige’ zei de medisch specialist tegen me toen tien jaar geleden voor de derde keer kanker was gevonden. Deze keer in de borst van de eerste keer. Amputatie volgde. De geadviseerde verdere nabehandelingen heb ik ook bij de derde keer geweigerd.

    Keuze

    Tien jaar is het inmiddels geleden. Nog altijd voel ik het respect van de medisch specialisten. Voor mij. Als patiënt.
    Maar bovenal kan ik nog altijd voelen hoe de keuzes voelden die ik maakte. Toen mijn moeder overleed had ik geen keuze. Mijn leven veranderde. Voorgoed. Ik stond aan de kant. En kon niets doen.
    Bij de borstkanker had ik een keuze. Die heb ik – weloverwogen – gemaakt.
    Mijn leven veranderde. Opnieuw. Ik had een keuze. En ik ben er nog.

  • | |

    De bijzondere invloed van taal

    Twee Verlaat Verdriet-ers in de workshop. Beiden verloren heel jong hun ouder. De ene vrouw verloor haar moeder. De andere vrouw verloor haar vader. ‘Ik was te jong’ vertelt de ene vrouw. ‘Ik heb helemaal geen eigen herinneringen aan mijn Papa. Wat ik ook probeer: hij blijft altijd heel ver weg voor me’.
    Beide vrouwen hebben Friese roots. De ene vrouw groeide op in Friesland. De andere vrouw groeide op buiten Friesland, met een Friese vader. De vrouw die haar moeder verloor vertelt over haar relatie met haar vader. ‘Mijn heit’ zegt ze. ‘Mijn heiti.’

    Heit

    De andere vrouw veert plotseling op. ‘Zeg dat nog eens’ zegt ze. ‘Heit. Heiti. Dat is het!! Ik noemde mijn vader geen Papa. Ik noemde mijn vader Heit. Heiti. Mijn vader was nooit mijn Papa. Mijn vader was mijn Heit!

    Onoverbrugbaar

    Zelf herinner ik me wat er gebeurde in mijn eigen proces. Andere mensen – vooral ook therapeuten – hadden het over ‘jouw Mama’ als het over mijn moeder ging. Mijn moeder bleef altijd op afstand. Onoverbrugbaar. Tot de dag waarop ik mij realiseerde: ik noemde mijn moeder geen Mama. Ik noemde mijn moeder Mammie. Mijn moeder was Mammie.

    Overbrugd

    De niet te overbruggen afstand die ik had altijd gevoeld werd overbrugd.
    Mijn moeder is Mammie.

    Zo werkt de bijzondere invloed van taal!

  • | | |

    Kinderen horen erbij

    Kinderen horen erbij’ verklaarde mijn orthodox-christelijke buurvrouw stellig. Ik vroeg jaren geleden aan haar waarom ook de allerjongste kinderen 2-maal per zondag meegaan naar de kerk.

    Uitvaart

    ‘Kinderen horen erbij.’ Ik heb het in mijn oren geknoopt. Denk er nog regelmatig aan als ik weer lees of hoor over wat Verlaat Verdriet-ers vertellen over ervaringen in hun kindertijd met de uitvaart van hun ouder. Zeker als het gaat om oudere Verlaat Verdriet-ers, die wel of juist niet aanwezig waren bij de uitvaart. Die soms wel, soms niet, de keuze kregen. Al dan niet mee gaan.

    Essentie

    Tegenwoordig gaat dat anders. Kinderen worden betrokken bij de uitvaart van hun ouder. Ze maken iets. Mogen de kist beschilderen. Geven een tekening mee. Mogen iets zeggen. Allemaal vormen die betrokkenheid tonen.
    Maar de essentie is denk ik toch vooral zoals mijn buurvrouw het indertijd benoemde: ‘Kinderen horen erbij.’

    Ik had hier moeten zijn

    ‘Ik hoop dat ik de kinderen een trauma heb bespaard.’ Zo motiveerde mijn vader lang geleden zijn besluit om ons niet mee te nemen naar de crematieplechtigheid voor mijn moeder.
    Dertig jaar later bezocht ik het crematorium waar mijn moeder indertijd werd gecremeerd. Minutenlang heb ik buiten voor de deur van de ingang heen en weer gelopen. Heen en weer. Heen en weer. Geëmotioneerd. Gevoeld: ‘Ik had hier moeten zijn. Toen. Ik had deel moeten zijn van alle verdriet dat hier was om de dood van mijn moeder. Om haar afscheid.’

    Kinderen horen erbij

    ‘Kinderen horen erbij’ zei mijn orthodox-christelijke buurvrouw jaren later tegen me.
    Ik wist precies wat ze bedoelde.

  • | | |

    Kinderen horen erbij

    Kinderen horen erbij’ verklaarde mijn orthodox-christelijke buurvrouw stellig. Ik vroeg jaren geleden aan haar waarom ook de allerjongste kinderen 2-maal per zondag meegaan naar de kerk.

    Uitvaart

    ‘Kinderen horen erbij.’ Ik heb het in mijn oren geknoopt. Denk er nog regelmatig aan als ik weer lees of hoor over wat Verlaat Verdriet-ers vertellen over ervaringen in hun kindertijd met de uitvaart van hun ouder. Zeker als het gaat om oudere Verlaat Verdriet-ers, die wel of juist niet aanwezig waren bij de uitvaart. Die soms wel, soms niet, de keuze kregen. Al dan niet mee gaan.

    Essentie

    Tegenwoordig gaat dat anders. Kinderen worden betrokken bij de uitvaart van hun ouder. Ze maken iets. Mogen de kist beschilderen. Geven een tekening mee. Mogen iets zeggen. Allemaal vormen die betrokkenheid tonen.
    Maar de essentie is denk ik toch vooral zoals mijn buurvrouw het indertijd benoemde: ‘Kinderen horen erbij.’

    Ik had hier moeten zijn

    ‘Ik hoop dat ik de kinderen een trauma heb bespaard.’ Zo motiveerde mijn vader lang geleden zijn besluit om ons niet mee te nemen naar de crematieplechtigheid voor mijn moeder.
    Dertig jaar later bezocht ik het crematorium waar mijn moeder indertijd werd gecremeerd. Minutenlang heb ik buiten voor de deur van de ingang heen en weer gelopen. Heen en weer. Heen en weer. Geëmotioneerd. Gevoeld: ‘Ik had hier moeten zijn. Toen. Ik had deel moeten zijn van alle verdriet dat hier was om de dood van mijn moeder. Om haar afscheid.’

    Kinderen horen erbij

    ‘Kinderen horen erbij’ zei mijn orthodox-christelijke buurvrouw jaren later tegen me.
    Ik wist precies wat ze bedoelde.