• | | | | | | | | | | | | |

    Wie ben je?

    Hoe simpel kan het zijn?

    Je kunt je in de veiligheid van de workshop – in de (h)erkenning – zo gedragen voelen dat pijn, angst, verdriet en boosheid ineens (b)lijken op te lossen. Ineens veel minder groot en overweldigend (b)lijken te zijn.
    Je bent helemaal niet zo anders dan andere mensen.
    Er zijn heel veel Verlaat Verdriet-ers, zoals jij.
    Je blijkt ergens bij te horen!
    Als je weer thuis gekomen bent, kun je het gevoel krijgen dat de verlichting van je gevoelens niet helemaal echt was.
    Want: zó simpel kan het toch niet zijn?

    Hoe simpel mag het zijn?

    Geloof me: zo simpel is het vaak wèl!
    Eén van de grote kunsten van een verlaat rouwproces is om daarmee te leren omgaan.
    Dúrf je jouw grote gevoelens van angst, eenzaamheid, verdriet, boosheid, dúrf je jouw (basis)patronen wel los te laten?
    Kun je daarna nog bestaan?
    Of eigenlijk: besta je daarna nog?
    Durf je het zo simpel te laten zijn?

    Loslaten

    Het valt je misschien moeilijk om afstand te doen van die oude jas.
    Al is-t-ie mottig en verschoten. En stinkt-ie een beetje.
    Hij is wel van jou!
    Het is wel jouw jas, die jou al die jaren als een tweede velletje beschermd heeft!
    Precies jouw maat!
    Helemaal zelf gemaakt!
    Hij voelt (nog) lekker warm.
    Hij is je o zo vertrouwd…..
    Je bent eigenlijk toch zo gehecht aan die jas……
    Afstand doen………?
    Uit die jas ………?
    Helemaal zonder………?

    Wie ben je?

    Wie ben je?
    Zonder die jas?

    Tekst

    Bovenstaande tekst komt uit
    Verlaat Verdriet,
    verwelkom het leven.

    Cursusboek bij de basisworkshop Verlaat Verdriet / basisworkshop Dubbel Ouderverlies.  

  • | | | | | | | | | |

    Leven tussen hoop en vrees

     

     

     

     

     

     

    In mijn blog van 19 juni j.l. Vader dag schreef ik Toen ik net acht jaar was overleed mijn moeder. Ruim twee jaar is ze ziek geweest en hebben ze (we zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet) geleefd tussen hoop en vrees. Tot mijn moeder overleed.

    We

    We zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet.
    Deze zin bleef nog lang in me resoneren. Bleef hangen, omdat in deze zin zoveel thematiek van jong ouderverlies zit.

    Ziek

    Mijn moeder werd ziek. Na een ziekteperiode van ongeveer twee jaar overleed ze in 1957. Ze overleed aan de gevolgen van borst-/botkanker.
    In die tijd werd patiënten met een levensbedreigende ziekte niet de waarheid verteld. Als ze zouden weten dat ze levensbedreigend ziek waren, zou dat de patiënt elke hoop op genezing ontnemen. Was de opvatting in die tijd.

    Het leven ging door

    Mijn vader zette alles op alles om voor ons – de kinderen – het leven zo gewoon mogelijk te laten verlopen. Maar er was niets meer gewoon. De stoet van tantes en andere soorten van (gezins)verzorgsters alleen al was erg genoeg voor een uitgestelde ramp. Hoezeer iedereen ook haar/zijn best deed.
    Mijn moeder werd verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis.
    Ik herinner me daar weinig van.
    Behalve mijn ontzettende boosheid toen ze weer opgenomen moest worden op het moment dat we op vakantie zouden gaan (naar een huisje in de buurt van waar we al woonden).
    We gingen op vakantie – zonder mijn moeder.
    Ik herinner me daar niets van.
    Behalve mijn boosheid. En de verschrikkelijke schaamte die ik jarenlang heb gevoeld over die boosheid.

    Hoop en vrees

    Er moet in die jaren van de ziekte van mijn moeder zoveel angst, zoveel verdriet, zoveel hoop, zoveel vrees, zoveel paniek zijn geweest in het huis waarin we samen leefden. Zowel bij mijn moeder als bij mijn vader.
    En bij ons – de kinderen?
    Ik kan me niet herinneren dat ik dat toen heb gevoeld.
    Maar ik weet zeker dat het er was.
    Verborgen aanwezig.
    Maar niettemin: aanwezig.
    Ook in mij.

    Mijn moeder

    Mijn moeder overleed thuis. Zelf logeerde ik die nacht bij een vriendinnetje. Toen ik thuis kwam vertelde mijn vader me dat mammie was overleden. Op dat moment ben ik innerlijk versteend. En uiterlijk weggerend. Terug naar het vriendinnetje om te vertellen dat mijn moeder dood was. Een spannend verhaal, vond ik. Iedereen had wel een moeder, maar een dode moeder: dat was wel heel bijzonder.
    Verder herinner ik me niets.
    Behalve de jarenlange diepe schaamte om deze reactie.

    Trauma

    Mijn moeder is thuis opgebaard.
    Ik herinner me daar niets van.
    Samen met mijn vader heb ik een boeketje gemaakt voor op de kist.
    Ik herinner me daar niets van.
    Mijn vader heeft ons niet meegenomen naar de crematie. Een bewuste keuze, die past in die tijd. ‘Ik hoop de kinderen daarmee een trauma te besparen’.
    Ik herinner me daar niets van.
    Pas jaren en jaren later heb ik kunnen voelen dat we daar bij hadden moeten zijn.
    Het is niet de goede manier geweest om kinderen een trauma te besparen.

    Het menselijk tekort

    Ik heb gelezen over zijn besluiten.
    Op zijn manier heeft mijn vader alles in het werk gesteld om alles zo goed mogelijk te doen. Om alles zo goed mogelijk te laten verlopen.
    De wil was er er.
    Het – verminkte – leven ging verder.
    Het menselijk tekort heeft ons allen parten gespeeld.
    Dat gebeurde toen.
    En dat gebeurt nu nog steeds.
    De tijden zijn veranderd.
    De opvattingen zijn veranderd.
    Het menselijk tekort is er intussen niet kleiner op geworden.

    Paula Modersohn

    Het schilderij boven is geschilderd door Paula Modersohn (1876-1907).
    Paula Modersohn overleed, 31 jaar oud, na de geboorte van haar dochter Mathilde.

  • | | | | | | | | |

    Eigenwaarde en zelfvertrouwen

     

     

     

     

     

     

    ‘Ik heb zo’n behoefte aan waardering.’
    ‘Ik voel me totaal niet gewaardeerd.’

    Gisteren schreef ik in mijn blog Kiezen en twijfelen over eigenwaarde en zelfvertrouwen.
    Eigenwaarde – gevoel van eigenwaarde – en zelfvertrouwen kunnen bij Verlaat Verdriet wel wat extra aandacht gebruiken. Beide thema’s spelen zo sterk bij Verlaat Verdriet-ers, dat het bij velen hun leven (dagelijks, ingrijpend) beïnvloedt.

    Geven en ontvangen

    Veel Verlaat Verdriet-ers zijn, na het verlies van hun ouder(s) gaan geven.
    Altijd geven.
    Altijd geven wat ze zelf zo hebben gemist: zorg en aandacht.
    Deze Verlaat Verdriet-ers proberen hun bestaansrecht te verdienen door presteren. Ze leggen de lat voor zichzelf altijd hoog.
    Ze geven.
    Grenzeloos.
    En kunnen niet ontvangen.

    Incasseren

    De ruptuur – het trauma – van het vroege verlies van hun ouder(s) heeft veel Verlaat Verdriet-ers kwetsbaar gemaakt voor incasseren. Je incasseringsvermogen is toen als het ware overbelast. Er is kortsluiting opgetreden.
    Je kunt geen complimenten incasseren. Dan reageer je als Verlaat Verdriet-er met een soort van achteloos gebaar: ‘Dat kan toch iedereen.’

    Maar ook kritiek incasseren is een kritisch onderwerp voor veel Verlaat Verdriet-ers. Bij het minste of geringste gevoel van kritiek trek je je terug,
    Je sluit je in jezelf op.
    Luikjes dicht.
    ‘Ik ben er niet meer’. 

    Afhankelijk

    Zo word je (als Verlaat Verdriet-er) afhankelijk van de goedkeuring van anderen.
    Van de waardering van anderen.
    Afhankelijk!
    En dat voor ’n Verlaat Verdriet-er!

    Verandering

    Tijd dus om daar verandering in te brengen.
    Om daar eens iets aan te doen.
    En dat kan.

    Schaduwpatronen

    Veel Verlaat Verdriet-ers hebben Schaduwpatronen ontwikkeld (lees meer over Schaduwpatronen in BOS-patronen).
    Schaduwpatronen zijn zelfondermijnende overtuigingen.
    Overtuigingen waarmee je jezelf onderuit haalt.
    Waarmee je jezelf saboteert.

    • Ik kan (het) niet
    • Ik moet
    • Ik doe er niet toe
    • Ik ben anders
    • Ik hoor er niet bij
    • Let maar niet op mij
    • Ik ben niet belangrijk
    • Ik ben niet goed genoeg
    • Ik ben dom
    • Ik durf niet
    • Het leven is moeilijk
    • Bij mij mislukt altijd alles
    • Het leven is zwaar
    • Zo ben ik niet
    • Mijn gezondheid is zwak
    • Ik heb niet genoeg
    • Niemand houdt van mij
    • Ik ben slecht
    • Ik ben niets waard
    • Ik ben nu eenmaal zo

    Aan het werk

    Onderzoek eens bij jezelf:
    Wat doe ik eigenlijk?
    Welke schaduwpatronen heb ik ontwikkeld?
    Wat doe ik daarmee?
    Hoeveel schade breng ik mezelf daarmee toe?

    Complimenten

     

     

     

     

     

    En geef jezelf eens wat vaker een compliment voor wat je doet.
    In plaats van altijd jezelf kritisch te bekijken.
    Heus: het helpt voor je gevoel van eigenwaarde.
    En voor je zelfvertrouwen. 

    Lees meer over de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn

    Gids voor Verlaat Verdriet 

  • | | | | | | | | | |

    Kiezen en twijfelen

    ‘Ik kan niet kiezen’.
    Ik hoor het vaak van Verlaat Verdriet-ers.
    En jij?
    Hoe zit dat bij jou?
    Ken jij die verzuchting ook?

    Identiteit

    Veel mensen – Verlaat Verdriet-ers niet uitgezonderd – hebben het idee dat Verlaat Verdriet alleen gaat om de vraag of je nog moet huilen om het vroege verlies van je ouder, of niet.
    Verlaat Verdriet gaat echter over veel meer dan alleen deze vraag.
    Verlaat Verdriet gaat ook – en misschien wel vooral – over de gevolgen van het vroege verlies van je ouder voor jou.
    Over identiteit.
    Over wie ben je geworden.
    En juist daar steekt bij Verlaat Verdriet-ers de angel.
    Ze hebben geen idee wie ze eigenlijk zijn.
    Ze hebben geen idee wat ze willen.
    Ze hebben geen idee wat ze kunnen.

    Eigenwaarde en zelfvertrouwen

    Aan een gezond gevoel van eigenwaarde en van zelfvertrouwen ontbreekt het Verlaat Verdriet-ers nog al eens.
    En juist die eigenschappen heb je nodig om te kiezen.
    Om besluiten te nemen.
    Om je besluitvaardig te voelen.

    Overlevingspatronen

    Inzicht is de basis – en de motor – van verandering.
    Onderzoek eens bij jezelf welke patronen jou verhinderen besluitvaardig te zijn

    • Je altijd aanpassen;
    • Je vaak overvallen voelen door gevoelens van machteloosheid;
    • Een basaal gebrek aan zelfvertrouwen;
    • Weinig vertrouwen hebben in de toekomst;
    • Moeite hebben met ruimte innemen;
    • Altijd geven;
    • Twijfel;
    • Onverschilligheid;
    • Weinig incasseringsvermogen hebben;
    • Altijd zorgen voor anderen;
    • Gehinderd worden door angsten voor veranderingen;
    • De lat altijd heel erg hoog leggen;
    • Het gevoel hebben altijd alles alleen te moeten doen;
    • Scepsis;
    • Geen hulp kunnen vragen;
    • Altijd alles onder controle houden;
    • Geen of weinig besef hebben van eigen kwaliteiten;
    • Niet kunnen genieten;
    • Geen kritiek kunnen incasseren;
    • Leven vanuit een gevoel van tekort;
    • Geen complimenten kunnen incasseren;
    • Je snel buitengesloten voelen.

    Veranderen door inzicht

    Wil je meer weten over overlevingspatronen?
    Lees dan op de pagina Kernthema’s en kenmerken.
    Of maak Zelftest 1 / Zelftest 2.