• Rondje Amsterdam

    Op de fiets door Amsterdam. Naar de roeivereniging waar J. zo ongelofelijk veel werk voor verzet. Op de fiets langs de Amstel. Met de boot naar Pampus. Met de draagvleugelboot naar IJmuiden. Lopen over het strand van IJmuiden naar Zandvoort – en dat alles in fantastisch voorjaarsweer. Net als altijd het bijzondere aan onze bijeenkomsten: we zien elkaar jaren niet, spreken elkaar tussendoor zelden, maar als we samen zijn is het weer net als altijd. Alsof we mekaar wekelijks zien en spreken. En goed voor m’n Duits ook nog!

  • | | | |

    Veel, maar fijn om te doen

    Terugkomdag voor I. en M. van de workshop van 5, 6 en 7 mei en s avonds een afspraak voor een indivduele sessie. Fijn om I. en M. weer te zien en te horen hoe het hen is vergaan in de tijd tussen de workshop en de Terugkomdag. Er is veel gebeurd met beiden. De twee vrouwen, die elkaar al kenden voor de workshop en die bovendien vlak bij elkaar wonen, steunen elkaar op een prachtige manier en delen veel met elkaar. Beiden geven aan veel te voelen voor de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. In de avond een individuele sessie met F. Een goede, mooie, maar ook intensieve dag. Het is tijd om even een paar dagen rust te nemen, aanstaande vrijdag hebben we de vierde trainingsdag van de derde groep van De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Gelukkig heb ik in de komende drie dagen nauwelijks afspraken in mijn agenda staan, in ieder geval geen werkafspraken.

  • |

    O.K.

    Dr. S. kijkt me een beetje lachend aan als ik haar spreekkamer binnen kom. Dat ging niet helemaal goed hè, met de oncoloog?, zegt ze. Even ben ik van mijn à propos: niet aan gedacht dat zoiets zich zo snel kan verbreiden, zonder dat je dat in de gaten hebt en zonder dat je er nog invloed op hebt. Ik wil niet meteen laten merken dat ik eigenlijk wel een beetje boos ben over die twee mislukte gesprekken met de oncoloog. Of misschien moet ik zeggen: verontwaardigd. Of misschien denk ik eigenlijk: en als je nu niet, zoals ik, voor de derde keer in dit schuitje zit? Laat je je dan nog meer overdonderen? Dan denk je toch eerder dan ik nu – nou ja: de oncoloog zal het wel beter weten dan ik, want wat weet ik nu eigenlijk van kanker? Ervaringsdeskundig: ja! Maar wat heb je daar aan? Weet je, zegt ze tegen me, zoals jij er mee omgaat, dat is nogal ongewoon. De dokter is daar niet aan gewend, en weet ook eigenlijk niet goed hoe hij er mee om moet gaan. Dat brengt het terug naar menselijke proporties – en de boosheid valt ineens van me af. We hebben een prettig gesprek. Ze volgt mijn gedachtegang. Wat ik zelf zou doen weet ik niet, zegt ze, maar veel dokters nemen dezelfde beslissing als jij. We spreken af dat zij de vervolgcontroles zal gaan doen, dat doet ze inmiddels al ruim vijftien jaar – vanaf nu zal er ook een jaarlijkse MRI-scan gemaakt worden.
    Wat een geluk heb ik toch, dat ik zoveel innerlijk werk heb verzet. Dat ik de weg in mezelf goed ken en dat ik al vaker ongewone beslissingen heb genomen, realiseer ik me, als ik terug rijd naar huis.
    Maar wat ik me ook realiseer is dat ik nu dus klaar ben. Het technische deel dan, tenminste. En nu?
    Nou ja – hoe dan ook. Komend weekend ben ik in Amsterdam. Onze (twee)jaarlijkse bijeenkomst, J. (Amsterdam), M. (Bremen) en ik (Nunspeet). Al zo n dertig jaar kennen we elkaar inmiddels, sinds onze cursus Italiaans in Florence. Van het kleine groepje van toen hebben wij drieen altijd contact gehouden. En nu dus, ter ere van het nieuwe huis van J.: een lang weekend Amsterdam.