• | | | | | | | | | | |

    Mammie waar kom ik vandaan?

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Vooruitstrevende mensen waren mijn ouders.
    Vooruitstrevend lang voordat vooruitstrevend progressief werd genoemd.
    Zo was mijn vader al lid van de NVSH lang voordat de NVSH bestond.

    Mammie waar kom ik vandaan?

    Uiteraard betekende dat ook seksuele voorlichting voor het jonge kind.
    Voor mij, in dit geval.
    Hoe vooruitstrevend mijn vader ook was: opvoeden is de taak van de moeder. Dat was een zekerheid! Naar alle waarschijnlijkheid nam dus mijn moeder ook deze opvoed-taak op zich. En was zij degene die me voorlas uit het boekje waarvan de titel me nog vers in het geheugen ligt: Mammie waar kom ik vandaan?

    Gestopt

    Ergens, in de tijd van haar ziekte, is dat voorlezen gestopt.
    Ergens, halverwege het boek. En niet meer door iemand opgepakt.
    Bij de tweede vrouw van mijn vader was het ondenkbaar geweest, dat zij dat zou hebben opgepakt. Ook wat dat betreft was er sprake van een grote cultuurbreuk met haar komst in ons gezin.
    En zelfs als zij dat zou hebben opgepakt, dan zou ik me niet voor kunnen stellen dat ik het zou hebben toegelaten met haar over zulke intieme zaken te spreken – of me zelfs maar over zulke intieme zaken voor te laten lezen.

    Gevolg

    Ergens, halverwege het boek, stopte het voorlezen, schreef ik hierboven.
    Gevolg is geweest, dat ik gedurende mijn jeugd heel lang heel erg zeker wist: als je samen in de kamer zat en heel veel van elkaar hield, dat er dan een zaadje door de kamer vloog en dat je dan zwanger werd.

    Goed gekomen

    Heus, het is goed gekomen met me.
    Die door de kamer zoevende zaadjes: dat snapte ik wel, dat dat een beetje onwaarschijnlijk was.
    Maar hoe je het dan wel deed…..

    Boeken

    Op mijn zeventiende ging ik uit huis.
    Bij het weggaan uit huis, kreeg ik van mijn vader twee dikke boeken. Te weten: Sexualiteit 1 en Sexualiteit 2.
    Hij en ik waren toen al zover uit elkaar gegroeid, dat ik niet heb gezegd: Ik weet het al van die zaadjes.

  • | | | | | | | | |

    Moedertaal

    Afgelopen weekend schreef ik twee blog’s die over mijn moeder gingen: Droom van mijn vader en Mammie

    Nu mijn moeder weer zo in mijn gedachten is, komt er iets bij me boven over Moedertaal.
    Gedurende en na mijn middelbare schooltijd heb ik sterk het gevoel gehad dat er enorme gaten zaten in mijn algemene ontwikkeling. De tweede vrouw van mijn vader nam een totaal andere cultuur mee, dan de cultuur waarin ik tot dan toe was opgegroeid. Het verlies van van mijn moeder betekende dus niet alleen het fysieke verlies van haar, maar betekende ook het verlies van haar cultuur: een grote cultuurbreuk in mijn (jonge) leven.

    Cultuurbreuk

    De vermeende cultuurbreuk heb ik in de loop van mijn beroeps-opleidingen voor mijn gevoel – en tot mijn grote vreugde – hersteld. Hoewel de cultuurbreuk – de breuk met de vanzelfsprekende manier waarop de cultuur van mijn moeder deel zou zijn geworden van mijn leven – toch wel altijd voelbaar is gebleven als een soort van gemis.

    Moedertaal

    In de tijd dat ik begon te schrijven begon zich een ander gevoel te manifesteren. Voorheen had ik dat gevoel van gemis altijd gelinkt aan de cultuurbreuk. Nu begon me het gevoel steeds duidelijker te worden: het lijkt wel of ik mijn moedertaal niet goed heb geleerd. Of misschien kan ik hier beter zeggen: het lijkt wel of ik mijn moedertaal niet helemaal volledig heb geleerd.
    Wat ik hiermee bedoel, is het gevoel dat ik niet op een natuurlijke wijze (dus via mijn moeder) de gevoelstaal en de betekenis van gevoelstaal heb geleerd. De binnenkant van taal, de vrouwentaal zeg maar.

    Benieuwd

    Waar ik heel benieuwd naar ben: kennen andere dochters/zoons zonder moeder dit gevoel?
    Zo ja: wanneer ben jij dat op gaan merken?
    Wat merk jij? Of heb je gemerkt?
    Heb je er iets mee gedaan?
    Wat heb je er dan mee gedaan?

    Ik hoor het graag, ben er echt heel benieuwd naar.

  • | | | | | | |

    De aarde is plat

    ‘Ze denken echt dat de aarde plat is. Erger nog: ze weten het zeker. Ze hebben er de bewijzen voor,’
    Een paar maanden geleden sprak ik iemand die al heel lang deel uitmaakt van de wetenschappelijke rouw-wereld.
    ‘Jullie weten helemaal niks, als het gaat om de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn’, schreeuwde ik tegen deze persoon. ‘Jullie denken dat je het weet, maar je weet helemaal niks’.

    Voor de decibellen die ik voortbracht schaamde ik me achteraf. Voor de inhoud van mijn boodschap in het geheel niet.
    Kort geleden sprak ik opnieuw iemand die al sinds jaar en dag werkzaam is in de (internationale) wereld van verlies en rouw. Opnieuw kon ik, na dit gesprek, alleen maar bedenken hoe verschrikkelijk (echt: verschrikkelijk!) ver theorie en praktijk uit elkaar liggen.

    Vanochtend las ik in de krant hoe empirie (onderzoek van de werkelijkheid en het leggen van causale verbanden tussen oorzaak en gevolg) uit de universiteit verdwijnen. Te duur.
    Dit artikel ging over het verdwijnen van empirie in de juridische praktijk op de universiteit.
    Nou: daar niet alleen – dacht ik meteen.

    ‘Ze denken echt dat de aarde plat is. Erger nog: ze weten het zeker. Ze hebben er de bewijzen voor,’ foeterde ik aan de telefoon tegen Joyce.
    ‘Titia: kijk eens uit het raam, antwoordde Joyce prompt. ‘De aarde is plat. Kwestie van perceptie.
    Heerlijk: zo’n relativering op het goeie moment.

  • | | | | | | | | | | | |

    Mammie

    In de Verlaat Verdriet-workshop besteed ik er altijd aandacht aan: hoe noem jij, in jezelf (dus: als je in gedachten bij je vroeg overleden ouder bent), je moeder of je vader? Denk je dan mama? Papa? Mammie? Pappie?
    Dus: hoe noemde jij als kind je moeder/je vader?
    Een moment van bewustwording. Zeker bij de deelnemende Verlaat Verdriet-ers, die op dat moment voelen hoe groot de afstand is geworden tussen hen en hun overleden ouder.

    Zelf ben ik me er zeer van bewust dat ik, als ik in gedachten bij mijn moeder ben, mijn moeder denk. Hoe iets in mij zich altijd weer verzet om mammie te denken. (Niet dat ik gewend ben met mijn broer te praten over het verlies dat ons als kind is overkomen: maar ‘onze moeder’ klinkt in mijn- noordelijke – oren toch vreemd, en mammie: dat lukt me dus niet).

    Gisteren schreef ik de Droom van mijn vader. In mijn droom sprak ik met mijn vader. Op dat moment kostte het me geen enkele moeite om mammie te zeggen, en voelde het ook volkomen natuurlijk om mammie te schrijven.
    Zestig jaar vielen weg.
    Mijn moeder was echt op dat moment weer heel gewoon wat ze voor mij als kind was: mammie.

    PS

    Uit de tijd, dat ik zelf nog verschillende therapieen volgde, herinner ik me therapeuten die mama zeiden als het over mijn moeder ging (en dat gebeurde in die tijd nogal eens!).
    Zodra ik mama hoorde was ik weg.
    Dan ging het niet meer over mijn mammie.
    En dan ging het dus ook niet meer over mij!